Posts tonen met het label coronacrisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coronacrisis. Alle posts tonen

zaterdag 23 januari 2021

Stil maar, wacht maar

Bij de kerkelijke uitvaart van moeder, alweer ruim vijf jaar geleden, zongen we het lied dat in een laatje van mijn geheugen was blijven liggen. 

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. 
De hemel en de aarde*

Waarbij je flink kon uithalen bij het woordje aarde.

Alles wordt nieuw. Dat van die hemel weet ik niet precies, maar dat de aarde een nieuwe inrichting behoeft is wel duidelijk. Een moeilijke opgave, want het is nu juist de bedoeling dat we niet teveel nieuws moeten willen om de aarde een doorstart te geven.

Al in 2012 deed ik mee met aan de tweede editie van de Free Fashion Challenge. Ik kocht een jaar lang geen kleding. Laura de Jong, oud-studente van het Amsterdam Fashion Institute, initieerde dit project eind 2010 om het verschijnsel ‘fast fashion’ aan de kaak te stellen. In eerste instantie bedoeld voor studenten en professionals uit de mode-industrie, omdat hele generaties opgroeiden met het idee dat een T-shirtje vijf euro kostte. De Jongs missie was dan ook het begrip duurzaamheid in de modebranche onder de aandacht te brengen.

Na het inventariseren van mijn kledingkast wist ik waar ik het een jaar lang mee moest doen. Ik gaf of gooide kleding weg die ik niet meer droeg, repareerde losgeraakte naadjes en liet schoenen verzolen. In de loop van het jaar keek ik kritischer naar de kwaliteit, functionaliteit en het werkelijke gebruik van shirtjes, rokjes, truien, sokken, panty’s en ondergoed, en verdween er nog meer uit mijn kast. 

Diep vanbinnen hoopte ik dat ik een voorbeeld was voor mijn toen achttienjarige dochter en een gedragsverandering bij haar teweeg kon brengen. Als studente Verkoopspecialist Mode aan de opleiding Handel en Ondernemen leerde zij hoe ze op een winstgevende manier kleding kon inkopen en verkopen. Dochter F. zette iedere verdiende of gekregen euro dan ook onmiddellijk bij de grote winkelketens om in modieuze kleding. Een paar weken of in het gunstigste geval maanden later lag de kleding verwassen of stuk in de hoek van haar kamer, en werd er weer iets nieuws aangeschaft. 

De ruimte in mijn kast was niet bedoeld voor nieuwe dingen, en dat was even wennen. Want hoewel ik geen big spender op kledinggebied was, gebeurde het ook mij regelmatig dat er in een onbewaakt ogenblik iets werd gekocht of besteld. 

Er moest veel uitgelegd worden aan mijn omgeving. Ik voelde mij een soort predikant, vertelde iedere keer opnieuw mijn verhaal, dat steeds bondiger en voor mijzelf ook helderder werd. Om het zuiver te houden mocht er ook geen tweedehands kleding worden gekocht. Lenen of ruilen was wel toegestaan, zo veranderde mijn kledingkast langzamerhand zonder dat er meer bijkwam.

De meeste vrienden, kennissen en collega’s reageerden vol bewondering, twijfelden even, maar meenden dat dit project voor hen toch net iets te ver ging. Ikzelf was het steeds leuker gaan vinden: het ontbreken van keuzestress gaf een weldadige rust. Ik had genoeg. Bewust en onbewust trok ik het principe door naar de andere consumptieve bestedingen in mijn dagelijks leven. Zo werd de wekelijkse kar boodschappen goed onder de loep genomen, en besloot ik mijn haar niet meer te verven, maar uit te laten groeien naar Hagedorn-grijs.

Op de moeilijke momenten, als er weer een gat in een paar sokken ontstond (nee, stóppen ging mij echt te ver), schreef ik op wat ik nodig dacht te hebben, als ik weer ‘mocht’ kopen. Het besef was er dat mijn nieuw aan te schaffen kleding duurzamer moest zijn, en dus ook duurder, zodat ik er langer mee kon doen. De floddertjes uit de grote winkelketens kwamen er bij mij niet meer in. 

Er kwam een leuk winkeltje in mijn 'dorp', met een aardige eigenaresse en een mooie collectie. L. kwam met verrassende suggesties, er was tijd voor een praatje en soms een kopje thee. Ik kocht bewust en was altijd tevreden. Mijn eerste aanschaf was een zwart jurkje voor de uitvaart van moeder. 

Toen ging de winkel dicht. En moest L. iets verzinnen om het hoofd boven water te houden. Dus liet ze via social media zien wat ze in de uitverkoop had. Had ik iets nodig? Niet echt. Ik ging niet meer naar mijn werk, had maar af en toe een videobel-overleg en feestjes waren iets uit 2019. Maar L. had de omzet wel nodig om overeind te blijven, dus fietste ik naar de winkel om de digitaal uitgekozen blouse in ontvangst te nemen.

We leven negen jaar na mijn kooploze periode. Dochter F. is inmiddels shopmanager van een populaire winkel waar slechts vintage kleding wordt verkocht. Daarnaast stelde ze onlangs de shoppingpagina's samen van een glossy modeblad, met als thema duurzaamheid. 

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.


* uit: Nu gaan de bloemen nog dood - tekst Michel van der Plas


zaterdag 21 maart 2020

Effe andersom

Toen dochter F. jaren geleden weer wilde gaan paardrijden, was de keuze voor een manege snel gemaakt. Vlak achter de dijk, in ons eigen nieuwe 'dorp', lag een mooie manege inclusief buitenbak. Omdat het vakantie was moest F. eerst nog een soort zomerkamp doorlopen, maar in september begonnen de reguliere lessen weer.

Er gebeurde niet heel veel in die groepslessen. Vooral de meisjes die een pensionpaard onder hun kont hadden kregen persoonlijke aandacht en aanwijzingen. Verder moest je zelf je figuren rijden, zolang je maar op de goede hand reed. 

De lessen begonnen namelijk op de rechterhand, dus letterlijk met je rechterhand naar het midden van de rijbaan. Halverwege de les riep de instructrice, die veel met andere dingen bezig was, heel hard door de bak: 'Effe andersom', waarop de paarden gehoorzaam draaiden en hun rondjes de andere kant op vervolgden.





Nu moeten we met zijn allen 'effe andersom'. De wereld staat op zijn kop en we kunnen echt niet overzien welke gevolgen dit gaat hebben op langere termijn. Elke dag merken we een beetje meer van deze gekte. Sinds vrijdag mag ik vader, 88 jaar, niet meer bezoeken. Ik was even burgerlijk ongehoorzaam en bracht hem 's avonds een tasje boeken. Wel met meters afstand tussen ons hoor, maar ik kon hem in ieder geval even zien in de hal van de zorginstelling.

Ik heb in mijn directe omgeving nog geen ziekte of dood door dit virus meegemaakt. Het leed zal in veel families niet te overzien zijn, dat realiseer ik mij heel goed.

Maar wat een rust. Wat een lege agenda. Wat een andere dagindeling nu ik 's morgens niet in de auto hoef te stappen, maar lekker kan gaan ochtendwandelen. Wat een stilte, buiten en in mijn hoofd. Ik hoef opeens een heleboel niet meer.
En wat een leuke nieuwe initiatieven. De yogajuf die met bloed, zweet en tranen Vimeo-filmpjes maakt zodat we thuis privélessen kunnen volgen. De Zweedse juf die beschikbaar is voor vragen over ons hemläxa.

Voor vader ga ik wel leuke pakketjes maken, die ik kan afgeven bij de receptie. Ik haal mijn voorraad ansichtkaarten uit de kast en hoop dat de postbezorgers nog even op de been blijven.
Ik heb nog een boek te schrijven, het woord verveling is mij vreemd. Zal ik weer gaan breien? Stiekem geniet ik ook een beetje van deze situatie.

Nu maar hopen dat we onze kwetsbare geliefden kunnen beschermen en behouden.