Posts tonen met het label paarden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paarden. Alle posts tonen

zaterdag 31 juli 2021

Asvattha

In de Bhagavad Gita, het heilige boek van de hindoes, vertelt Krishna over de asvattha, de eeuwige vijgenboom, de boom der kennis. 
Zijn wortels groeien omhoog, richting de hemel. 
De takken buigen zich naar de aarde en symboliseren het zichtbare universum. De wortels staan voor het spirituele rijk. 



Of representeert de boom het zenuwstelsel van het menselijk lichaam, dat zijn wortels in de hersenen heeft en waarvan de vertakkingen door het hele lichaam lopen?

In het Sanskriet kunnen er met enige moeite twee woorden uit de naam asvattha worden afgeleid: ‎‎asva‎‎, paard en ‎‎stha, staan. 

De boom waaronder paarden staan. 

Het paard wordt vaak gebruikt om het fysieke lichaam symbolisch weer te geven.  Het lichaam dat helemaal onderaan deze kosmische boom staat. 

Je moet de boom beklimmen om de wortels te kunnen overstijgen en jezelf te kunnen bevrijden.‎
 

zaterdag 21 maart 2020

Effe andersom

Toen dochter F. jaren geleden weer wilde gaan paardrijden, was de keuze voor een manege snel gemaakt. Vlak achter de dijk, in ons eigen nieuwe 'dorp', lag een mooie manege inclusief buitenbak. Omdat het vakantie was moest F. eerst nog een soort zomerkamp doorlopen, maar in september begonnen de reguliere lessen weer.

Er gebeurde niet heel veel in die groepslessen. Vooral de meisjes die een pensionpaard onder hun kont hadden kregen persoonlijke aandacht en aanwijzingen. Verder moest je zelf je figuren rijden, zolang je maar op de goede hand reed. 

De lessen begonnen namelijk op de rechterhand, dus letterlijk met je rechterhand naar het midden van de rijbaan. Halverwege de les riep de instructrice, die veel met andere dingen bezig was, heel hard door de bak: 'Effe andersom', waarop de paarden gehoorzaam draaiden en hun rondjes de andere kant op vervolgden.





Nu moeten we met zijn allen 'effe andersom'. De wereld staat op zijn kop en we kunnen echt niet overzien welke gevolgen dit gaat hebben op langere termijn. Elke dag merken we een beetje meer van deze gekte. Sinds vrijdag mag ik vader, 88 jaar, niet meer bezoeken. Ik was even burgerlijk ongehoorzaam en bracht hem 's avonds een tasje boeken. Wel met meters afstand tussen ons hoor, maar ik kon hem in ieder geval even zien in de hal van de zorginstelling.

Ik heb in mijn directe omgeving nog geen ziekte of dood door dit virus meegemaakt. Het leed zal in veel families niet te overzien zijn, dat realiseer ik mij heel goed.

Maar wat een rust. Wat een lege agenda. Wat een andere dagindeling nu ik 's morgens niet in de auto hoef te stappen, maar lekker kan gaan ochtendwandelen. Wat een stilte, buiten en in mijn hoofd. Ik hoef opeens een heleboel niet meer.
En wat een leuke nieuwe initiatieven. De yogajuf die met bloed, zweet en tranen Vimeo-filmpjes maakt zodat we thuis privélessen kunnen volgen. De Zweedse juf die beschikbaar is voor vragen over ons hemläxa.

Voor vader ga ik wel leuke pakketjes maken, die ik kan afgeven bij de receptie. Ik haal mijn voorraad ansichtkaarten uit de kast en hoop dat de postbezorgers nog even op de been blijven.
Ik heb nog een boek te schrijven, het woord verveling is mij vreemd. Zal ik weer gaan breien? Stiekem geniet ik ook een beetje van deze situatie.

Nu maar hopen dat we onze kwetsbare geliefden kunnen beschermen en behouden.

woensdag 21 december 2016

Donald

Onbevreesd zit ze op het metershoge paard en rijdt in haar eentje in de buitenbak. Is ze zich wel bewust van haar super-de-luxe positie? Met een schoonmoeder die twee prachtige paarden in haar bezit heeft en haar ook nog eens vakkundig les geeft?
Het is waterkoud, maar ik geniet volop van de rijkunsten van mijn volwassen dochter en het stalgebeuren. De geur van bezwete paardenlijven, mest, leren zadels en hoofdstellen. De herkenning van de rangorde in de kudde paarden in de wei, maar ook die van de volwassen paardenmeisjes in de stal.
Ik aai de warme, zachte neuzen en help een beetje mee door te vegen. Mijn gedachten gaan terug naar veertig, ja echt waar, jaar geleden. Toen ik voor het eerst meeging met de zusjes D. en R. naar het Amstelpark om voor de pony's te zorgen. Elk weekend, elke vakantie spraken we 's morgens vroeg af bij de bushalte aan het Barkpad. In een linnen tasje een pakje brood, een beker chocomel, een pakje Stimorol, een strippenkaart en vijftig cent om te versnoepen. Weer of geen weer, bij bloedhitte en ijzige kou. Na een reis van dik een uur met bus 34, tram 4 en bus 8 kwamen we aan bij het grote hek van het park. Nog een klein stukje lopen en dan zagen we de hoge trap met naastgelegen glijbaan. En we wisten dat we, als we bovenaan de trap waren, de omheining van de pony's konden zien. Twee stallen, met vooraan de Shetlanders en achteraan de grotere pony's en het enige paard. Aan de zijkant nog een stalletje waarin onder meer ezelin Jakoba stond, en later de veulentjes April en Rocco werden geboren.


Altijd werden we met opgewonden gehinnik begroet, en ieder ging naar haar verzorgpony. In het begin had ik die nog niet, want je moest je natuurlijk wel een zekere positie verwerven. Dus borstelde ik de een, en dan eens de ander, totdat ik een beetje wist welke pony bij me paste en waar ik niet bang voor was. Want er zaten exemplaren tussen met een gebruiksaanwijzing. Nooit achter Sorba of Reintje gaan staan, en Rasjan werd overal zenuwachtig van. En dan was er nog de kwestie van wie de pony was. Sommige meisjes die er al langer rondliepen waren niet van plan 'hun' pony te delen, dus daarbij moest je uit de buurt blijven. Gelukkig waren er ook genoeg die het niet erg vonden dat je hun pony overnam als ze er zelf niet waren. Want er moest gewerkt worden. Als de pony's gepoetst waren en een hoofdstel om hadden, wat bij de een heel makkelijk ging en bij de ander een heel eng werkje was, liepen we naar beneden en zetten de pony's aan het hek. Voor één gulden konden kinderen een rondje rijden. Wat best een grote ronde was, want we liepen het hele zandpad rond de speelweide af, langs kinderboerderij en pannenkoekenhuis. Tijdens het rondje moest je overal op letten. Het kind mocht niet van de pony afvallen, dus als er geen ouders meeliepen moest je dat goed vasthouden. Zadeltjes waren er nog niet. Maar het belangrijkste was natuurlijk dat je de pony onder controle had. Dat deze niet te snel en niet te langzaam liep, maar vooral niet opeens met zijn hoofd naar beneden dook naar het gras langs de kant van het pad, of nog erger: er met kind en al in een rengalop vandoor ging.
De beloning was groot: aan het eind van de middag mochten we zelf een rondje rijden. Hetzelfde rondje dat we al tweehonderd keer hadden gelopen, op een pony naar keuze die er, heel begrijpelijk, niet zo'n zin meer in had.
Donald werd mijn grote liefde: een niet heel kleine, donkerbruine pony met een geheel eigen wil en een voorpluk die zijn ogen verborg. Ik herkende mijzelf in Donald en vond het heerlijk hem te verzorgen. Bij de firma Reijenga, de paardensporthandel die gevestigd was in een flat in Noord, kochten we onze poetsspullen, en -na genoeg gespaard te hebben- mooie halsters voor Dennis, Witje en Donald.
We werden ouder en de lol ging er een beetje af. We zagen in dat het voor de familie G. die het ponyrijden, maar ook het pannenkoekenhuis, de kinderboerderij en de andere attracties exploiteerde, eigenlijk wel heel fijn was dat al die meisjes en een enkele jongen er voor nop ieder weekend zo hard werkten. D. en ik hoefden er dan ook niet lang over na te denken toen we het aanbod kregen om voor een rijksdaalder per zondag bij de minicars te komen helpen. Weggekocht bij de pony's waar neef S. de boel bestierde, door zoon K. die de baas was bij de minicars. Als we onze mond maar hielden. Dus zaten we de laatste maanden van onze Amstelpark-periode niet meer op een pony, maar op een achterlijk autootje met een kind tussen onze knieën, terwijl Elvis uit de speakers knalde en we verlangend keken naar de pony's die honderd meter verderop op een ritje stonden te wachten.