vrijdag 24 januari 2020

De A is van Aandacht

Ik had twee afspraken in mijn agenda staan voor die zondag, een maand of twee geleden.Ik had gedacht dat ik ze kon combineren:'s avonds naar een concert in Paradiso, aan het eind van de middag een gesigneerde prent ophalen bij de kinderboekenillustrator, voor het goede doel. Allebei in Amsterdam, en ik wilde het allebei niet missen.

Toen de dag naderde ging ik de situatie visualiseren. Ik voelde de stress dat de prent die ik graag wilde hebben er niet meer zou zijn, al had ik doorgegeven welke ik graag wilde hebben. Ik zag mezelf door een duistere stad zwerven met een enorme koker in mijn rugzak, en voelde het risico dat ik de poster kwijt zou raken in de garderobe van de poptempel. Bovendien zou ik met mijn wilde plannen ook de planning van dochter F. in de war gooien.




Zaterdagavond had ik een dansfeestje bij zus P. We waren laat thuis, maar ik werd zoals gebruikelijk zeer vroeg wakker. Ik had gedroomd. 
In mijn droom kwam ik aan het begin van de middag bij de kinderboekenillustrator aan en kocht de prent die zo goed paste bij mijn toekomstplannen, en waar ik al een plekje voor had bedacht.

Ik luisterde naar mijn droom. Stapte vroeg in de middag op de trein, maakte er een aparte missie van. Gaf het de aandacht die het verdiende. Genoot van de drukte in het woonhuis van de illustrator, luisterde naar het schrijnende verhaal van de Afghaanse asielzoekers waar ze zich om bekommerde.  Ik dronk een kopje thee en at een stukje zelfgebakken speculaas. 

De prent had ze al voor me achtergehouden. Toen ze hem wilde oprollen zag ze dat er een vlekje op zat. Ze ruilde hem om voor een schoon exemplaar, het was de allerlaatste die er nog lag.
Zielsgelukkig stapte ik op de trein terug naar Almere.

's Avonds maakte ik een nieuwe reis en genoten F. en ik van het concert van de Malinese zangeres.

Alles wat je aandacht geeft, groeit.
.

zaterdag 18 januari 2020

Sexy peer

Ik sneed een peer doormidden. De helften vielen in alle schoonheid uiteen, de pitjes zochten symmetrisch hun plekje op het sappige vruchtvlees. Wat was een peer toch oneindig veel mooier dan een appel.

Zesde klas lagere school, handenarbeidles. Na de breilessen van juffrouw K., waaraan jongetjes niet hadden hoeven deelnemen, was de vernieuwing doorgedrongen tot de katholieke basisschool en mochten we gemengd figuurzagen, kleien en timmeren.
Het figuurzagen leverde bij mij de nodige frustratie op: elk gebroken zaagje moest vergoed worden met een dubbeltje. Ook het timmeren bracht niet heel veel voldoening, ik had te weinig contact met het materiaal. Liever boetseerde ik iets van een homp klei, zodat ik de vorm onder mijn handen kon laten ontstaan.



Handarbeid werd gegeven door juffrouw Som, of Sommetje zoals we haar noemden. Een nogal excentriek, mannelijk type, dat tijdens een van de eerste lessen al door het lokaal riep dat we, als we iets wilden weten over seks, alles aan haar konden vragen. Een aanbod waarvan vooral de jongens in de klas dankbaar gebruik maakten.

De allerfijnste opdracht die we kregen was het maken van een peer. Ik vulde een wit plastic koffiebekertje met vloeibare gips dat, eenmaal uitgehard, werd omgekeerd.Uit de hoekige vorm toverde ik met behulp van vijlen en vijltjes een sierlijke peer tevoorschijn. Verfje erover, lak erover et voilà.
Het was mijn enige driedimensionale kunstwerk dat met een 9 werd beloond.

Juffrouw Som bleef niet lang, ik denk dat haar jarenzeventigvrije geest niet helemaal paste in het stramien. De vorm van die peer ben ik nooit vergeten.


zaterdag 21 december 2019

Leven vanuit rust


Ik herinner me de zondagen van vroeger. 's Morgens uitgebreid ontbijten: een eitje, nog een crackertje met kaas. Vader en moeder die daarna naar de kerk gingen, als we als gezin niet al op zaterdagavond waren geweest. Daarna een kopje soep, het restant van de grote pan die moeder vaak al op vrijdagochtend maakte en waarnaar het hele huis geurde.

De stilte in huis, op het ritme van de prachtig gestileerde koperen tafelklok in het wandmeubel.

's Middags zat moeder in de bordeauxrode leren fauteuil te lezen of te breien, vader scharrelde boven wat met zijn foto's. Ik maakte mijn huiswerk en las de boeken die ik op zaterdag in de bieb had gehaald. Soms verveelde ik me, en ging ik maar kijken of er een buurmeisje was dat met me wilde spelen.

Door de week aten we in de keuken, maar in het weekend werd 's avonds de tafel in de woonkamer mooi gedekt, en deed moeder extra haar best er een lekkere maaltijd van te maken. Met twee soorten groenten en een schaal botersla, versierd met plakjes ei en tomaat.





Ik kreeg een cadeaubon en kocht het boek dat ik al een tijdje op mijn lijstje had staan: Leven vanuit rust van de Zweedse dominee Tomas Sjödin. 
Terwijl ik las, dacht ik aan zus M., die zo'n gierende haast had die laatste jaren. En aan mijzelf die in haar voetsporen trad nadat ze er niet meer was. Ik holde, holde, holde alles af. Want ik kon het allemaal nog wél doen. 

Er was amper nog onderscheid tussen de dagen, behalve dat ik niet naar mijn werk hoefde. De supermarkt was van vroeg tot laat open, dus ik deed mijn boodschappen voor de hele week. Het liefst deed ik zestien dingen tegelijk. Ik luisterde naar podcasts terwijl ik streek, maakte lijstjes van alle dingen die ik nog wilde of moest doen en probeerde en passant ook het huis nog op te ruimen en schoon te maken. En moesten we niet nog ergens naartoe vanmiddag?

De dominee bracht mij tot stilstand. Die zondagsrust was er niet voor niets. Helemaal terug naar vroeger kon niet meer, en wilde ik ook niet meer. Maar de stilte van het huis uit mijn jeugd kon ik nabootsen.

De koperen klok staat nog steeds bij vader. Nu in zijn zorgwoning, bovenop het televisiemeubel. De wijzers geven tien over zes aan. 
Er leunt een klein briefje tegenaan, waarop hij heeft geschreven: 'Staat stil'.

woensdag 20 november 2019

Meneer Rosa

Op 5 april 1988, de dinsdag na Pasen, begon ik aan mijn eerste echte baan. Voor slechts twaalf uur in de week, maar ik was wel meteen assistent-hoofd van de Openbare Bibliotheek in Landsmeer. Ik was bijna afgestudeerd als jeugdbibliothecaris aan de Frederik Muller Akademie. Het was een fijn gevoel dat ik in tijden van jarentachtigwerkloosheid al een baan had gevonden voordat ik mijn diploma op zak had. Dat was maar goed ook, want wij waren de laatsten van de opleiding in deze vorm. Als ik zou zakken moest ik mijn specialisatiejaar in een bezemklas in Groningen overdoen. Na dat jaar zou de hele opleiding worden voortgezet door een hogeschool in een aangepaste variant.

Spannend vond ik het wel, die nieuwe baan. Als tweeëntwintigjarige stond ik opeens boven een aantal vrijwilligsters van middelbare leeftijd die mijn moeder hadden kunnen zijn. Ik voerde taken uit die zij niet mochten uitvoeren, al werkten ze er al honderd jaar.

Het ijs brak snel door een spannende gebeurtenis in het dorp.




Op woensdag 6 april, mijn tweede werkdag, werd Ferdi E. in Landsmeer van zijn bed gelicht. Al mijn collega's kenden het gezin van de man die werd gearresteerd op verdenking van de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn. E.'s vrouw Els had als beeldend kunstenaar meerdere keren geëxposeerd in de bieb, en er werden stapels boeken geleend door het gezin.

Een verwerpelijke sensatiezucht maakte zich van mij meester. Samen met vader fietste ik dezelfde week nog langs de woning van E., die de ontvoering van en de moord op de grootgrutterstopman inmiddels bekend had. Er was natuurlijk niets te zien.
Elke werkdag, op weg naar Landsmeer, passeerde ik de telefooncel van waaruit E. had gebeld naar het Okura hotel, met de vraag of meneer Rosa aanwezig was. Zus M. vond het zo leuk om mij hiermee op stang te jagen, dat ze mij er nog tijden mee plaagde.

Maandag zag ik een documentaire over de zaak. Schrijver Tim Krabbé had Ferdi E., die zich later Paul noemde, jarenlang bezocht en geïnterviewd in de bajes. 
Wat een enorm drama voor alle partijen.

Toch voelde ik weer heel even die opwinding van toen: landelijk nieuws bij ons om de hoek.
Maanden na de arrestatie kwam Els een stapel boeken terugbrengen, op een tijdstip dat de bibliotheek gesloten was. 
Ze waren veel te laat, maar de boete werd haar kwijtgescholden.

zaterdag 9 november 2019

Hamertje tik


Jaren geleden, op een ochtend in februari, voelde ik iets tintelen in mijn rechterbeen. Het ging weer weg, maar kwam ook weer terug. Na een paar maanden leek het alsof er een hele kolonie mieren door mijn been marcheerde en stuurde de huisarts mij naar de neuroloog.

Hij deed wat testjes, en op mijn verzoek werd er een MRI gemaakt. En nog een. Niets te zien, niets te vinden. Het was een nurkse, botte man en ik voelde me niet gerustgesteld. Maar ook het aardige team in het academische ziekenhuis kon mij niet zeggen waar de tintelingen vandaan kwamen. En die -bij tijd en wijle- ijskoude voet.
Teleurgesteld ging ik terug naar de net afgestudeerde huisarts, die suggereerde dat die mieren tussen mijn oren zaten. Ik moest misschien eens gaan praten met Iemand, en yoga was ook een goed idee. 

Ik deed natuurlijk al jaren aan yoga, maar breidde mijn welzijnspakket wel uit met fijne shiatsubehandelingen. De mieren bleven echter vrolijk rondhopsen in mijn rechterbeen. Ik schreef het aan de overgang toe en probeerde er zo goed en zo kwaad als dat ging mee te leven.




Op een workshop over de overgang werden de klachten van alle aanwezige vrouwen geïnventariseerd. Herkenbaar allemaal, heel herkenbaar, maar dat tintelende been hoorde toch echt niet in het rijtje thuis. 

Na een zeer ontspannen yogales, een week of wat later, sloegen de mieren op hol. Dit was de druppel. Ik ging weer naar de huisarts. Ik had gelukkig allang een andere, maar ze was niet aanwezig en ik kwam bij een vervangster terecht. Die me glazig aankeek, maar op het allerlaatste moment een ingeving kreeg. Ze had onlangs iemand met onverklaarbare migraine naar een musculoskeletale arts gestuurd, en die was daarmee geholpen. Het was een echte arts hoor, anders zou ze mij natuurlijk niet doorsturen, maar het viel wel onder de alternatieve geneeskunst. 
Neem je portemonneetje maar mee.

Dokter B. stelde aan de telefoon al bijna vast dat het vanuit mijn bekken kwam. Tijdens de eerste sessie was het meteen duidelijk dat de hele boel scheef stond en dat mijn klachten daarvandaan kwamen. 

Oké. Had ik nou zes jaar rondgelopen met iets dat in vijf behandelingen verholpen kon worden? 

De MSK-arts luisterde naar me, inventariseerde al mijn klachten en keek niet raar op bij mijn omschrijving van de mierenkolonie. Ook maakte hij een begin met het rechtzetten van mijn wervels.
's Nachts werd ik bijna huilend wakker van de pijn, maar er zat wel weer leven in mijn been en mijn voet was warm.

Een week later zette hij zwaarder geschut in. Met hamer en drevel tikte hij mijn zitbotjes op zijn plaats. Met een paar rukken aan mijn bovenbeen werd het schaambeen in de oorspronkelijke stand teruggezet. Bij het rechtzetten van de wervels in mijn nek moest ik even heel diep inademen, want daar zat een spiertje in de weg.

Ik sliep die nacht als een roos. De mieren ook.

zaterdag 12 oktober 2019

Blackstar


Opeens is het verdriet in alle hevigheid terug.

Ik kijk naar Five Years Later. Vrijdagmiddag, alleen op de bank, met een boterham en een pot thee.
Wat een feest: ik herken elke noot, kan elke zin afmaken en meezingen. Geniet van de prachtige beelden. Toen ik nog op de middelbare school zat en hevig fantaseerde over een ontmoeting met hem, na een concert of bij zijn huis in Zwitserland, waar penvriendin E. en ik ooit nog wel eens dachten te komen, wist ik zeker dat ik zijn dood nooit te boven zou komen.
Wat een creativiteit, wat een geniale jatter, wat een held, wat een heerlijke tandjes en geweldige heupen.

Dan komt het laatste stukje van de docu.

Lazarus. Ziek. Blackstar. Dood.



Ik denk aan de maandagochtend dat ik het bericht op Facebook las en dacht dat ik het niet goed had begrepen. Toen kwam het nieuws van 8 uur en bleek het toch waar te zijn.
In de auto op weg naar Hilversum belde ik met zus M., die me troostte en later nog een mooie kaart stuurde: Glass Tears van Man Ray, met de woorden 'Hij leeft voort in alles!'.

We gingen gezamenlijk naar de tentoonstelling in Groningen. Ik had Londen en Berlijn al achter de rug, maar dit was wel een heel speciale. Ik tekende het condoleanceregister en poseerde met zus M. voor de tekst David Bowie is a translation of the future.

Een jaar later zat ik met schoonzus I. in Londen bij de Lazarus musical, op de dag dat hij zeventig geworden zou zijn. Na het slotapplaus zongen we  'Happy Birthday, dear David'. 
Zus M. was er niet meer.

Volgend weekend zit ik in het DeLaMar en kijk ik naar de Nederlandse versie van Lazarus. 
Ik huil glazen tranen.

zaterdag 28 september 2019

Baltische weg 

In De rechtvaardigen van Jan Brokken, dat grotendeels in Litouwen is gesitueerd, wordt door middel van een citaat van Johan Huizinga uit 1923 gewaarschuwd voor de stemming in Europa:

'In plaats van de mensheid is de massa getreden. Voor ideeën zijn doeleinden gekomen, voor symbolen programma's, voor kwaliteit kwantiteit, voor verdieping verbreding.'

Zijn angst was terecht, maar gelukkig is er altijd een deel van de mensheid dat zich verzet tegen de meelopende massa. Of tegen een totalitair regime. En als dat massaal gebeurt kan het ook voor oplossingen zorgen.





In 1989, dertig jaar geleden, vormden twee miljoen inwoners van Estland, Letland en Litouwen een menselijke keten van zeshonderd kilometer. Van Tallinn via Riga naar Vilnius. Langs wegen en snelwegen. Omdat er teveel mensen toegestroomd waren werden er ook zijwegen van de route bezet.

Om precies 19.00 uur gaven zij elkaar een hand. Een kwartier lang bleven zij elkaars hand vasthouden.
Deze Baltische weg zorgde ervoor dat de drie landen uiteindelijk hun onafhankelijkheid terugkregen.

De waarschuwing van Johan Huizinga is helaas nog akelig actueel.