Posts tonen met het label rouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rouw. Alle posts tonen

zaterdag 24 juli 2021

Doorbraak

We hadden vriend B. begraven en waren ons weer extra bewust van de eigen sterfelijkheid. 
Doodmoe, dat ook. 

Een paar weken ervoor hadden we het wilde plan opgevat om toch te gaan verbouwen. Het was al eens eerder langsgekomen, maar ach, wat zouden we ons op de hals halen.  Al die troep, en ging het eigenlijk wel lukken, zelf een muurtje weghalen zonder dat het hele huis instortte?

Maar twee zielen, één gedachte. Althans: ik dacht het, en M. zei het. Zou het niet fantastisch zijn als we de voormalige slaapkamer van X. toch bij mijn ateliertje zouden trekken? Wat een heerlijke grote en lichte ruimte zou dat kunnen worden. 

Nu B. er echt niet meer was begrepen we dat we niet langer moesten wachten om onze dromen te realiseren. Het leven kon, dat hadden we weer gezien, zomaar voorbij zijn.

Een atelier en workshopruimte ineen, ik zag het helemaal voor me. 
Nu moesten we de beren op de weg nog zien te verdrijven. Stukje voor beetje. Om te beginnen verhuisde ik mijn tekenspullen naar mijn werkkamer. Daarna begon ik in mijn hoofd lijstjes te maken van de tientallen boeken die van één naar twee hoog moesten. Of omgekeerd, van twee naar één. 
Een planning hadden we nog niet, die hing af van een beschikbare stukadoor die de ontstane schade moest gaan herstellen.

In plaats van lijstjes maken kon ik beter maar gewoon beginnen. Op maandagochtend vulde ik krat na krat, sjouwde me het leplazarus en richtte zowel op één als op twee hoog de boekenkasten opnieuw in. Zo zou het worden, nu had ik een beeld. Tevreden liet ik M. zien wat ik gedaan had. 
Een uurtje later riep hij dat hij een stukadoor had gevonden, die de week erna tijd had. 
Ik kon maar beter meteen doorpakken. Opnieuw vulde ik krat na krat, nu met alle boeken die van boven naar beneden moesten, maar niet nadat ik een foto had gemaakt van de gewenste situatie.

Mijn werkkamer slibde dicht. Krat na krat werd opgestapeld, totdat een blauwe muur met hier en daar een toren mij omringde. Alsof ik een filiaaltje van de grootgrutter was begonnen. Met moeite kon ik mij een weg banen naar mijn werktafel.
Niet in paniek raken, hield ik mezelf voor. Het was voor een goed doel. 




Over een paar dagen zou M. gaan beginnen met het wegbreken van de muur. Opeens sloeg de twijfel bij hem toe. Zou de lange muur met de twee deuren het wel houden als hij het zijmuurtje sloopte? 
Ik adviseerde hem even naar buren om de hoek te lopen, die we wel eens op een verjaardagsfeestje bij andere buren tegenkwamen. Ze hadden laten vallen dat zij van de twee zolderkamertjes één ruimte hadden gemaakt, waar de biljarttafel stond. We waren altijd van harte welkom om dit te komen bekijken.

M. bleef lang weg. Erg lang. Op zich een goed teken, maar toen hij er uiteindelijk weer was vertelde hij dat net duidelijk was geworden dat de vrouw van het stel een hersentumor had. Ter grootte van een tennisbal. Haast was geboden.
Desondanks had de buurman aangeboden M. te komen helpen, over een paar dagen. Hij zou hem voordoen hoe hij moest beginnen en had zijn kwaliteitszagen al meegegeven.

Dezelfde avond stond hij plotseling voor de deur. Maandag zou toch niet lukken, want ze waren gebeld dat zijn vrouw die dag al terecht kon in het ziekenhuis voor een intakegesprek. De operatie zou waarschijnlijk dezelfde week al plaatsvinden.
Vrolijk stelde hij voor om dan nu maar te beginnen met de demonstratie. Terwijl ik beneden de afwas stond te doen ging boven de zaag de muur in.

Er was geen weg meer terug. 

zaterdag 26 juni 2021

Slak

Vertragen, hoorde ik de docente een aantal keer zeggen. 

Ik volgde een cursus, over het laagdrempelig begeleiden van mensen die een verlies hadden meegemaakt.

Vertragen. 
Vertragen.
Vertragen.




Ik wilde te snel. Vond het moeilijk om mijn mond te houden, niet meteen met een oplossing te komen. Zoals de meesten van ons. Maar praten helpt meestal niet, luisteren wel.

Licht jaloers bezag ik de docente. Rustig liep ze heen en weer, bedachtzaam sprak ze ons toe. 

De opmerkingen die op de lagere school, en later op de middelbare school, op mijn rapport stonden schoten door mijn hoofd. Niet te veel kletsen. 
Het bleek erfelijk. Dertig jaar later schreef meester B. woorden van gelijke strekking op het rapport van mijn dochter. Vindt kletsen met buuf soms belangrijker dan werk.

We oefenden. We leerden. 
We hielden ons mond en luisterden.

Als symbool voor mijn eindpresentatie koos ik een slak. 
Vertragen. Verlangzamen. Afremmen.




zaterdag 29 mei 2021

Het zuur en het zoet

Één enkele keer genoot ik als kind van een augurk. Mijn vader gaf me hem, 's morgens in alle vroegte. Hij stond in de keuken te ontbijten, bij de uitgeschoven broodplank van de Bruynzeelkeuken, voordat hij op zijn fiets zou stappen om de pont van kwart over zeven te halen. Daarna at ik geen enkele augurk meer, totdat ik volwassen was. 

Het zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het bijzondere moment, dat ik het ingelegde zuur lekker vond. Ik was een echte snoeper. In de weekenden dat we in het Amstelpark waren, waar we de pony's verzorgden, kon ik bij de kiosk niet kiezen. Zou ik een schuimblok kopen of toch een zakje zwartwit?


'Het zuur en het zoet, dat moet wel een beetje in balans zijn, hè?' zei zus M., niet lang voordat ze er nooit meer zou zijn.
Jazeker. Het lukt me steeds beter om deze uitersten in evenwicht te houden. 
En zelfs om in de zure augurk het zoete schuimblok te zien.

zaterdag 8 mei 2021

Liefdescompost

Precies op de dag dat het vijf jaar geleden was dat we afscheid namen van de vader van mijn kinderen, keek ik naar mijn eerste online uitvaart. Twee dagen ervoor waren we als klasje van de Zweedse les langs de kist van onze lieve medecursist gelopen en moesten we onhandig, op anderhalve meter afstand, zijn nabestaanden condoleren. Ook zijn vrouw behoorde tot ons klasje.

Nu keek ik naar het koude scherm van mijn laptop, waar desondanks de liefde van afspatte. Er werd gesproken, ook door zijn vrouw. Ze vertelde ons dat er prikkels nodig waren om te herinneren. Dat ze net voor zijn dood een magnolia had gekocht, en dat ze hem had beloofd deze te planten in de voortuin van hun huis in Zweden. Het huis waar ik twee jaar geleden, samen met zoon X., voor de lunch werd uitgenodigd. Waar we garnalen en zalm op tunnbröd aten en een glas witte wijn dronken.





De boom zou haar en anderen aan hem doen herinneren. Want dat was de plek waar hij was en woonde. Van alle bloemen die de afgelopen week waren gegeven en nog gegeven zouden worden ging ze liefdescompost maken.

Al onze herinneringen zouden samenkomen in die magnolia, en zijn nagedachtenis blijven voeden. 

Hej då, kära C. Vi ses!


zaterdag 24 april 2021

Vervagen

Opeens was ik al haar e-mails kwijt. De hele map die ik had aangemaakt was verdwenen. Had ik die in mijn verdriet per ongeluk weggegooid? Ik kon het mij niet voorstellen. Het was een week na de uitvaart van zus M. en ik raakte in paniek.

Ik hoorde het verhaal van de cursiste uit de yogagroep, over de brand die jaren geleden haar huis had verwoest. Ze had niets meer, ze kon nooit meer naar haar trouwfoto's kijken. Maar zelf was ze er nog, en ze genoot van het leven.

De yogadocente vertelde over haar autistische zoon die aan het eind van elk jaar alles weggooide wat hij de afgelopen twaalf maanden had vergaard. Al had hij de dag ervoor een duur tijdschrift gekocht, op 31 december ging het de deur uit. Zo kon hij het nieuwe jaar met een schone lei beginnen.






Het relativeerde. 
De map bleef weg. In de loop van de jaren viste ik af en toe, hier en daar, verdwaalde mails als pareltjes naar boven. Echt nodig was het niet: ik kon de essentie van haar schrijven, de humor en de toon wel dromen. 

Herinneringen vervagen, maar wat blijft is onze liefde.

zaterdag 3 april 2021

Tweedehands

Kon hij maar vertellen wat er was gebeurd. Waarom hij zo'n grote wond aan zijn linkerachterpoot had. Of hij als niet-gecastreerde kater werkelijk Mimi had geheten. En of de leeftijd die de dierenarts hem had toebedeeld wel klopte.

Aan de andere kant: wat maakte het uit. In mijn hart was er ruimte genoeg voor een iets oudere kat met een geblesseerde achterpoot en een verborgen verleden. De onschuldige blik in zijn geelgroene ogen en zijn enorme katerwangen waren onweerstaanbaar. Bovendien had ik zelf óók het nodige meegemaakt in mijn leven, en kon hij niet eens kiezen met wie hij mee naar huis ging. Wie was ik om te oordelen over dit levende wezen?

In het asiel had hij de naam Bikkel gekregen. Stoïcijns onderging hij de onderzoeken en behandelingen om zijn poot weer op te lappen. Hij verblikte of verbloosde niet van zijn luidruchtige buurman.
Ondanks zijn net-nieuwe naam wist ik het meteen: dit is mijn Oskar. Nee, niet de teckel waar ik al jaren van droomde, maar een cyperse kater. De vorm was niet zo belangrijk. Het was de onverschrokken ik-ben-anders-dan-anders uitstraling die bij de naam paste. Onafhankelijk, dapper en lief.




'Ik vind het wel een beetje snel, hoor,' zei M. Het was inderdaad nog maar net twee maanden geleden dat mijn allerliefste Rovertje ons had verlaten. Hij zou nooit meer terugkomen, en niemand kon zijn plaats innemen. Natuurlijk niet. Maar ik hoorde mezelf nog tegen de dierenarts zeggen dat Rover mijn laatste nog thuiswonende kind was. Ik had een zorgbehoefte die vervuld moest worden.

Nu maar wachten op het verlossende telefoontje van het asiel dat onze nieuwe vriend klaar is om te verhuizen.

zaterdag 20 maart 2021

Verweven

Sokken gooide je vroeger niet weg als er een gat in zat, die stopte je. Mijn moeder had een afgedankt rood plastic eierdopje dat ze speciaal voor dit doel in haar naaidoos bewaarde. In die houten doos, met vakjes en een schuifdeksel, hadden jarenlang de felgekleurde houten latjes en plastic schroeven van de Sio Montage gezeten.

Met veel geduld werd het gat in de sok gestopt. Het eierdopje in de sok geschoven, zodat er ruimte ontstond voor de scherpe naald. Met speciale stopwol weefde moeder in een rijgsteek eerst verticale lijnen, daarna -haaks erop- de horizontale er dwars doorheen.
Zo werd het nieuwe met het oude verweven en kon de sok nog een tijdje mee.


'Heb je het al verwerkt?' wordt er soms gevraagd. Nee, verwerken doen we tegenwoordig niet meer. We verwéven ons verdriet, de pijn, de angst. Het mag opgaan in het dagelijks leven. Aanwezig als een stop in de sok. Duidelijk of minder duidelijk, afhankelijk van de kleur die je gebruikt. Maar het is er en het gaat niet weg. 

Verweven, steek voor steek, om door te kunnen gaan met leven.

zaterdag 19 december 2020

 Handdoekje


Het einde van het jaar nodigt traditioneel uit tot opruimen, weggooien. Ontrommelen. Het opbergen van het versgestreken beddengoed geeft aanleiding tot het uitmesten van de kast op de overloop. Twee tasjes voetbalkleding van zoon X., niet-passende dekbedovertrekken, nog wat kledingstukken van de vader van mijn kinderen die viereneenhalf jaar geleden een plekje moesten krijgen.



Twee handdoekjes uit mijn ouderlijk huis in de Pinasstraat. Ik zie de wc weer voor me,  met de doortrekpijp die eind jaren zestig hypermodern was, maar die nu in geen enkel toilet meer te vinden is. Naast het piepkleine wasbakje met het stuk Unicura- of Palmolive-zeep hing een gastendoekje, dat niet alleen door gasten werd gebruikt. 

Het zou niet misstaan in een toilet anno 2020.

woensdag 16 december 2020

Vijf jaar

Vanaf de foto die aan het wandje boven mijn schrijftafel hangt kijkt ze me aan met haar pientere blik. Ze hield er niet zo van om gefotografeerd te worden. Ze kijkt ernstig, maar om haar mond flauwt een glimlach. De prachtige paarse sjaal die ze om haar hals draagt hangt nu bij vader in de kast. Zus M. kocht hem voor haar, zoals ze zo vaak cadeautjes en cadeaus voor iedereen meenam. 

Een, twee, drie, vier, vijf.



Vijf jaar geleden alweer, dat moeder langzaam van ons weggleed. De opmaat naar het nieuwe jaar, waarin de dagen staan dat we ook zus M. en M., de vader van mijn kinderen, al vijf jaar moeten missen.

Ik luister naar Five Years van David Bowie, de onheilstijding waarin wordt aangekondigd dat we nog maar vijf jaar te leven hebben op deze aarde. De westerse beschaving staat op het punt ineen te storten. Wat was het toch een visionair.

Ik ben blij dat moeder deze tijd niet hoeft mee te maken. 

zaterdag 7 november 2020

Zeepbakje

Op de radio vertelde de schrijfster over haar overleden broer. Hij kwam nog wekelijks voor in haar dromen. Ik droom bijna nooit over zus M., over moeder of over de vader van mijn kinderen. 

Waarom niet? Hebben ze er geen behoefte aan om in mijn dromen te verschijnen? Ben ik overdag al genoeg met ze bezig? Is mijn ex het al zat om sinds een jaar dagelijks in mijn hoofd te zitten en de hoofdrol te spelen in het verhaal dat ik over hem reconstrueer? Wil hij 's nachts gewoon met rust gelaten worden?

Vindt zus M. het genoeg dat ik overdag aan haar denk, wanneer ik in een situatie beland dat ik bijna hardop moet lachen als ik mij haar reactie voorstel?

En moeder, waar blijft moeder? Een paar weken geleden verscheen ze plotseling in mijn droom. We waren in Italië, een  land waar ze bij leven nooit geweest is. In een lommerrijke boomgaard kwam ze aanlopen met een schaal spinazie in haar handen. De mater familias met al haar kinderen en kleinkinderen om zich heen.



Soms is het jammer dat ze er zo weinig zijn 's nachts, maar de dag geeft mij genoeg herinneringen. Onze badkamer is verbouwd en nu vervangen we de accessoires. In mijn handen heb ik een knaloranje zeepbakje, jaren geleden gekocht op Koninginnedag, samen met zus M. Het moet een dinosauriër voorstellen, ik vermoed een triceratops, liggend op zijn of haar rug met een jong triceratopsje tegen vader of moeder aangevleid. Zus M. kocht de andere, een knalgroene, die jarenlang in haar badkamer de zeep vasthield.

Er staat nu een strak zwart marmeren zeepschaaltje op de strakke witte wastafel. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om de foeilelijke oranje triceratops weg te gooien. Nog niet.

zondag 16 augustus 2020

Dertig

Dertig

Vandaag dertig jaar geleden trouwden we. De aanloop ernaartoe was hectisch. We kenden elkaar een jaar, maar pas vier maanden voor De Grote Dag was het duidelijk dat hij met mij verder zou gaan.

Dertig jaar, maar het voelt dichterbij dan ooit. Voor het boek dat ik schrijf over ons gezamenlijke leven liet ik de videoband van onze bruiloft digitaliseren. Ik zie een meisje, net vierentwintig jaar oud, dat met een glas ataya-thee in de hand onbezorgd danst op de muziek die live wordt gespeeld. Ik zie mensen in alle kleuren, uit alle windstreken. Mensen die ik een jaar ervoor nog niet kende, maar ook mensen die toen al vierentwintig jaar in mijn leven waren. Mensen die er nu niet meer zijn, en mensen die er nog wel zijn maar die ik nooit meer spreek.



Ik zie een tafel vol eten, klaargemaakt door mijn zussen, schoonzussen en moeder. Hartige taarten, kippenpootjes, Turks brood.  Flessen wijn, gele kratten vol flesjes Heineken-bier en grote schalen met bissap en jus de gingembre staan gezellig naast elkaar.

De band wisselt regelmatig van samenstelling. Er schuiven muzikanten uit Gambia, Suriname en de Antillen aan. Mijn Molukse collega's dansen. Vader en zus M. fotograferen, moeder giechelt met haar vriendinnen en begeeft zich dan toch ook maar op de dansvloer.
Mijn vriendinnen doen een poging om Stir it up  van Bob Marley te zingen, maar blijven hangen bij dat ene zinnetje. Het maakt niet uit.

Mijn kersverse man trommelt mee met de band. Zo is hij in zijn element.
Al had ik toen geweten wat ons nog allemaal zou gebeuren, ik had het voor geen goud willen missen.

zondag 3 mei 2020

Ndank ndank


Vandaag vier jaar geleden overleed de vader van mijn kinderen.
Nu schrijf ik een boek over ons gezamenlijk verleden.
Het kleurrijke, woelige en niet altijd even leuke verleden.


Stapje voor stapje kom ik dichter bij het geheel.
Eerder kon het blijkbaar niet, alles op zijn tijd.
Ndank ndank, zou hij gezegd hebben. Rustig aan.

MODOU THIAM DOGO 7 MEI 1956 - 3 MEI 2016

woensdag 8 april 2020

This was it

Vier jaar geleden alweer. Ik denk vaak aan haar. Mis haar elke dag, praat tegen haar in mijn hoofd.

Lang na haar overlijden kreeg ik wat spullen die haar hadden toebehoord, en die ik misschien zou willen hebben. Bij een van zus M.'s laatste creatieve projecten had ze acrylverf gebruikt, die ze in combinatie met haar fantastische foto's tot nog mooiere mixed media kunstwerken had bewerkt. Daar wilde ik graag mee schilderen.

En was dat dvd'tje van mij?



Ik pakte het uit. Het was een opname van een concert van Michael Jackson, dochter F.'s favoriet. Ik wist niet meer dat ze het geleend had, waarschijnlijk jaren geleden.
In haar sierlijke, zo kenmerkende handschrift stond daar een van mijn koosnaampjes: Gabriela.

Eronder de titel van de concertreeks en tevens de keiharde boodschap. Alsof ze het er nog even inwreef:

This is it!

zaterdag 12 oktober 2019

Blackstar


Opeens is het verdriet in alle hevigheid terug.

Ik kijk naar Five Years Later. Vrijdagmiddag, alleen op de bank, met een boterham en een pot thee.
Wat een feest: ik herken elke noot, kan elke zin afmaken en meezingen. Geniet van de prachtige beelden. Toen ik nog op de middelbare school zat en hevig fantaseerde over een ontmoeting met hem, na een concert of bij zijn huis in Zwitserland, waar penvriendin E. en ik ooit nog wel eens dachten te komen, wist ik zeker dat ik zijn dood nooit te boven zou komen.
Wat een creativiteit, wat een geniale jatter, wat een held, wat een heerlijke tandjes en geweldige heupen.

Dan komt het laatste stukje van de docu.

Lazarus. Ziek. Blackstar. Dood.



Ik denk aan de maandagochtend dat ik het bericht op Facebook las en dacht dat ik het niet goed had begrepen. Toen kwam het nieuws van 8 uur en bleek het toch waar te zijn.
In de auto op weg naar Hilversum belde ik met zus M., die me troostte en later nog een mooie kaart stuurde: Glass Tears van Man Ray, met de woorden 'Hij leeft voort in alles!'.

We gingen gezamenlijk naar de tentoonstelling in Groningen. Ik had Londen en Berlijn al achter de rug, maar dit was wel een heel speciale. Ik tekende het condoleanceregister en poseerde met zus M. voor de tekst David Bowie is a translation of the future.

Een jaar later zat ik met schoonzus I. in Londen bij de Lazarus musical, op de dag dat hij zeventig geworden zou zijn. Na het slotapplaus zongen we  'Happy Birthday, dear David'. 
Zus M. was er niet meer.

Volgend weekend zit ik in het DeLaMar en kijk ik naar de Nederlandse versie van Lazarus. 
Ik huil glazen tranen.

zondag 30 juni 2019

Nieuwe ogen (Ogentroost III)

Ik kreeg mijn eerste nieuwe oog. 
Mijn allergrootste wens ging in vervulling, sinds mijn oude ogen de contactlenzen niet meer verdroegen, die het leven vanaf dat ik zestien was zo hadden verrijkt.  

Ze hield het nog even spannend, oogarts K. die mij de oplossing van implantlenzen had voorgesteld. Twee dagen voor de eerste operatie werd ze ziek en werden alle patiënten voor die dag afgebeld.
Even onverwacht was ik de week erna toch aan de beurt, en had ik geen tijd meer om zenuwachtig te zijn.

Mijn wereld werd geminimaliseerd tot het verdoofde linkeroog. Kijk maar recht in het lampje, en daar ontstond een wit licht, dat veranderde in de prachtigste kleuren en vormen.
Ik voelde hoe ze sneed in mijn oog, maar er was geen pijn. Alleen dat licht, alsof ik was verworden tot een jarenzeventiglavalamp.

Al in de auto op weg naar huis, uiteraard op de passagiersstoel gezeten, kon ik door de lagen zalf en het plastic kapje heen haarscherp het nummerbord van de auto voor ons lezen. Wat een wonder!


Twee weken lang zal ik nu afwisselend met mijn linker- of mijn rechteroog de wereld aanschouwen. Links doet het prima voor in de verte, met rechts kan ik nog lezen. En wat heerlijk dat ik mijn benen weer kan scheren onder de douche, zonder een bloedbad aan te richten.

Over twee weken is oog 2 aan de beurt. Als dokter K. net zo tevreden is als bij oog 1 kan ik straks zonder bril mijn omgeving weer zien, iets wat ik na mijn tiende niet meer heb beleefd.
Oké, die leesbril blijft nodig, maar wie zeurt daar nu over?

Dan doemen de vragen op. 

Zijn dit nu nog wel de ogen die zus M. zagen toen ze mij aankeek, in haar allerlaatste moment? 
De ogen die vol liefde naar moeder keken, die in haar rolstoel naar mij opkeek? 
De ogen waarmee ik naar M. keek tijdens het kerstdiner, waarvan later bleek dat dit de laatste keer was dat ik hem zag?

Of horen deze nieuwe ogen bij de nieuwe tijd, bij de periode Erna? Laten we het er maar op houden dat je kijkt met je hart, en dat het middel waarmee er even niet toe doet.

vrijdag 21 juni 2019

Het zoet en het zuur


Vandaag zou ze zestig zijn geworden, zus M. 

Wat had ze er een feest van gemaakt, als ze nog onder ons was geweest. Zeker weten dat ze het al maanden van tevoren had laten vallen. Kinderlijk opgewonden zou ze zijn geweest, net zoals ze dat was als er een verjaardag van een van ons zat aan te komen. Weet je al wat je wilt hebben voor je verjaardag? of Ik heb iets heeeeel erg leuks voor je verjaardag gekocht!
Nieuwsgierig zou ze hebben gevist naar wat je voor haar had gekocht of geregeld, maar liever nog regelde ze het allemaal zelf.






Vanavond eten we aardbeien met slagroom. Niet omdat het Zweeds midsommar is, maar omdat we dat drie jaar geleden bedachten, toen we de eerste verjaardag zonder het feestvarken vierden. 

Aardbeien waren haar lievelings. 

Ik zie haar gezicht voor me. De ogen dichtgeknepen van genot, haar hand in een gesticulerend gebaar naast haar wang, en dan een langgerekt Mmmmmmm in alle toonaarden.

Het zoet en het zuur moeten wel in balans zijn, schreef ze in een van haar laatste mailtjes. 
Dus eten we vanavond aardbeien met slagroom, maar zullen we het grote gemis er dwars doorheen proeven.

zaterdag 8 juni 2019

Rond

Vanmiddag wordt er in besloten kring afscheid van hem genomen.
En over een paar dagen nog een keer, maar dan door zijn collega's. In het bijzijn van zijn man en zijn familie. 
Zonder mij.

Wat was het een feest om met hem samen te werken. Wat een lieve, lieve man was dit. Iemand die altijd klaar stond voor zijn collega's. Altijd even punctueel, en dat voor een creatief. Bescheiden, maar met een fijn gevoel voor humor.



Elf jaar lang, week in, week uit, leverde hij mij de pagina's die ik nodig had. Soms in een keer, soms verdeeld over een paar dagen. 
Altijd met een laatste zinnetje: Dan zijn we weer rond voor deze week. 

Nu is er niets meer rond. Het geheel is aan flarden, de stukken schieten alle kanten op.

Vanmiddag wordt er afscheid genomen van W., op het uur dat mijn vliegtuig loskomt van de grond. Misschien dat we elkaar daarboven dan weer tegenkomen? En dat we toch weer een klein beetje rond zijn voor deze week?

zaterdag 29 december 2018

Verbinding

Hij was de kluts kwijt, en eerlijk gezegd ik ook wel een beetje.
Het tweepersoonsbed waar poeslief overdag zo graag op lag te soezen was verdwenen. Hij durfde niet meer in de kale kamer te komen.

Een verdieping hoger stond het logeerbed, ook daar kwam hij graag. Behalve logeerkamer was dit ook mijn strijkkamer, en de bokszak van M. hing er verankerd aan het plafond. De resten van zoon X. die hij niet had mee willen nemen toen hij ruim twee jaar geleden het huis uit ging, maar die óók niet weg mochten, lagen op plankjes aan de muur en stonden in dozen op de grond.

Twee half onttakelde kamers werkten niet mee aan de verwerking van het Lege Nest Syndroom. Wat moesten we met al die ruimte nu ook dochter F. het ouderlijk huis had verlaten?

Ik besloot het rigoureus aan te pakken. De logeer/strijk/bokskamer zou het domein van M. worden. Die bokszak was immers niet zo makkelijk te verplaatsen, en sporten was de laatste maanden zijn middle name geworden. Hier kon hij zich lekker uitleven.

Het logeerbed werd uit elkaar geschroefd, flink afgelapt en een verdieping lager weer in elkaar gezet. De boeken en dozen in plukjes naar beneden gesjouwd. Mijn benen kregen een goede work-out door al het traplopen. De stofzuiger werkte op volle toeren en de huid op mijn handen werd rimpelig van het sop. Van huishoudhandschoenen heb ik nooit gehouden.

Het nieuwe zijdezachte mandje dat ik in de woonkamer voor het ontdane poezebeest had neergezet werd straal voorbijgelopen.




Aan het eind van dag 1 stond het logeerbed op zijn plaats en lagen er stapels uit te zoeken zooi, maar in ieder geval in de juiste kamer. De deur van de nog in te richten, maar schoon opgeleverde sportkamer kon dicht.

Dag 2 gebruikte ik om de boekenkast van F. leeg te halen, schoon te maken en opnieuw  in te richten. De kinder- en jeugdboeken werden afgestoft en in volgorde van grootte neergezet. De diverse mandjes en bakjes met make-up, nagellak en sieraden die niet in haar nieuwe onderkomen pasten kieperde ik om in een grote mand die het predikaat 'Verder uit te zoeken' kreeg. Op de vrijgespeelde planken kwamen de boeken en PC-spelletjes van zoon X.
In de enorme kledingkast, die te groot was geweest om mee te verhuizen, lag een deel van dochters garderobe. Zo kon ze nog eens wisselen. De lege ruimte vulde ik met de dozen die ik jaren geleden voor mijn kinderen maakte, met de restanten van hun peuter-,kleuter- en basisschooljaren. 

Ook de herinneringen aan de vader van mijn kinderen kregen een plaats in de kast. Brieven, cassettebandjes met live-opnamen, krantenknipsels met recensies, foto's. Al het waardevolle dat we uit zijn huis hadden weten te redden op de dag dat hij naar Touba werd gebracht.

's Avonds ontdekte poes R. het logeerbed.
Het klopte weer: mijn derde kind zorgde voor de verbinding tussen verleden en heden.

zondag 23 december 2018

De kleine dingen


Vader had er graag een half uur van tevoren willen zijn, ik dacht eerder aan een kwartier. 
Vader bleek gelijk te hebben. Toen we aankwamen bij de kerstviering in de activiteitenruimte zat het al stampvol. Erger nog: het muzikale trio, bestaande uit een bassist, een gitarist en een zangeres, was al volop bezig met het spelen van kerstliedjes. Voor straf werden vader en ik uit elkaar gehaald en in verschillende rijen op een stoel geplant. 
Ik zat naast een bewoonster van wie ik niet goed kon vaststellen of dat wat ze tegen me zei ook hout sneed, maar we hadden het wel gezellig met elkaar.

Ik stortte me in de kerstviering, die opgedeeld was in drie thema's. 
We begonnen met kerst als midwinterviering. Het huis had een socialistische achtergrond en de geestelijk verzorger was er voor alle gezindten, dus ook voor de ongelovigen. 
Na het zingen van O Sole Mio zong een van de bewoners vrolijk verder. Ze kwam immers uit Indonesië, en kende de tekst dus van buiten. Dat deze in het Italiaans was deed er even niet toe.




Het tweede thema bracht het verhaal van Het Kind. Wonderbaarlijk genoeg werden de liederen hier uit volle borst meegezongen, of men nu rood was of niet. Iedereen kende ze van de lagere school, de kerk of de kerstplaat thuis.

Toen kwam de verbondenheid, thema nummer drie. Er werden vijf kaarsen aangestoken, voor vijf groepen mensen aan wie gedacht werd deze kerst. 
De eenzamen. De zieken. De kinderen die in oorlog leven. De mantelzorgers. De armen.

Wat sloot daar mooier op aan dan het lied van Saskia en Serge, Het zijn de kleine dingen die het doen ? 
Zus M. was opeens dicht bij me. In 1973 schreef zij deze ene zin in mijn poëziealbum. Ze plakte er, behalve een paar piepkleine fotootjes en uitgeknipte illustraties, een echt dubbeltje bij.
In mijn ogen een enorme schat.

Mijn buurvrouw was inmiddels druk in gesprek gewikkeld met de zoon van een andere bewoonster die in de rij achter ons zat. Waarschijnlijk hadden ze elkaar nog nooit gezien, maar de man speelde het toneelstukje aardig mee. Bij het weggaan gaf hij haar een klinkende kus op haar oude wangen.


Ik wens iedereen een mooie kerst.  
Met kleine dingen, in grote verbondenheid.

zaterdag 3 november 2018

Jampotjes

Op Allerzielen reed ik met vader naar de begraafplaats waar we afscheid hadden genomen van moeder en zus M. We hadden ze er niet begraven, maar toch voelden ze dichtbij. 

We liepen naar het katholieke gedeelte en stonden even stil bij de laatste rustplaats van tante B. De vorige keer was er nog geen herkenbaar graf en hadden we haar niet kunnen vinden. Of tante de cortenstalen plaat erg mooi had gevonden wist nicht A. niet, maar ach, ze zou er zelf niet veel meer van merken. Strak was het wel.

We wandelden verder en verwonderden ons over de grote hoeveelheid bonte versiersels op de graven. Knuffels, verroeste stormlampen, kunstbloemen in alle soorten en kleuren en Ajax-parafernalia zorgden in combinatie met de niet al te vlakke ondergrond voor een rommelig geheel. 
En dat terwijl het nog niet zo oude rouwcentrum zo'n prachtig eigentijds gebouw was en de oude hoge bomen voor een verstilde sfeer zorgden.


Aan het eind van de hoofdlaan stonden de resten van de Lichtjesavond, die twee dagen ervoor had plaatsgevonden. Op de website was een oproep gedaan om van thuis een glazen potje met foto van je overleden dierbare mee te nemen. Inclusief  mini-ledlichtje en deksel. De herdenkingspotjes waren in een ongetwijfeld door een kunstenaar bedachte stellage van opengeslagen koffers geplaatst.

Vanuit de potjes keken de uitgeprinte overledenen ons vervormd aan. Jong, oud, man, vrouw. Serieus kijkend of breed lachend. Alleen of met zijn tweetjes. Met een rood-wit geruite jamdeksel of een knalgele pindakaasdeksel. Sommige families hadden gesmokkeld en hadden opa of tante in viervoud terug laten komen.

Een novemberwesp vloog een V&D-koffer in en cirkelde rond een potje, op zoek naar jamresten. Ik denk dat moeder en zus M. erom hadden kunnen lachen.

Maar ach, al die mensen die er niet meer zijn. Wat worden ze gemist.