Posts tonen met het label hart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hart. Alle posts tonen

zaterdag 3 april 2021

Tweedehands

Kon hij maar vertellen wat er was gebeurd. Waarom hij zo'n grote wond aan zijn linkerachterpoot had. Of hij als niet-gecastreerde kater werkelijk Mimi had geheten. En of de leeftijd die de dierenarts hem had toebedeeld wel klopte.

Aan de andere kant: wat maakte het uit. In mijn hart was er ruimte genoeg voor een iets oudere kat met een geblesseerde achterpoot en een verborgen verleden. De onschuldige blik in zijn geelgroene ogen en zijn enorme katerwangen waren onweerstaanbaar. Bovendien had ik zelf óók het nodige meegemaakt in mijn leven, en kon hij niet eens kiezen met wie hij mee naar huis ging. Wie was ik om te oordelen over dit levende wezen?

In het asiel had hij de naam Bikkel gekregen. Stoïcijns onderging hij de onderzoeken en behandelingen om zijn poot weer op te lappen. Hij verblikte of verbloosde niet van zijn luidruchtige buurman.
Ondanks zijn net-nieuwe naam wist ik het meteen: dit is mijn Oskar. Nee, niet de teckel waar ik al jaren van droomde, maar een cyperse kater. De vorm was niet zo belangrijk. Het was de onverschrokken ik-ben-anders-dan-anders uitstraling die bij de naam paste. Onafhankelijk, dapper en lief.




'Ik vind het wel een beetje snel, hoor,' zei M. Het was inderdaad nog maar net twee maanden geleden dat mijn allerliefste Rovertje ons had verlaten. Hij zou nooit meer terugkomen, en niemand kon zijn plaats innemen. Natuurlijk niet. Maar ik hoorde mezelf nog tegen de dierenarts zeggen dat Rover mijn laatste nog thuiswonende kind was. Ik had een zorgbehoefte die vervuld moest worden.

Nu maar wachten op het verlossende telefoontje van het asiel dat onze nieuwe vriend klaar is om te verhuizen.

zondag 30 juni 2019

Nieuwe ogen (Ogentroost III)

Ik kreeg mijn eerste nieuwe oog. 
Mijn allergrootste wens ging in vervulling, sinds mijn oude ogen de contactlenzen niet meer verdroegen, die het leven vanaf dat ik zestien was zo hadden verrijkt.  

Ze hield het nog even spannend, oogarts K. die mij de oplossing van implantlenzen had voorgesteld. Twee dagen voor de eerste operatie werd ze ziek en werden alle patiënten voor die dag afgebeld.
Even onverwacht was ik de week erna toch aan de beurt, en had ik geen tijd meer om zenuwachtig te zijn.

Mijn wereld werd geminimaliseerd tot het verdoofde linkeroog. Kijk maar recht in het lampje, en daar ontstond een wit licht, dat veranderde in de prachtigste kleuren en vormen.
Ik voelde hoe ze sneed in mijn oog, maar er was geen pijn. Alleen dat licht, alsof ik was verworden tot een jarenzeventiglavalamp.

Al in de auto op weg naar huis, uiteraard op de passagiersstoel gezeten, kon ik door de lagen zalf en het plastic kapje heen haarscherp het nummerbord van de auto voor ons lezen. Wat een wonder!


Twee weken lang zal ik nu afwisselend met mijn linker- of mijn rechteroog de wereld aanschouwen. Links doet het prima voor in de verte, met rechts kan ik nog lezen. En wat heerlijk dat ik mijn benen weer kan scheren onder de douche, zonder een bloedbad aan te richten.

Over twee weken is oog 2 aan de beurt. Als dokter K. net zo tevreden is als bij oog 1 kan ik straks zonder bril mijn omgeving weer zien, iets wat ik na mijn tiende niet meer heb beleefd.
Oké, die leesbril blijft nodig, maar wie zeurt daar nu over?

Dan doemen de vragen op. 

Zijn dit nu nog wel de ogen die zus M. zagen toen ze mij aankeek, in haar allerlaatste moment? 
De ogen die vol liefde naar moeder keken, die in haar rolstoel naar mij opkeek? 
De ogen waarmee ik naar M. keek tijdens het kerstdiner, waarvan later bleek dat dit de laatste keer was dat ik hem zag?

Of horen deze nieuwe ogen bij de nieuwe tijd, bij de periode Erna? Laten we het er maar op houden dat je kijkt met je hart, en dat het middel waarmee er even niet toe doet.