Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen

zaterdag 5 juni 2021

Het land der herinneringen

De zomer staat voor de deur. We gaan niet op vakantie. We hebben redenen genoeg.

We willen in de buurt zijn als het onvermijdelijke gebeurt.
We hebben net een nieuwe kat.
We sparen voor een nieuwe keuken.

En ach, de onzekerheid of we veilig kunnen reizen naar en verblijven in mijn dierbare Zweden is sowieso groot.


Het is niet erg.

We hebben een heerlijk huis en een heerlijke tuin. Er liggen stapels ongelezen boeken en niet-beluisterde podcasts klaar. Plannen om uit te werken, een verhaal om af te schrijven. 
We proberen te genieten in afwachting van dat ene telefoontje.

Deze zomer reis ik af naar het land der herinneringen in mijn hoofd.

.







zaterdag 8 mei 2021

Liefdescompost

Precies op de dag dat het vijf jaar geleden was dat we afscheid namen van de vader van mijn kinderen, keek ik naar mijn eerste online uitvaart. Twee dagen ervoor waren we als klasje van de Zweedse les langs de kist van onze lieve medecursist gelopen en moesten we onhandig, op anderhalve meter afstand, zijn nabestaanden condoleren. Ook zijn vrouw behoorde tot ons klasje.

Nu keek ik naar het koude scherm van mijn laptop, waar desondanks de liefde van afspatte. Er werd gesproken, ook door zijn vrouw. Ze vertelde ons dat er prikkels nodig waren om te herinneren. Dat ze net voor zijn dood een magnolia had gekocht, en dat ze hem had beloofd deze te planten in de voortuin van hun huis in Zweden. Het huis waar ik twee jaar geleden, samen met zoon X., voor de lunch werd uitgenodigd. Waar we garnalen en zalm op tunnbröd aten en een glas witte wijn dronken.





De boom zou haar en anderen aan hem doen herinneren. Want dat was de plek waar hij was en woonde. Van alle bloemen die de afgelopen week waren gegeven en nog gegeven zouden worden ging ze liefdescompost maken.

Al onze herinneringen zouden samenkomen in die magnolia, en zijn nagedachtenis blijven voeden. 

Hej då, kära C. Vi ses!


zaterdag 24 april 2021

Vervagen

Opeens was ik al haar e-mails kwijt. De hele map die ik had aangemaakt was verdwenen. Had ik die in mijn verdriet per ongeluk weggegooid? Ik kon het mij niet voorstellen. Het was een week na de uitvaart van zus M. en ik raakte in paniek.

Ik hoorde het verhaal van de cursiste uit de yogagroep, over de brand die jaren geleden haar huis had verwoest. Ze had niets meer, ze kon nooit meer naar haar trouwfoto's kijken. Maar zelf was ze er nog, en ze genoot van het leven.

De yogadocente vertelde over haar autistische zoon die aan het eind van elk jaar alles weggooide wat hij de afgelopen twaalf maanden had vergaard. Al had hij de dag ervoor een duur tijdschrift gekocht, op 31 december ging het de deur uit. Zo kon hij het nieuwe jaar met een schone lei beginnen.






Het relativeerde. 
De map bleef weg. In de loop van de jaren viste ik af en toe, hier en daar, verdwaalde mails als pareltjes naar boven. Echt nodig was het niet: ik kon de essentie van haar schrijven, de humor en de toon wel dromen. 

Herinneringen vervagen, maar wat blijft is onze liefde.

zaterdag 19 december 2020

 Handdoekje


Het einde van het jaar nodigt traditioneel uit tot opruimen, weggooien. Ontrommelen. Het opbergen van het versgestreken beddengoed geeft aanleiding tot het uitmesten van de kast op de overloop. Twee tasjes voetbalkleding van zoon X., niet-passende dekbedovertrekken, nog wat kledingstukken van de vader van mijn kinderen die viereneenhalf jaar geleden een plekje moesten krijgen.



Twee handdoekjes uit mijn ouderlijk huis in de Pinasstraat. Ik zie de wc weer voor me,  met de doortrekpijp die eind jaren zestig hypermodern was, maar die nu in geen enkel toilet meer te vinden is. Naast het piepkleine wasbakje met het stuk Unicura- of Palmolive-zeep hing een gastendoekje, dat niet alleen door gasten werd gebruikt. 

Het zou niet misstaan in een toilet anno 2020.

woensdag 16 december 2020

Vijf jaar

Vanaf de foto die aan het wandje boven mijn schrijftafel hangt kijkt ze me aan met haar pientere blik. Ze hield er niet zo van om gefotografeerd te worden. Ze kijkt ernstig, maar om haar mond flauwt een glimlach. De prachtige paarse sjaal die ze om haar hals draagt hangt nu bij vader in de kast. Zus M. kocht hem voor haar, zoals ze zo vaak cadeautjes en cadeaus voor iedereen meenam. 

Een, twee, drie, vier, vijf.



Vijf jaar geleden alweer, dat moeder langzaam van ons weggleed. De opmaat naar het nieuwe jaar, waarin de dagen staan dat we ook zus M. en M., de vader van mijn kinderen, al vijf jaar moeten missen.

Ik luister naar Five Years van David Bowie, de onheilstijding waarin wordt aangekondigd dat we nog maar vijf jaar te leven hebben op deze aarde. De westerse beschaving staat op het punt ineen te storten. Wat was het toch een visionair.

Ik ben blij dat moeder deze tijd niet hoeft mee te maken. 

zaterdag 7 november 2020

Zeepbakje

Op de radio vertelde de schrijfster over haar overleden broer. Hij kwam nog wekelijks voor in haar dromen. Ik droom bijna nooit over zus M., over moeder of over de vader van mijn kinderen. 

Waarom niet? Hebben ze er geen behoefte aan om in mijn dromen te verschijnen? Ben ik overdag al genoeg met ze bezig? Is mijn ex het al zat om sinds een jaar dagelijks in mijn hoofd te zitten en de hoofdrol te spelen in het verhaal dat ik over hem reconstrueer? Wil hij 's nachts gewoon met rust gelaten worden?

Vindt zus M. het genoeg dat ik overdag aan haar denk, wanneer ik in een situatie beland dat ik bijna hardop moet lachen als ik mij haar reactie voorstel?

En moeder, waar blijft moeder? Een paar weken geleden verscheen ze plotseling in mijn droom. We waren in Italië, een  land waar ze bij leven nooit geweest is. In een lommerrijke boomgaard kwam ze aanlopen met een schaal spinazie in haar handen. De mater familias met al haar kinderen en kleinkinderen om zich heen.



Soms is het jammer dat ze er zo weinig zijn 's nachts, maar de dag geeft mij genoeg herinneringen. Onze badkamer is verbouwd en nu vervangen we de accessoires. In mijn handen heb ik een knaloranje zeepbakje, jaren geleden gekocht op Koninginnedag, samen met zus M. Het moet een dinosauriër voorstellen, ik vermoed een triceratops, liggend op zijn of haar rug met een jong triceratopsje tegen vader of moeder aangevleid. Zus M. kocht de andere, een knalgroene, die jarenlang in haar badkamer de zeep vasthield.

Er staat nu een strak zwart marmeren zeepschaaltje op de strakke witte wastafel. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om de foeilelijke oranje triceratops weg te gooien. Nog niet.

woensdag 8 april 2020

This was it

Vier jaar geleden alweer. Ik denk vaak aan haar. Mis haar elke dag, praat tegen haar in mijn hoofd.

Lang na haar overlijden kreeg ik wat spullen die haar hadden toebehoord, en die ik misschien zou willen hebben. Bij een van zus M.'s laatste creatieve projecten had ze acrylverf gebruikt, die ze in combinatie met haar fantastische foto's tot nog mooiere mixed media kunstwerken had bewerkt. Daar wilde ik graag mee schilderen.

En was dat dvd'tje van mij?



Ik pakte het uit. Het was een opname van een concert van Michael Jackson, dochter F.'s favoriet. Ik wist niet meer dat ze het geleend had, waarschijnlijk jaren geleden.
In haar sierlijke, zo kenmerkende handschrift stond daar een van mijn koosnaampjes: Gabriela.

Eronder de titel van de concertreeks en tevens de keiharde boodschap. Alsof ze het er nog even inwreef:

This is it!

woensdag 20 november 2019

Meneer Rosa

Op 5 april 1988, de dinsdag na Pasen, begon ik aan mijn eerste echte baan. Voor slechts twaalf uur in de week, maar ik was wel meteen assistent-hoofd van de Openbare Bibliotheek in Landsmeer. Ik was bijna afgestudeerd als jeugdbibliothecaris aan de Frederik Muller Akademie. Het was een fijn gevoel dat ik in tijden van jarentachtigwerkloosheid al een baan had gevonden voordat ik mijn diploma op zak had. Dat was maar goed ook, want wij waren de laatsten van de opleiding in deze vorm. Als ik zou zakken moest ik mijn specialisatiejaar in een bezemklas in Groningen overdoen. Na dat jaar zou de hele opleiding worden voortgezet door een hogeschool in een aangepaste variant.

Spannend vond ik het wel, die nieuwe baan. Als tweeëntwintigjarige stond ik opeens boven een aantal vrijwilligsters van middelbare leeftijd die mijn moeder hadden kunnen zijn. Ik voerde taken uit die zij niet mochten uitvoeren, al werkten ze er al honderd jaar.

Het ijs brak snel door een spannende gebeurtenis in het dorp.




Op woensdag 6 april, mijn tweede werkdag, werd Ferdi E. in Landsmeer van zijn bed gelicht. Al mijn collega's kenden het gezin van de man die werd gearresteerd op verdenking van de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn. E.'s vrouw Els had als beeldend kunstenaar meerdere keren geëxposeerd in de bieb, en er werden stapels boeken geleend door het gezin.

Een verwerpelijke sensatiezucht maakte zich van mij meester. Samen met vader fietste ik dezelfde week nog langs de woning van E., die de ontvoering van en de moord op de grootgrutterstopman inmiddels bekend had. Er was natuurlijk niets te zien.
Elke werkdag, op weg naar Landsmeer, passeerde ik de telefooncel van waaruit E. had gebeld naar het Okura hotel, met de vraag of meneer Rosa aanwezig was. Zus M. vond het zo leuk om mij hiermee op stang te jagen, dat ze mij er nog tijden mee plaagde.

Maandag zag ik een documentaire over de zaak. Schrijver Tim Krabbé had Ferdi E., die zich later Paul noemde, jarenlang bezocht en geïnterviewd in de bajes. 
Wat een enorm drama voor alle partijen.

Toch voelde ik weer heel even die opwinding van toen: landelijk nieuws bij ons om de hoek.
Maanden na de arrestatie kwam Els een stapel boeken terugbrengen, op een tijdstip dat de bibliotheek gesloten was. 
Ze waren veel te laat, maar de boete werd haar kwijtgescholden.

zondag 30 juni 2019

Nieuwe ogen (Ogentroost III)

Ik kreeg mijn eerste nieuwe oog. 
Mijn allergrootste wens ging in vervulling, sinds mijn oude ogen de contactlenzen niet meer verdroegen, die het leven vanaf dat ik zestien was zo hadden verrijkt.  

Ze hield het nog even spannend, oogarts K. die mij de oplossing van implantlenzen had voorgesteld. Twee dagen voor de eerste operatie werd ze ziek en werden alle patiënten voor die dag afgebeld.
Even onverwacht was ik de week erna toch aan de beurt, en had ik geen tijd meer om zenuwachtig te zijn.

Mijn wereld werd geminimaliseerd tot het verdoofde linkeroog. Kijk maar recht in het lampje, en daar ontstond een wit licht, dat veranderde in de prachtigste kleuren en vormen.
Ik voelde hoe ze sneed in mijn oog, maar er was geen pijn. Alleen dat licht, alsof ik was verworden tot een jarenzeventiglavalamp.

Al in de auto op weg naar huis, uiteraard op de passagiersstoel gezeten, kon ik door de lagen zalf en het plastic kapje heen haarscherp het nummerbord van de auto voor ons lezen. Wat een wonder!


Twee weken lang zal ik nu afwisselend met mijn linker- of mijn rechteroog de wereld aanschouwen. Links doet het prima voor in de verte, met rechts kan ik nog lezen. En wat heerlijk dat ik mijn benen weer kan scheren onder de douche, zonder een bloedbad aan te richten.

Over twee weken is oog 2 aan de beurt. Als dokter K. net zo tevreden is als bij oog 1 kan ik straks zonder bril mijn omgeving weer zien, iets wat ik na mijn tiende niet meer heb beleefd.
Oké, die leesbril blijft nodig, maar wie zeurt daar nu over?

Dan doemen de vragen op. 

Zijn dit nu nog wel de ogen die zus M. zagen toen ze mij aankeek, in haar allerlaatste moment? 
De ogen die vol liefde naar moeder keken, die in haar rolstoel naar mij opkeek? 
De ogen waarmee ik naar M. keek tijdens het kerstdiner, waarvan later bleek dat dit de laatste keer was dat ik hem zag?

Of horen deze nieuwe ogen bij de nieuwe tijd, bij de periode Erna? Laten we het er maar op houden dat je kijkt met je hart, en dat het middel waarmee er even niet toe doet.

zondag 23 december 2018

De kleine dingen


Vader had er graag een half uur van tevoren willen zijn, ik dacht eerder aan een kwartier. 
Vader bleek gelijk te hebben. Toen we aankwamen bij de kerstviering in de activiteitenruimte zat het al stampvol. Erger nog: het muzikale trio, bestaande uit een bassist, een gitarist en een zangeres, was al volop bezig met het spelen van kerstliedjes. Voor straf werden vader en ik uit elkaar gehaald en in verschillende rijen op een stoel geplant. 
Ik zat naast een bewoonster van wie ik niet goed kon vaststellen of dat wat ze tegen me zei ook hout sneed, maar we hadden het wel gezellig met elkaar.

Ik stortte me in de kerstviering, die opgedeeld was in drie thema's. 
We begonnen met kerst als midwinterviering. Het huis had een socialistische achtergrond en de geestelijk verzorger was er voor alle gezindten, dus ook voor de ongelovigen. 
Na het zingen van O Sole Mio zong een van de bewoners vrolijk verder. Ze kwam immers uit Indonesië, en kende de tekst dus van buiten. Dat deze in het Italiaans was deed er even niet toe.




Het tweede thema bracht het verhaal van Het Kind. Wonderbaarlijk genoeg werden de liederen hier uit volle borst meegezongen, of men nu rood was of niet. Iedereen kende ze van de lagere school, de kerk of de kerstplaat thuis.

Toen kwam de verbondenheid, thema nummer drie. Er werden vijf kaarsen aangestoken, voor vijf groepen mensen aan wie gedacht werd deze kerst. 
De eenzamen. De zieken. De kinderen die in oorlog leven. De mantelzorgers. De armen.

Wat sloot daar mooier op aan dan het lied van Saskia en Serge, Het zijn de kleine dingen die het doen ? 
Zus M. was opeens dicht bij me. In 1973 schreef zij deze ene zin in mijn poëziealbum. Ze plakte er, behalve een paar piepkleine fotootjes en uitgeknipte illustraties, een echt dubbeltje bij.
In mijn ogen een enorme schat.

Mijn buurvrouw was inmiddels druk in gesprek gewikkeld met de zoon van een andere bewoonster die in de rij achter ons zat. Waarschijnlijk hadden ze elkaar nog nooit gezien, maar de man speelde het toneelstukje aardig mee. Bij het weggaan gaf hij haar een klinkende kus op haar oude wangen.


Ik wens iedereen een mooie kerst.  
Met kleine dingen, in grote verbondenheid.

zondag 29 juli 2018

Wortel


Toen ik de naam Ans Wortel zag staan op de website van het museum hoorde ik meteen haar zware, doorrookte stem en ik dacht aan zus M. 
In de jaren '80 was zij het die mij op het spoor van deze schilder en schrijver bracht. We lazen haar vijfdelige autobiografie, wat een bijzondere en sterke vrouw.




Nu was ik met vader in het museum dat eens haar woonhuis en atelier was. Ik kocht de bijna niet te tillen zo zware catalogus.

Daarna reden we naar het strand en aten een broodje kaas. 
Wat een mooie dag.


zondag 8 april 2018


En dat is twee

2006 - Je nam me mee, voor mijn veertigste verjaardag, naar Barcelona. Je liet mij de stad van Gaudí zien, we slenterden over de Ramblas, beklommen de Sagrada Familia en bezochten het Hospital de Sant Pau. Je fotografeerde er op los, legaal en illegaal, en altijd vanuit verrassende invalshoeken.
Een fragment uit het stuk dat ik voorlas tijdens haar uitvaart.



Vandaag is het twee jaar geleden dat zus M. het leven los moest laten.
Er komen geen nieuwe herinneringen meer bij. De herinneringen die ik heb koester ik.
Wat mis ik haar verschrikkelijk.

zaterdag 3 maart 2018

Domweg gelukkig in de Pruimenstraat


Ze drukte ons een voor een aan haar enorme boezem. Toen ze mijn kinderen zwemles gaf in het Marnixbad, zo'n twintig jaar geleden, moest ze haar badpakken al op maat laten maken.

We waren heel even terug in onze oude straat. Vlak voordat we moesten verhuizen vanwege schreeuwend ruimtegebrek werd het stadsdeel opeens hip, na honderden jaren in het verdomhoekje te hebben gelegen.
Dus was de oude voetbalkantine van de Tuindorp Oostzaanse Boys een gewild pannenkoekenrestaurant geworden, waar hele kuddes jonge vrouwen met in kleurrijke doeken op buik en rug vastgebonden baby's de zondag doorbrachten. Op de bank in de hoek lag een uitgetelde bebaarde vader, zijn peuter kroop over hem heen.

We keken uit over de modderige vlaktes die eens groene voetbalvelden waren geweest en aten een dure pannenkoek. De varkens die werden gehouden om de pannenkoeken van spek en worst te voorzien waren in geen velden of wegen te bekennen.

We konden het niet laten daarna even naar het oude huis te gaan kijken.

Hier begon ik in 1988 mijn volwassen leven in een miniatuur-eengezinswoning, en betaalde een huur van 316 gulden in de maand. 
Ik voelde me een koningin in mijn paleisje met voor- en achtertuintje, al waren de muren van bordkarton en stamden de tegeltjes in mijn keuken nog uit 1953, toen de huizen werden gebouwd voor de arbeiders van de NDSM-scheepswerf.

Mijn kinderen werden er geboren en groeiden er op. Er was lief en ook veel leed.
Buurvrouw Bep was de rots in de branding, al kwam zij zelf ook niet ongeschonden door het leven. Ze verloor man en beide dochters en haar tweede relatie was de goedheid zelve, maar hield iets te veel van een pilsje.



Een koe moet nooit vergeten dat hij kalf is geweest was haar lijfspreuk, en dat was erg prettig als mijn twee apenkoppen wat luidruchtig waren. Ze miste ons, en wij haar.
Hadden mijn huidige buren maar één procentje van Bep gehad.

Aan het eind van de straat stond eenzelfde woning te koop voor 275.000 euro.

zaterdag 6 mei 2017

De heg


Ik bezoek samen met mijn 85-jarige vader de 86-jarige vriendin die jarenlang onze buurvrouw was. Buren op maar liefst twee adressen: eerst woonden we boven elkaar in een portiekwoning in Amsterdam-West, daarna staken beide gezinnen het IJ over om in Noord naast elkaar neer te strijken. Na een jaar of zeven verhuisden zij naar Purmerend. Wij bleven in Noord, maar de vriendschap met de oude buren bleef bestaan.
Het is fijn om door de verhalen over die goeie ouwe tijd mijn moeder weer een stukje dichterbij te voelen. Oude verhalen, en af en toe een nieuw.
Zo gebeurde het wel eens dat er 's zomers om een uur of vier vanuit de naastgelegen tuin werd gevraagd: 'Lust je een portje, Truus?'
Waarna er door de buurvrouw een glaasje werd overhandigd, over de heg heen. Om bij elkaar te gaan zitten was geen tijd, ze hadden allebei een gezin met vier kinderen. Maar door dat portje hadden ze het toch even gezellig samen.