Posts tonen met het label Senemali. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Senemali. Alle posts tonen

zondag 16 augustus 2020

Dertig

Dertig

Vandaag dertig jaar geleden trouwden we. De aanloop ernaartoe was hectisch. We kenden elkaar een jaar, maar pas vier maanden voor De Grote Dag was het duidelijk dat hij met mij verder zou gaan.

Dertig jaar, maar het voelt dichterbij dan ooit. Voor het boek dat ik schrijf over ons gezamenlijke leven liet ik de videoband van onze bruiloft digitaliseren. Ik zie een meisje, net vierentwintig jaar oud, dat met een glas ataya-thee in de hand onbezorgd danst op de muziek die live wordt gespeeld. Ik zie mensen in alle kleuren, uit alle windstreken. Mensen die ik een jaar ervoor nog niet kende, maar ook mensen die toen al vierentwintig jaar in mijn leven waren. Mensen die er nu niet meer zijn, en mensen die er nog wel zijn maar die ik nooit meer spreek.



Ik zie een tafel vol eten, klaargemaakt door mijn zussen, schoonzussen en moeder. Hartige taarten, kippenpootjes, Turks brood.  Flessen wijn, gele kratten vol flesjes Heineken-bier en grote schalen met bissap en jus de gingembre staan gezellig naast elkaar.

De band wisselt regelmatig van samenstelling. Er schuiven muzikanten uit Gambia, Suriname en de Antillen aan. Mijn Molukse collega's dansen. Vader en zus M. fotograferen, moeder giechelt met haar vriendinnen en begeeft zich dan toch ook maar op de dansvloer.
Mijn vriendinnen doen een poging om Stir it up  van Bob Marley te zingen, maar blijven hangen bij dat ene zinnetje. Het maakt niet uit.

Mijn kersverse man trommelt mee met de band. Zo is hij in zijn element.
Al had ik toen geweten wat ons nog allemaal zou gebeuren, ik had het voor geen goud willen missen.

woensdag 17 mei 2017

Inhaalfuifje

Er waren ballonnen, blauw en geel. Zweedse vlaggen aan de muur en op bierviltjes, T-shirts en stickers. Posters van scandicnoir-series met mijn hoofd erin geshopt door hem die altijd beweert niet te kunnen photoshoppen.
Een getimmerde installatie met een op kunstige wijze geschilderde Pippi in winteroutfit, meneer Nilsson op haar schouder. Op de plaats van haar gezicht een gat waar mijn gasten hun gezicht doorheen konden steken en laten fotograferen.
Er waren Vikingmannen en Vikingvrouwen. Er was een mooie speech van de Opperviking, over en voor mij.  Er werden (drink)liederen gezongen.
Er was veel familie met aanhang, er waren vrienden en collega's. Ze kwamen uit het hele land, en zelfs van ver voorbij de grenzen.
Er waren muzikanten. Mijn zoon speelde een ontroerende melodie op zijn basgitaar, begeleid op percussie door de voormalige bandleden van zijn vaders band. Mijn dochter zong. De Senegalese neef uit Malmö danste.
Er was een DJ, die wonderbaarlijk genoeg een geheel wist te maken van mijn breed uitwaaierende muzieksmaak.
Tenslotte was er een polonaise, waarbij de ontmantelde Pippi-Sarah een hoofdrol speelde.


Ik gaf een inhaalfuifje, in mijn groenblauwe panterjurk.
Voor het vieren van mijn vijftigste verjaardag was vorig jaar geen ruimte in mijn hoofd en in mijn hart. Dus deden we het nu, vlak voor de volgende verjaardag zich aandiende. Ik had het haar beloofd.

Er was vooral veel kärlek. Liefde voor hen die er waren, en voor hen die er niet meer waren.

zaterdag 25 maart 2017

Dansen met Youssou

Morgen gaan we dansen. Dansen op en luisteren naar de muziek van Youssou N'Dour, de nachtegaal van Senegal. 
Tweeëntwintig, bijna drieëntwintig was ik toen ik op een salsa-avond in Paradiso twee jongens uit Senegal ontmoette. Het was het begin van een onstuimige periode in mijn leven. Ik werd een wereld ingezogen die zo totaal verschilde van het veilige leventje dat ik tot dan toe had geleid. Ik werd deel van een Senegelees-Nederlandse gemeenschap die met elkaar at, dronk, muziek maakte, danste en ja, ook sliep. We hadden verschrikkelijk veel lol met elkaar en leerden elkaar Nederlands en Wolof. Ik leerde gerechten als poulet yassa en thieboudienne eten.
Ik leerde over het mouridisme, de vreedzame islamitische leer van Cheikh Amadou Bamba Mbacké, diens verzet tegen de Franse overheerser en over zijn leerling Cheikh Ibra Fall.
We verbleven vaak in een leegstaand hotel aan de Leidsekade, waar de twee jongens van de salsa-avond mochten wonen als onderdeel van een deal die zij hadden met de eigenaar voor wie zij in zijn andere hotels werkten. Tegen een hongerloontje, waarvan desalniettemin driftig werd gespaard voor de familie in Dakar. In de verder lege kasten lagen stapeltjes papiergeld klaar om verstuurd te worden.
Een paar maanden na de introductie in deze nieuwe wereld kwam de band Senemali naar Nederland, een begrip in Senegal en omringende landen. Ik ontmoette de leden in de Melkweg, dat op vrijdagavonden tijdens de Roots Rhythm Nights onze vaste stek was. Ik viel voor het bandlid met het grootste charisma. Het bleek de percussionist te zijn.
Bijna alle bandleden waren samen met een Nederlands meisje. Er werden garantstellingen afgesloten, maar vaker werd er getrouwd. Grote feesten met veel eten, bissap en uiteraard muziek. Er werden kinderen geboren, de ene bébé de chocolat na de andere zag het levenslicht en werd verwelkomd met een doopfeest, de ngenté. We kenden zo ongeveer alle Senegalezen in Nederland, want begin jaren '90 was de grote emigratiegolf nog niet begonnen. We reisden het hele land door en bezochten al onze broers en een enkele zuster, van Groningen tot Eindhoven. Er werd gespaard om de familie in Senegal te bezoeken.
Een aantal jaar was het leuk. Toen verschenen er barstjes in het Afrikaanse geluk. De band viel uit elkaar, er moesten baantjes worden gezocht om de nieuwe gezinnen te onderhouden. De culturele verschillen werden moeilijker overbrugd dan in de zorgeloze beginperiode en niet iedereen bleek even goed bestand tegen de verlokkingen van de westerse, seculiere wereld.
Mijn huwelijk strandde na negen jaar. De kinderen waren gek op hun vader en bleven hem trouw zien, maar met de scheiding verdween Senegal langzaam maar zeker uit mijn leven. Een nieuwe periode brak aan, met een nieuwe man uit het hoge Noorden.
Vorig jaar overleed de vader van mijn kinderen, in Dakar, temidden van zijn familie. En vanuit het niets was daar opeens de warme Senegalese gemeenschap die ons omarmde. We kregen bezoek van neefjes die neven waren geworden en in de voetsporen van hun oom met muziek en dans de kost verdienden in Europa. We werden uitgenodigd, er werd gekookt, gegeten en muziek gemaakt. Er werd gebeden in de da'ara. Twee maanden na het overlijden bezochten we het graf in de heilige stad Touba.


Morgen gaan we dansen, in de Melkweg. Mijn vijfentwintigjarige zoon, mijn dochter van tweeëntwintig, bijna drieëntwintig, mijn Friese man en ik. Samen met een heleboel andere lieve mensen, uit mijn huidige en mijn vroegere leven. Want ik hoor er nog gewoon bij.