zondag 31 maart 2019

Lunchwandelen

Er hadden zich maar twee mensen aangemeld, onder wie ik, maar het ging toch door. Lunchwandelen onder begeleiding, om de ochtend achter ons te laten en nog niet aan de middag te hoeven denken. We startten vanaf de Villa en binnen no time waren we op het Heksenweitje. We liepen in stilte. Voelden onze voeten, onze ademhaling, de zon en de wind. Hoorden hoe de vogels hun lentefuifje vierden.

Het was maar een half uurtje, maar het deed wonderen. Na enige tijd mochten we ook de omgeving weer laten binnenkomen. We zagen de Gooische villa's, even later de beesten van de kinderboerderij, en ja, daar doemde het gebouw weer op.

Als aandenken kregen we een zandlopertje mee. Om af en toe een paar minuutjes stil te staan bij die andere wereld, zo dichtbij het werk.

zondag 24 maart 2019

Onrecht en worst

Het was goed om de schrijnende verhalen te horen. En tegelijkertijd heel beschamend.
Daar zaten we dan bij elkaar, in een zaaltje in de Amsterdamse Houthavens:

De kinderboekenillustrator en -schrijver die haar hele ziel en zaligheid legde in het bijstaan van enkele Afghaanse vluchtelingen in Zweden. Jonge jongens, die gevangen zaten in bureaucratie en politieke spelletjes.
De radiomaker die daar een podcast over had gemaakt, die echter niet uitgezonden kon worden vanwege de veiligheid van de hoofdrolspelers.




En wij, vriendin C. en ik, die even daarvoor in het trendy wijncafé hadden zitten genieten van charcuterie, hippe worsten en een frisse Chardonnay.

Het enige wat we konden doen was het kopen van notebooks met haar prachtige illustraties op de kaft, die toch al op mijn lijstje stonden. De opbrengst ging volledig naar de vluchtelingen. 
Een schrale troost voor mijn schuldgevoel.

zondag 17 maart 2019

De kunst van het tekenen 

Ik volgde een online class. Nooit gedacht dat dit iets voor mij zou zijn, maar ik bleef maar doorklikken. Nog een lesje, weer een inspirerend filmpje van iemand uit een ander werelddeel die doet wat ik het liefste doe: tekenen.

Ik was 17 toen ik mijn eerste boek over de kunst van het tekenen kocht. Ik had natuurlijk wel eens iets uit de bieb gehaald, maar dit boek was van mij en ik kon het zo lang gebruiken als ik wilde. 
David Hockney schreef het voorwoord en noemde het 'een fantastisch boek'. 

En dat was het ook. Twee merkloze tekenblokken met een maïsgele kaft kladderde ik vol. Ik tekende Rembrandt na, Seurat en Velazquez. Ik tekende theepotten en katten. Ik tekende ogen, oren en handen. 
Een paar lijnen, en daar verscheen het voorhoofd van moeder die een boek aan het lezen was.

Op tekenles durfde ik niet, laat staan naar de kunstacademie zoals zus P. suggereerde. Op een zondagochtend fietste ik samen met vader naar de doodstille binnenstad om een kijkje te nemen. Ik herinner me een trappetje naar een souterrain. De academie was dicht, uiteraard, en waarom we niet op een ander tijdstip zijn gegaan: geen idee.




Het tekenen speelde een steeds minder prominente rol in mijn leven toen ik trouwde en kinderen kreeg. Ik volgde nog een schriftelijke cursus tekenen en schilderen en verdiepte me in de kunstgeschiedenis, maar veel verder dan het maken van een leuke uitnodiging kwam ik niet.

Vele, vele jaren later pas zette ik de stap om een echte opleiding te gaan doen. Weliswaar geen academie, maar wel een tweejarige opleiding met examenopdrachten en een eindexpositie. Nog twee jaar van verdieping volgden en ik gaf workshops 'Toeval en experiment'. Een van mijn docenten was bereid mij na de opleiding te coachen, maar door de verhuizing naar de nieuwe woonplaats kwam ook daar de klad in.

De korte cursus 'Gemengde technieken' die ik volgde had ik ook zelf kunnen geven. De cursus 'Klas op stand' beëindigde ik voortijdig vanwege gefrustreerde medecursisten. Of was ik zelf een gefrustreerde medecursist?  Een korte cursus 'Collages maken' was even inspirerend, maar gaf niet de juiste richting. 
Ik schreef het ene na het andere epistel om te ontdekken wat ik nog eigenlijk wilde met mijn creatieve talenten. De onzekerheid domineerde.

Toen kwam Het zilveren randje, gewoon omdat het moment daar was. Tegelijkertijd schreef ik me toch weer in voor een takkeduur traject om te ontdekken wie ik nu eigenlijk was als artist. Ik ergerde mij aan de docent en had spijt van de zogenaamde investering.

Telkens weer op zoek, om te ontdekken dat ik eigenlijk al daar ben waar ik wil en kan zijn. Nu durf ik te zeggen dat ik kunstenaar ben, en af en toe een online class volg voor de broodnodige uitdaging en inspiratie.
Ik ga lekker verder met mijn huiswerk.


zondag 24 februari 2019

Catharina Labouré

Voordat ik wist dat ze shadow boxes heette, de kijkkastjes met foto's en gevonden voorwerpen die de Amerikaanse kunstenaar Joseph Cornell maakte, knutselde ik van kleine dienblaadjes en de heiligenplaatjes van oom B. iets soortgelijks. Ik gaf er drie weg, en hield er eentje zelf.

De berg religieuze afbeeldingen werd er echter niet veel kleiner van. Op koningsdag vonden de mapjes die ik gemaakt had geen aftrek, terwijl de boeken over religie en de bijbehorende heiligen bijna uit onze handen werden getrokken.

Bij ieder plaatje werd ik nieuwsgierig naar het verhaal erachter. Wie was bijvoorbeeld deze dame met haar vrolijke hoofddeksel?


Het is het zoveelste verhaal van een arm boerenmeisje, de negende van elf kinderen, die op enig moment in het klooster treedt en vanuit de congregatie van de Dochters van Liefde jarenlang als verpleegkundige werkt.
Catharina Labouré.

Mooi hoor, maar mijn aandacht wordt getrokken naar de afbeelding van het opgebaarde, intacte lichaam van de heiligverklaarde Catharina. Wat een luguber en naar gezicht, ik word er misselijk van.
Ik lees over de incorruptable saints, weer zo'n wonder uit de katholieke kerk waar ik mij geen enkele voorstelling bij kan maken.

Ik heb medelijden met het boerenmeisje, dat voor de eeuwigheid te kijk ligt. Dan maar een mooie collage van haar afbeelding maken, waarbij ze ons onbevreesd aankijkt. Met een lichte glimlach, onwetend van haar latere, door de kerk opgelegde, status.

zaterdag 9 februari 2019

Kopje thee

Ze is er nog hoor, zus M. Bij het grasduinen in mijn mappen met afbeeldingen, verzameld door de jaren heen voor het gebruik in collages, kom ik opeens deze vrolijke dame tegen die in haar blote derrière een kopje thee drinkt.


Geen idee meer wanneer ze mij de kaart stuurde waaruit ik de dame knipte. Doet er ook niet toe. Wat hebben we een lol op deze zaterdagochtend, zus M. en ik, bij het maken van dit gezamenlijke werkje.

zaterdag 2 februari 2019

Terug naar af

Een bijna kleurloos celluloid montuur, met een zweempje roze erin. Zo zag mijn eerste brilletje eruit in 1976: precies zoals nu weer in de mode is.  Ik vond het verschrikkelijk dat ik de rekenopgaven op het schoolbord niet meer scherp zag en werd, net als de rest van het gezin, patiënt bij dokter Gadroen. Die er in mijn beleving genoegen in schepte om er, elke keer dat ik er was voor controle, minstens een punt in sterkte bij te goochelen.



Ik zie mezelf terug op foto's en dia's, met deze net te kleine eerste bril. Of groeide mijn hoofd zo snel in die tijd dat ik eigenlijk elk half jaar een nieuw montuur nodig had? Ik zie een metalen, hoekige bril die me een jongensachtig uiterlijk geven en even later -als klap op de vuurpijl- de gigantische celluloid bril (alweer!) die ik droeg totdat ik contactlenzen kreeg.

Ik was zestien jaar, en weer ging de wereld als een meisjeskamer open*. Lenzen waren in alle opzichten een bevrijding. Mijn ogen waren voor het eerst te zien voor de buitenwereld, mijn zicht werd niet langer ingeperkt door de randen van een brilmontuur en ik nam afscheid van mijn jeugd.

Zesendertig jaar later zit ik weer bij de oogarts, de orthoptist en de lenzenspecialist. Die laatste is nog steeds dezelfde als toen ik zestien was. Althans in naam, jaren geleden droeg hij de praktijk over aan zijn dochter, die mij nu met raad en daad bijstaat.
Opeens was het serious business. Ik moest er toch echt een bril bij laten maken die ik langer dan een paar dagen achter elkaar kon dragen. De aandoening speelde weer op en moest binnenkort nader onderzocht worden. De lenzen moesten maar even uit.

De resultaten van de oogmeting logen er niet om. Het was alsof ik weer bij dokter Gadroen in de praktijk zat. De bril was in een paar dagen klaar.
Echt, het wende wel en ik kon weer autorijden. Zelfs yoga met de bril op lukte aardig. Maar als ik de Deense designbril afzette was mijn wereld weer een grote blur, net als decennia geleden. Ik voelde me vooral doodongelukkig.

Gisteren mocht ik ze weer een paar uurtjes in. En weer, weer ging de wereld als een meisjeskamer open.

*Februarizon - Paul Rodenko


zondag 20 januari 2019

Bekroonde spijsdruif

Op donderdagavond, na een enerverende werkweek, opende ik de schuttingdeur van de achtertuin. Op de houten vlonder, vlak voor mijn voeten, zat een enorm dikke duif. Hij bewoog niet toen ik mij naar hem toe boog. Hij leefde nog wel en gluurde naar me met halftoegeknepen oogjes.

Aan de andere kant van de deur, in de keuken, mauwde poes R. enthousiast. Hij had honger en wist dat ik een zakje flubber voor hem uit de kast zou pakken zodra ik binnen was.
Het zag er niet naar uit dat Rover zich had vergrepen aan de duif. Sterker nog, hij had er volgens mij helemaal geen erg in dat er zich op nog geen meter afstand vers voer bevond.

Na binnenkomst draaide ik snel het kattenluikje dicht en won ik advies in bij schoondochter L. Kon ik de dierenambulance bellen voor een duif? Het was het proberen zeker waard, het lag er een beetje aan wie de telefoon opnam.
De vriendelijke medewerkster raadde me aan de duif eerst in een doosje te stoppen en dan nogmaals te bellen. Anders was de kans groot dat hij 'm gepeerd was op het moment dat de ambulance zou arriveren.
Na mijn opmerking dat ik dat toch best eng vond, adviseerde ze mij aan een handdoekje te gebruiken.




Het verhaal van Ibbeltje en de duif van de directrice schoot me te binnen. Wat hadden we vroeger vaak naar het 45-toerenplaatje geluisterd, dat met de zegeltjes op de pakken Venz-hagelslag bij elkaar was gespaard.

Op het plaatje worden de katten Rosencrantz en Guildenstern van de familie Verharen ervan beschuldigd de duif van de directrice van de waterleiding te hebben opgegeten. De ouders van Ibbeltje moeten hiervoor een boete van maar liefst honderd gulden betalen. Het was namelijk  een speciale kroonduif, een prijsduif, een bekroonde spijsdruif.
Gelukkig was de moeder van Ibbeltje vroeger een kat geweest, en ze kan Rosencrantz en Guildenstern nog altijd goed verstaan. Het blijkt dat de duif nog in leven is en vastzit in de  televisiemast op het dak van hotel de Ananas. Die vuile meneer Pinkepank had de familie Verharen in  diskrediet willen brengen. Moeder klimt via de dakgoot van het hotel in de boom en bevrijdt de duif. Als beloning krijgen ze vijftig gulden en ze worden uitgenodigd thee te komen drinken bij de directrice. Mét pruimentaart.

Nu moest ik hetzelfde heldhaftige optreden als moeder Verharen tentoonspreiden, en R.'s onschuld bewijzen. Ik haalde een oud, maar schoon handdoekje van boven en slingerde dat in een beweging om de duif. Tegelijkertijd pakte ik hem op en zetten hem in een klein kartonnen doosje. Hij probeerde nog op te vliegen, maar was daar duidelijk niet toe in staat.
Het doosje zette ik op de keukentafel, met de handdoek eroverheen om het arme beest niet teveel prikkels te geven.

Poes R. had nog steeds niets in de gaten en keek toe hoe ik een zalmpje bakte. Ik moest toch eten en het kon nog wel even duren voordat de dierenambulance zou komen.
Waarom was ik uitgerekend vanavond alleen thuis?

Een uur later, de afwas was inmiddels gedaan, trad de verlossing de huiskamer binnen. Twee man sterk. Na de uitroep dat het wel een heel flink exemplaar was, trok een van de mannen blauwplastic handschoentjes aan en begon met de inspectie van de duif.

In zijn bek zat papagaaienvoer. Vastgelijmd.

Welke idioot haalde het in zijn hoofd om dat op straat te leggen?

De duif werd afgevoerd en naar de dierenarts gebracht, nadat ik vriendelijk werd bedankt voor de melding.
Poes R. lag ondertussen boven op ons bed en sliep de slaap der onschuldigen.