woensdag 20 november 2019

Meneer Rosa

Op 5 april 1988, de dinsdag na Pasen, begon ik aan mijn eerste echte baan. Voor slechts twaalf uur in de week, maar ik was wel meteen assistent-hoofd van de Openbare Bibliotheek in Landsmeer. Ik was bijna afgestudeerd als jeugdbibliothecaris aan de Frederik Muller Akademie. Het was een fijn gevoel dat ik in tijden van jarentachtigwerkloosheid al een baan had gevonden voordat ik mijn diploma op zak had. Dat was maar goed ook, want wij waren de laatsten van de opleiding in deze vorm. Als ik zou zakken moest ik mijn specialisatiejaar in een bezemklas in Groningen overdoen. Na dat jaar zou de hele opleiding worden voortgezet door een hogeschool in een aangepaste variant.

Spannend vond ik het wel, die nieuwe baan. Als tweeëntwintigjarige stond ik opeens boven een aantal vrijwilligsters van middelbare leeftijd die mijn moeder hadden kunnen zijn. Ik voerde taken uit die zij niet mochten uitvoeren, al werkten ze er al honderd jaar.

Het ijs brak snel door een spannende gebeurtenis in het dorp.




Op woensdag 6 april, mijn tweede werkdag, werd Ferdi E. in Landsmeer van zijn bed gelicht. Al mijn collega's kenden het gezin van de man die werd gearresteerd op verdenking van de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn. E.'s vrouw Els had als beeldend kunstenaar meerdere keren geëxposeerd in de bieb, en er werden stapels boeken geleend door het gezin.

Een verwerpelijke sensatiezucht maakte zich van mij meester. Samen met vader fietste ik dezelfde week nog langs de woning van E., die de ontvoering van en de moord op de grootgrutterstopman inmiddels bekend had. Er was natuurlijk niets te zien.
Elke werkdag, op weg naar Landsmeer, passeerde ik de telefooncel van waaruit E. had gebeld naar het Okura hotel, met de vraag of meneer Rosa aanwezig was. Zus M. vond het zo leuk om mij hiermee op stang te jagen, dat ze mij er nog tijden mee plaagde.

Maandag zag ik een documentaire over de zaak. Schrijver Tim Krabbé had Ferdi E., die zich later Paul noemde, jarenlang bezocht en geïnterviewd in de bajes. 
Wat een enorm drama voor alle partijen.

Toch voelde ik weer heel even die opwinding van toen: landelijk nieuws bij ons om de hoek.
Maanden na de arrestatie kwam Els een stapel boeken terugbrengen, op een tijdstip dat de bibliotheek gesloten was. 
Ze waren veel te laat, maar de boete werd haar kwijtgescholden.

zaterdag 9 november 2019

Hamertje tik


Jaren geleden, op een ochtend in februari, voelde ik iets tintelen in mijn rechterbeen. Het ging weer weg, maar kwam ook weer terug. Na een paar maanden leek het alsof er een hele kolonie mieren door mijn been marcheerde en stuurde de huisarts mij naar de neuroloog.

Hij deed wat testjes, en op mijn verzoek werd er een MRI gemaakt. En nog een. Niets te zien, niets te vinden. Het was een nurkse, botte man en ik voelde me niet gerustgesteld. Maar ook het aardige team in het academische ziekenhuis kon mij niet zeggen waar de tintelingen vandaan kwamen. En die -bij tijd en wijle- ijskoude voet.
Teleurgesteld ging ik terug naar de net afgestudeerde huisarts, die suggereerde dat die mieren tussen mijn oren zaten. Ik moest misschien eens gaan praten met Iemand, en yoga was ook een goed idee. 

Ik deed natuurlijk al jaren aan yoga, maar breidde mijn welzijnspakket wel uit met fijne shiatsubehandelingen. De mieren bleven echter vrolijk rondhopsen in mijn rechterbeen. Ik schreef het aan de overgang toe en probeerde er zo goed en zo kwaad als dat ging mee te leven.




Op een workshop over de overgang werden de klachten van alle aanwezige vrouwen geïnventariseerd. Herkenbaar allemaal, heel herkenbaar, maar dat tintelende been hoorde toch echt niet in het rijtje thuis. 

Na een zeer ontspannen yogales, een week of wat later, sloegen de mieren op hol. Dit was de druppel. Ik ging weer naar de huisarts. Ik had gelukkig allang een andere, maar ze was niet aanwezig en ik kwam bij een vervangster terecht. Die me glazig aankeek, maar op het allerlaatste moment een ingeving kreeg. Ze had onlangs iemand met onverklaarbare migraine naar een musculoskeletale arts gestuurd, en die was daarmee geholpen. Het was een echte arts hoor, anders zou ze mij natuurlijk niet doorsturen, maar het viel wel onder de alternatieve geneeskunst. 
Neem je portemonneetje maar mee.

Dokter B. stelde aan de telefoon al bijna vast dat het vanuit mijn bekken kwam. Tijdens de eerste sessie was het meteen duidelijk dat de hele boel scheef stond en dat mijn klachten daarvandaan kwamen. 

Oké. Had ik nou zes jaar rondgelopen met iets dat in vijf behandelingen verholpen kon worden? 

De MSK-arts luisterde naar me, inventariseerde al mijn klachten en keek niet raar op bij mijn omschrijving van de mierenkolonie. Ook maakte hij een begin met het rechtzetten van mijn wervels.
's Nachts werd ik bijna huilend wakker van de pijn, maar er zat wel weer leven in mijn been en mijn voet was warm.

Een week later zette hij zwaarder geschut in. Met hamer en drevel tikte hij mijn zitbotjes op zijn plaats. Met een paar rukken aan mijn bovenbeen werd het schaambeen in de oorspronkelijke stand teruggezet. Bij het rechtzetten van de wervels in mijn nek moest ik even heel diep inademen, want daar zat een spiertje in de weg.

Ik sliep die nacht als een roos. De mieren ook.

zaterdag 12 oktober 2019

Blackstar


Opeens is het verdriet in alle hevigheid terug.

Ik kijk naar Five Years Later. Vrijdagmiddag, alleen op de bank, met een boterham en een pot thee.
Wat een feest: ik herken elke noot, kan elke zin afmaken en meezingen. Geniet van de prachtige beelden. Toen ik nog op de middelbare school zat en hevig fantaseerde over een ontmoeting met hem, na een concert of bij zijn huis in Zwitserland, waar penvriendin E. en ik ooit nog wel eens dachten te komen, wist ik zeker dat ik zijn dood nooit te boven zou komen.
Wat een creativiteit, wat een geniale jatter, wat een held, wat een heerlijke tandjes en geweldige heupen.

Dan komt het laatste stukje van de docu.

Lazarus. Ziek. Blackstar. Dood.



Ik denk aan de maandagochtend dat ik het bericht op Facebook las en dacht dat ik het niet goed had begrepen. Toen kwam het nieuws van 8 uur en bleek het toch waar te zijn.
In de auto op weg naar Hilversum belde ik met zus M., die me troostte en later nog een mooie kaart stuurde: Glass Tears van Man Ray, met de woorden 'Hij leeft voort in alles!'.

We gingen gezamenlijk naar de tentoonstelling in Groningen. Ik had Londen en Berlijn al achter de rug, maar dit was wel een heel speciale. Ik tekende het condoleanceregister en poseerde met zus M. voor de tekst David Bowie is a translation of the future.

Een jaar later zat ik met schoonzus I. in Londen bij de Lazarus musical, op de dag dat hij zeventig geworden zou zijn. Na het slotapplaus zongen we  'Happy Birthday, dear David'. 
Zus M. was er niet meer.

Volgend weekend zit ik in het DeLaMar en kijk ik naar de Nederlandse versie van Lazarus. 
Ik huil glazen tranen.

zaterdag 28 september 2019

Baltische weg 

In De rechtvaardigen van Jan Brokken, dat grotendeels in Litouwen is gesitueerd, wordt door middel van een citaat van Johan Huizinga uit 1923 gewaarschuwd voor de stemming in Europa:

'In plaats van de mensheid is de massa getreden. Voor ideeën zijn doeleinden gekomen, voor symbolen programma's, voor kwaliteit kwantiteit, voor verdieping verbreding.'

Zijn angst was terecht, maar gelukkig is er altijd een deel van de mensheid dat zich verzet tegen de meelopende massa. Of tegen een totalitair regime. En als dat massaal gebeurt kan het ook voor oplossingen zorgen.





In 1989, dertig jaar geleden, vormden twee miljoen inwoners van Estland, Letland en Litouwen een menselijke keten van zeshonderd kilometer. Van Tallinn via Riga naar Vilnius. Langs wegen en snelwegen. Omdat er teveel mensen toegestroomd waren werden er ook zijwegen van de route bezet.

Om precies 19.00 uur gaven zij elkaar een hand. Een kwartier lang bleven zij elkaars hand vasthouden.
Deze Baltische weg zorgde ervoor dat de drie landen uiteindelijk hun onafhankelijkheid terugkregen.

De waarschuwing van Johan Huizinga is helaas nog akelig actueel.

zaterdag 7 september 2019

Bosbaden en enge mannen

Ik wilde het vakantiegevoel nog even vasthouden en genieten van de stille ochtenden.
Om te beginnen ging de radio niet meer aan 's morgens. Daarnaast probeerde ik af en toe in alle vroegte het huis te verlaten voor een ochtendwandeling.

Het voelde natuurlijk niet helemaal hetzelfde als de wandelingen die we in de Baltische Staten maakten. De naaldbomen ontbraken, evenals de onbekende omgeving die je het gevoel gaf eindeloos door te kunnen lopen. En ik moest nu echt de tijd meenemen, al nam ik me voor mij niet door die tijd te laten leiden.





Ik genoot van het spel van licht en donker. De lichte bomen die afstaken tegen de donkere, geheimzinnige verte. En dan weer het licht dat tussen de donkere vormen van de bomen heen scheen, de belofte van een uitweg. Ik genoot van het zoeken naar onbekende paadjes, en de verrassing om opeens op bekend terrein te komen.

Mijn ochtendwandelgeluk werd ruw verstoord door een idioot die mij om kwart voor zeven 's morgens naar de weg vroeg. De weg naar de naturistencamping. Nou ben ik vrij ruimdenkend, en in mijn naïviteit dacht ik in eerste instantie bij de naam Flevo Natuur nog aan Flevosap en de natuurwinkel, maar al snel schoot door mij heen dat deze camping niet echt in de buurt lag van waar wij ons bevonden. Vrienden van M. zijn namelijk al jaren vaste gasten van de naturistencamping in Zeewolde, en wij bevonden ons nu aan de rand van een woonwijk in Almere Haven. Toch een half uurtje rijden.

De jongeman zat in een zwarte auto, was begin twintig en droeg een zwart t-shirt en een zwart petje. Zijn telefoon was leeg, zei hij, en hij wist niet hoe hij bij de camping moest komen. Ondanks de vreemde situatie schoot ik in de hulpstand en liet hem op mijn telefoon zien hoe hij er moest komen.
Toen hij mij vriendelijk bedankte viel mijn blik opeens op zijn blote geslacht. Naast het t-shirt en het petje had de jongen niets aan.
Helemaal niets.

Ik gaf geen krimp en wandelde het bos in. Waar ik nog een enge man tegenkwam, nu op een fiets. Hij slaakte een ijzingwekkende kreet en keek nog eens achterom toen hij mij voorbij was gereden.

's Avonds meldde ik het voorval bij de politie.
De vakantie was nu echt voorbij.


dinsdag 27 augustus 2019

IJshoofdpijn en stokjes


In Vilnius aten we ijs.
Niet zomaar ijs, maar een overheerlijke sinaasappelsorbet met sinaasappelschilletjes en sinaasappellikeur.

IJs- en ijskoud.

Bijna gebeurde het. Ik kon het mij althans voorstellen dat het gebeurde: brain freeze.
M. keek me glazig aan toen ik het hem vertelde. Hij had nog nooit gehoord van ijshoofdpijn, het stekende gevoel dat optreedt als je te snel iets kouds eet of drinkt. 
Eigenlijk is het een beschermingsmechanisme om het brein warm te houden. De bloedvaten zetten uit, maar in de hersens is er niet genoeg plaats voor de verwijde vaten. Au! Het duurt maar even, want het verschijnsel corrigeert zichzelf door de bloedvaten weer samen te trekken.



M. had een heel ander ijstrauma. Hij kreeg zelfs kippenvel toen hij vertelde over zijn afkeer van houten ijsstokjes. Nu was het mijn beurt om hem bevreemd aan te kijken. Hoezo?
Enige research later bleek dat hij niet de enige was die gruwde van het berken- of beukenhouten stokje. Het ging ook niet alleen om de geur en smaak, bij M. was het vooral de aanraking die de negatieve gevoelens losmaakte.
Het trauma werd bevestigd door het bestaan van de facebookgroep met de klinkende naam Join if you hate the taste of wooden icecream sticks. 

We stonden weer gelijk. Om het te vieren namen we een lokaal likeurtje waarin 27 verschillende kruiden waren verwerkt.

Het werd geserveerd in een glaasje van ijs.


zaterdag 17 augustus 2019

God straft onmiddellijk

We liepen in het centrum van Riga, anderhalf uur voordat we naar het vliegveld zouden rijden voor de terugreis. De gepakte koffers lagen achter in de huurauto, die op ons stond te wachten bij het hotel.

Nee, niet weer, was het eerste wat er door me heen schoot. En, de katholieke achtergrond kwam weer even bovendrijven: God straft onmiddellijk, ik had geen kookboek mogen kopen.

In mijn rugtas zat een net aangeschaft boekje met verhalen en recepten uit de Letse keuken. 
Mijn telefoon was echter in geen velden of wegen te bekennen. Als dit echt zo is, ga ik nooit meer met vakantie.

Een paar maanden ervoor was ik mijn telefoon kwijtgeraakt bij terugkomst uit Zweden. Ik vermoedde dat ik hem was verloren bij de bagageband op Schiphol en maakte een melding. Op de luchthaven was hij helaas niet gevonden, hoorde ik een paar dagen later. Ik schafte een nieuw exemplaar aan. Weliswaar eerder dan gepland, maar het toestel was toch aan vervanging toe. Dus à la.

Twee dagen na ontvangst van het nieuwe exemplaar vond ik de oude in mijn schoen. Van heel ver kwam een beeld dat ik in de auto mijn schoenen had uitgetrokken, en blijkbaar bij het uitstappen voor de deur mijn telefoon erin had gelegd om mijn handen vrij te hebben voor mijn andere bagage.




Dit alles schoot door me heen terwijl ik naar de goudkleurige koepels van de Geboorte-van-Christus kathedraal staarde, die ik met mijn telefoon had willen fotograferen. Het enige wat ik kon bedenken was dat ik hem op bij de kassa in het Bijenkorfachtige warenhuis had laten liggen toen ik het kookboekje in mijn tas stopte. Ik probeerde de juffrouw achter de toonbank nog te beschuldigen (ik was in verwarring omdat ze mij geen tasje gaf), maar natuurlijk was het alleen mijn eigen stomme schuld.

Alsof de duivel ons op de hielen zat liepen we in gezwinde spoed terug naar warenhuis Stockmann. Voor het indrukwekkende Vrijheidsmonument dat we op onze tocht toevallig tegenkwamen hadden we geen oog meer.

Met kloppend hart en versnelde ademhaling kwamen we bij de boekenafdeling aan. M. deed het woord en vertelde dat we dachten dat we onze (lief) cell phone hier wellicht hadden laten liggen. Toen de juffrouw vroeg welke kleur de telefoon had, wist ik dat het goed zat.

Totdat we 's avonds thuis waren in Almere heb ik hem niet meer uit mijn rugtas gehaald. Je moet het lot niet tarten.