zaterdag 24 juli 2021

Doorbraak

We hadden vriend B. begraven en waren ons weer extra bewust van de eigen sterfelijkheid. 
Doodmoe, dat ook. 

Een paar weken ervoor hadden we het wilde plan opgevat om toch te gaan verbouwen. Het was al eens eerder langsgekomen, maar ach, wat zouden we ons op de hals halen.  Al die troep, en ging het eigenlijk wel lukken, zelf een muurtje weghalen zonder dat het hele huis instortte?

Maar twee zielen, één gedachte. Althans: ik dacht het, en M. zei het. Zou het niet fantastisch zijn als we de voormalige slaapkamer van X. toch bij mijn ateliertje zouden trekken? Wat een heerlijke grote en lichte ruimte zou dat kunnen worden. 

Nu B. er echt niet meer was begrepen we dat we niet langer moesten wachten om onze dromen te realiseren. Het leven kon, dat hadden we weer gezien, zomaar voorbij zijn.

Een atelier en workshopruimte ineen, ik zag het helemaal voor me. 
Nu moesten we de beren op de weg nog zien te verdrijven. Stukje voor beetje. Om te beginnen verhuisde ik mijn tekenspullen naar mijn werkkamer. Daarna begon ik in mijn hoofd lijstjes te maken van de tientallen boeken die van één naar twee hoog moesten. Of omgekeerd, van twee naar één. 
Een planning hadden we nog niet, die hing af van een beschikbare stukadoor die de ontstane schade moest gaan herstellen.

In plaats van lijstjes maken kon ik beter maar gewoon beginnen. Op maandagochtend vulde ik krat na krat, sjouwde me het leplazarus en richtte zowel op één als op twee hoog de boekenkasten opnieuw in. Zo zou het worden, nu had ik een beeld. Tevreden liet ik M. zien wat ik gedaan had. 
Een uurtje later riep hij dat hij een stukadoor had gevonden, die de week erna tijd had. 
Ik kon maar beter meteen doorpakken. Opnieuw vulde ik krat na krat, nu met alle boeken die van boven naar beneden moesten, maar niet nadat ik een foto had gemaakt van de gewenste situatie.

Mijn werkkamer slibde dicht. Krat na krat werd opgestapeld, totdat een blauwe muur met hier en daar een toren mij omringde. Alsof ik een filiaaltje van de grootgrutter was begonnen. Met moeite kon ik mij een weg banen naar mijn werktafel.
Niet in paniek raken, hield ik mezelf voor. Het was voor een goed doel. 




Over een paar dagen zou M. gaan beginnen met het wegbreken van de muur. Opeens sloeg de twijfel bij hem toe. Zou de lange muur met de twee deuren het wel houden als hij het zijmuurtje sloopte? 
Ik adviseerde hem even naar buren om de hoek te lopen, die we wel eens op een verjaardagsfeestje bij andere buren tegenkwamen. Ze hadden laten vallen dat zij van de twee zolderkamertjes één ruimte hadden gemaakt, waar de biljarttafel stond. We waren altijd van harte welkom om dit te komen bekijken.

M. bleef lang weg. Erg lang. Op zich een goed teken, maar toen hij er uiteindelijk weer was vertelde hij dat net duidelijk was geworden dat de vrouw van het stel een hersentumor had. Ter grootte van een tennisbal. Haast was geboden.
Desondanks had de buurman aangeboden M. te komen helpen, over een paar dagen. Hij zou hem voordoen hoe hij moest beginnen en had zijn kwaliteitszagen al meegegeven.

Dezelfde avond stond hij plotseling voor de deur. Maandag zou toch niet lukken, want ze waren gebeld dat zijn vrouw die dag al terecht kon in het ziekenhuis voor een intakegesprek. De operatie zou waarschijnlijk dezelfde week al plaatsvinden.
Vrolijk stelde hij voor om dan nu maar te beginnen met de demonstratie. Terwijl ik beneden de afwas stond te doen ging boven de zaag de muur in.

Er was geen weg meer terug. 

zaterdag 17 juli 2021

Arrivederci Amore Mio

Donderdagmiddag, vier uur. 
We zitten klaar met een fles limoncello en twee glaasjes. Borrelglaasjes waarin twee sierlijke letters staan gegraveerd: een B en een M. Al bijna 18 jaar staan ze bij ons in de kast, als aandenken aan hun bruiloft.

We zoeken online naar de song Arrivederci Amore Mio, en vinden hem uiteindelijk. Het eerste woord van de titel staat verkeerd geschreven als Arriverderci. We zetten hem op repeat.

Tot weerziens, mijn lieveling.

Niet lang daarvoor had B. het liedje al laten horen aan M., en hem de vraag gesteld: 'Weet je wie dit is?'
M. had geen idee. 
B.'s ogen begonnen te glimmen. Een triomfantelijke blik, een binnenpretlachje om zijn lippen.

'Dit kun je ook niet kennen. Het is namelijk de B-kant van een singeltje van Willy Alberti uit 1966!'

We drinken een glaasje limoncello, dat lijkt ons wel gepast bij het Italiaanse lied. We drinken er nog een. 
Om kwart voor vijf, na zestien keer het nummer te hebben gedraaid, kijken we elkaar aan. 
Het zal nu wel gebeurd zijn.

Tegen half zeven krijgen we bericht dat onze kleurrijke en betekenisvolle vriend B. al om kwart over vier het leven rustig heeft losgelaten.
's Avonds drinken we met het troostbezoek de fles limoncello leeg en laten we hen Arrivederci horen.






Zes dagen later schalt het indrukwekkende nummer door de ruimte bij het binnendragen van de beschilderde kist. 
Na een herdenkingsdienst vol ontroerende toespraken, foto's en muziek, in het decor van een felgekleurde bloemenzee, wordt de kist de voormalige kerk weer uitgedragen.

Steeds opnieuw klinkt Arrivederci, totdat we klaar zijn om B. naar zijn laatste rustplaats te brengen.

Tot weerziens, lieve vriend.

 

zaterdag 3 juli 2021

Inhaalslag

Het kan weer, het mag weer, soms moet het weer.
Voor de een gaat het schijnbaar moeiteloos, voor de ander met horten en stoten. Piepend en krakend.

We gaan weer normaal doen, wat dat ook mag zijn.

De vakantie is in zicht. Nog een paar dagen werken en dan golft er een oneindige zee van vrije dagen, vrije weken voor me uit.

Helemaal leeg is die zee niet. Als felgekleurde boeien duiken de afspraken op. Leuke afspraken hoor, met vrienden, vriendinnen en familie die ik het afgelopen anderhalf jaar veel te weinig of helemaal niet zag.

We schuiven door. De eerste inhaalafspraak die boven komt drijven stond oorspronkelijk gepland voor 11 april 2020. De dag voor Pasen, een Stille Zaterdag die nog stiller werd dan bedoeld. De agenda's waren een paar weken daarvoor leeggeveegd en de rest is geschiedenis.




Natuurlijk geniet ook ik van een onverwachte ontmoeting met de Noorse brei-juf op straat, zonder mondkapje. Van het straks weer eens een echt concert bij te wonen, in plaats van een afspeellijst aan te zetten. Van collega's van vlees en bloed, driedimensionaal en zonder een gekunstelde achtergrond van een wereldstad op een plat scherm.

En toch en toch. 
Soms schreeuwt alles in mij dat ik dit niet wil. Dat ik de rust en de focus wil bewaren die zich aandiende na het hectische begin van de pandemie. De stilte, het overzicht. 
De verdieping.

Soms zal ik mij schijnbaar moeiteloos laten meenemen door de nieuwe golven en zal ik breed lachend de felgekleurde boeien aantikken. 
Soms zal ik onder water duiken en er met een grote boog omheen zwemmen.
Op zoek naar de verdieping.




zaterdag 26 juni 2021

Slak

Vertragen, hoorde ik de docente een aantal keer zeggen. 

Ik volgde een cursus, over het laagdrempelig begeleiden van mensen die een verlies hadden meegemaakt.

Vertragen. 
Vertragen.
Vertragen.




Ik wilde te snel. Vond het moeilijk om mijn mond te houden, niet meteen met een oplossing te komen. Zoals de meesten van ons. Maar praten helpt meestal niet, luisteren wel.

Licht jaloers bezag ik de docente. Rustig liep ze heen en weer, bedachtzaam sprak ze ons toe. 

De opmerkingen die op de lagere school, en later op de middelbare school, op mijn rapport stonden schoten door mijn hoofd. Niet te veel kletsen. 
Het bleek erfelijk. Dertig jaar later schreef meester B. woorden van gelijke strekking op het rapport van mijn dochter. Vindt kletsen met buuf soms belangrijker dan werk.

We oefenden. We leerden. 
We hielden ons mond en luisterden.

Als symbool voor mijn eindpresentatie koos ik een slak. 
Vertragen. Verlangzamen. Afremmen.




zaterdag 19 juni 2021

Twintig

Het duurde even voordat hij toehapte. 
Wat moest hij met die moeder van twee kinderen? Kinderen die ook nog eens rondliepen op de school waar hij meester was. Een moeder, zes jaar ouder dan hij, met een verleden dat niet altijd even prettig aanwezig was in het dagelijks bestaan. Hij, nog niet zolang uit een relatie en eindelijk weer een echte woning voor zichzelf.

Al was de verliefdheid groot, de nuchterheid won het van de mooie gevoelens. Want toen hij toehapte, duurde het nog eens zes jaar voordat hij de stap naar samenwonen durfde te zetten.
Samen in een nieuwe stad, een beslissing die niet bij iedereen in goede aarde viel. 

Nee, het ging zeker niet over rozen, die eerste jaren. We hadden wel wat hobbels te nemen. 
Maar we namen ze. En stukje bij beetje vonden we de modus en vormden we een nieuwe eenheid. Zonder te vergeten waar we vandaan kwamen.

De kinderen groeiden op. Hij groeide in zijn rol van bonusvader. Ik liet wat meer los.


De kinderen vlogen uit. Wij maakten mooie reizen naar het Noorden, want hij ging mee in mijn enthousiasme en gunde mij mijn Astrid Lindgren-obsessie. Hij wachtte geduldig op een rots aan de Zweedse scherenkust en dacht na over de planten in de tuin, terwijl ik de voetsporen van Pippi zocht. Maar we reden ook honderd kilometer om, op zoek naar een oorlogsmuseumpje op het platteland van Letland. Want ook hij had zijn obsessies. 
We gaven en namen.

We trouwden niet. Waarom zou je, als je het zo goed hebt met elkaar? Elkaar steunt in lief en leed, want dat laatste kwam meer dan genoeg op ons pad de afgelopen jaren. 

Ik mag hem mijn man noemen. En hij mij zijn vrouw. Mijn twee kinderen zijn onze twee kinderen geworden. Over een paar dagen is het twintig jaar geleden dat hij eindelijk toehapte, en ik mijn eerste kus kreeg op het Museumplein, midden in de nacht. 

Wat houd ik veel van hem, mijn Friese rots in de Randstedelijke branding.

zaterdag 12 juni 2021

Aan zee

Ik had al lang niet meer aan hem gedacht. Iets met selectieve aandacht, waarbij we ons alleen bewust zijn van hetgeen op dat moment relevant voor ons is. De rest wordt onderdrukt, anders zou het brein teveel prikkels krijgen. Bij mij werkte dat principe blijkbaar ook met hele periodes en projecten. 

De vuurtoren van Egmond, symbool voor mijn jeugdvakanties en een half afgeschreven boek was uit mijn systeem verdwenen. Totdat ik op de radio een interview hoorde dat met geweld binnendrong. Intrusie heet dat verschijnsel. Je moet prikkels, die een gevaarlijke situatie kunnen opleveren, blijven waarnemen.

Er was een boek geschreven over onze Noordzeekust. Een royaal geïllustreerde kroniek van vijfhonderd jaar kustbeleving. Lotgevallen van kleurrijke kustbewoners en historische gebeurtenissen.


Alle alarmbellen gingen af. Inmiddels lagen er drie grote, half afgeschreven verhalen op me te wachten. Nou ja, dat derde verhaal ging er echt wel komen, in welke vorm dan ook. Daar zat ik tot over mijn oren in, en mijn collega's van het schrijfclubje lazen mee. Maar hoe fijn zou het zijn als ik het eerste, dat over Egmond, en het tweede, over mijn oude buurtje, op enig moment ook zou kunnen afschrijven?

Ik won een van de drie exemplaren van het boek. Ik stel voor dat de dagen voortaan uit 48 uur bestaan, en dat de lockdown tot in de eeuwigheid voortduurt. 
En misschien, heel misschien, dat ik op een vroege zondagochtend even naar Egmond rijd om naar de vuurtoren te kijken.

zaterdag 5 juni 2021

Het land der herinneringen

De zomer staat voor de deur. We gaan niet op vakantie. We hebben redenen genoeg.

We willen in de buurt zijn als het onvermijdelijke gebeurt.
We hebben net een nieuwe kat.
We sparen voor een nieuwe keuken.

En ach, de onzekerheid of we veilig kunnen reizen naar en verblijven in mijn dierbare Zweden is sowieso groot.


Het is niet erg.

We hebben een heerlijk huis en een heerlijke tuin. Er liggen stapels ongelezen boeken en niet-beluisterde podcasts klaar. Plannen om uit te werken, een verhaal om af te schrijven. 
We proberen te genieten in afwachting van dat ene telefoontje.

Deze zomer reis ik af naar het land der herinneringen in mijn hoofd.

.