zaterdag 28 april 2018

Oskar

Hij heet Oskar en hij woont in mijn hoofd. Al jaren.
Soms zie ik hem lopen. Op het strand, in de stad, of op een van de duizenden afbeeldingen op het wereldwijde web.




Ik weet dat ik zeker nog een jaar of vijftien moet wachten tot hij in mijn leven komt. Tot die tijd moet ik het doen met de keramieken teckelspaarpot die ik gisteren op de vrijmarkt kocht.

maandag 23 april 2018

Meibom

Het heeft een vreemde associatie, nu de 4 mei-herdenking in zicht is. Maar het woord meibom, meibum of meiboom verwijst naar de kliertjes aan de binnenkant van je oogleden. Ze zijn vernoemd naar de Duitse arts Heinrich Meibom en scheiden een olieachtige substantie af, waardoor je traanfilm de juiste samenstelling krijgt. 

Als het goed is tenminste, en dat is het niet bij mij. Als ze verstopt zitten, die meiboomkliertjes, veroorzaken ze droge ogen. Met alle vervelende gevolgen van dien.

De lenzenspecialist schafte nieuwe apparatuur aan, speciaal voor de behandeling van droge ogen.
Ik was de lucky one die als eerste behandeld zou worden, op de dag dat de apparatuur werd geplaatst. De mij bekende optometrist en lenzenspecialist hadden gezelschap gekregen van een product specialist en een huidspecialist. Er stond een heel team voor me klaar, op vrijdagmiddag in de Kinkerstraat.

Jemig, nu werd ik toch wel wat huiverig.




Ik kreeg een vooronderzoek om te kijken of de behandeling überhaupt zin zou hebben. Ja, daarvan waren ze overtuigd, ik zat in de oranje zone. De vragenlijst werd ingevuld, om te zien of er medische bezwaren waren. Nee, ook dat niet. Er werd uitgelegd wat er zou gebeuren tijdens de behandeling, wat ik niet mócht doen na de behandeling en wat ik juist móest doen na de behandeling (niet in de zon!, factor 50 smeren!) Wilde ik nog steeds?

Ik besloot de gok te wagen en werd naar een andere ruimte gebracht. Daar stond de behandelstoel voor me klaar. Mijn ogen werden afgeplakt, wat enger klonk dan dat het was, en er kwam een dikke laag gel op het gebied tussen ogen en jukbeenderen. Want die meiboomklieren lopen nog een eindje door, hoor.
De intense light pulses voelden als warme speldenprikjes, die echter meteen werden afgekoeld door het apparaat dat ze afgaf. Het was alsof ik in de stoel bij de schoonheidsspecialiste lag.

Er werd me verteld dat je er ook nog mooier van wordt. Achter mijn afgeplakte ogen danste ik rond de Zweedse meiboom.

zondag 22 april 2018

Fiets


Ik moest in beweging komen. De winter, de overgang, de rouw hadden me het gevoel gegeven dichtgeslibd en vastgelopen te zijn.

Ik las een artikel in de krant van een journalist die dagelijks naar zijn werk fietste, dertig kilometer heen, dertig kilometer terug. Weliswaar met een speed pedelec, maar hij was een ander mens geworden.



Het begon te kriebelen. Ik had mezelf altijd rijk geprezen dat ik zowel mijn rijbewijs als een auto had, vrijwel geen last had van files op mijn woon-werktraject en binnen 25 minuten de plaats van bestemming had bereikt. Maar gezond was het natuurlijk niet, over de gevolgen voor het milieu maar te zwijgen.
Twintig kilometers, dat moest toch te doen zijn, met een klein beetje ondersteuning? Een speed pedelec ging me iets te ver, maar een e-bike zou me net het zetje kunnen geven om de ommezwaai te maken.

'Jij houdt toch helemaal niet van fietsen?' was de eerste reactie van M. Nee inderdaad, niet op een stadsfiets met een vastgelopen trapper terwijl er een idioot op een mountainbike naast me fietst.

Elf dagen na het verschijnen van het stuk in de krant kocht ik een e-bike. Afgelopen week maakten we wat verkennende tochtjes, waarbij ik daar waar het moeilijk werd op het plusje drukte en de man op de mountainbike naast me het nakijken gaf. Ik sloot een verzekering af en kocht een goed slot.

Morgenochtend vroeg stap ik op de fiets naar mijn werk, met dank aan een journalist uit Castricum.

woensdag 11 april 2018

Winst en verlies


Ik won een boekje bij een weggeefactie op de radio. Nou win ik wel eens meer wat, dat heb ik niet van een vreemde. Mijn vader won in de jaren '70 en '80 met zijn snedige slagzinnen onder meer een zwart-wittelevisie in de vorm van een futuristische bol, een BK pannenset, een mosgroene telefoon waarbij -supermodern- de draaischijf in de hoorn zat verstopt en nogmaals een televisie, maar die kon worden ingeruild voor een koelkast en een Ladyshave.

Illustratie uit 1987

Ik won een boekje over de dood. Of specifieker: over wat er gebeurt als iemand van wie je houdt gaat sterven. Thuis, welteverstaan.
Over het begin van het leven zijn vele boeken geschreven, maar wat kun je verwachten als iemand in je nabijheid de dood wordt aangezegd?
De praktische tips om er zelf niet aan onderdoor te gaan, de medische feiten en de verhalen over het naderend afscheid had de schrijfster graag zélf willen lezen toen ze in deze situatie zat. Nu hebben anderen er hopelijk iets aan.

Heel schrijnend.
Heel mooi.

Schrijnend mooi.

zondag 8 april 2018


En dat is twee

2006 - Je nam me mee, voor mijn veertigste verjaardag, naar Barcelona. Je liet mij de stad van Gaudí zien, we slenterden over de Ramblas, beklommen de Sagrada Familia en bezochten het Hospital de Sant Pau. Je fotografeerde er op los, legaal en illegaal, en altijd vanuit verrassende invalshoeken.
Een fragment uit het stuk dat ik voorlas tijdens haar uitvaart.



Vandaag is het twee jaar geleden dat zus M. het leven los moest laten.
Er komen geen nieuwe herinneringen meer bij. De herinneringen die ik heb koester ik.
Wat mis ik haar verschrikkelijk.

maandag 26 maart 2018

Aal

Het verhaal laat me niet los.

Het verhaal kwam los na een geschreven terugblik op onze heerlijke zomervakanties in Egmond aan Zee. Een heuse publicatie in een gigantische oplage gedrukt, wat was ik trots.

Zeven zomers lang zaten we in het huis van de familie G., bijna vijftig jaar geleden voor de eerste keer. Een peuter van net twee jaar was ik, en acht jaar oud toen we er voor het laatst waren. Het gezin waarvan we huurden zat met zijn drieën opeengepakt in het schuurtje achter het huis. De man stroopte en bracht zijn konijnen mee naar de binnenplaats, waar wij niet mochten komen.
Dat alleen al was genoeg om over te willen schrijven.

Maar toen.
Ze meldde zich zelf, de dochter van de stroper waarvan ik het bestaan niet kende. Want terwijl wij vakantie vierden , en ik misschien wel in haar bed lag, woonde zij in Amsterdam-Noord. Op een steenworp afstand van waar wij zelf de rest van het jaar woonden. Haar zoontje had ze bij haar ouders achtergelaten.

Ik zocht haar op, meerdere keren. Want, het loopt soms vreemd in het leven, ze woonde ook nu weer vlakbij mij. Steeds kreeg ik een beetje meer van haar verhaal te horen. Mijn nieuwsgierigheid bracht me terug in Egmond. Ik sprak met mensen die haar hadden gekend, en mijn fantasie vulde de open plekken in.



Ik wilde haar verhaal opschrijven, maar wist dat zij dit niet wilde. Ik probeerde het in romanvorm, waarbij ik haar naam veranderde naar Aal, maar de uitgevers hapten niet. Ik overwoog een cursus Literaire non-fictie, om het verhaal, dat steeds meer het verhaal van haar moeder werd -die ik Anna noemde,- op een verantwoorde manier te vertellen. Maar dan had ik wel de medewerking van mijn bron nodig.

Een maand geleden was ik voor het laatst bij haar. Een blijmoedig mens, ondanks de ellende die haar in het leven ten deel is gevallen. Wat voelde ik me slecht, ze moest eens weten.
Al zeven jaar reist haar leven mee in mijn hoofd. Ik hoop dat het er ooit uitkomt. Al is het maar om te laten zien dat je je niet moet laten kisten. Nooit.


zaterdag 24 maart 2018

Witte tulpen

Twee jaar geleden, donderdag 24 maart.
Witte donderdag, en samen met vader ga ik langs bij zus M. We hebben een boeket witte tulpen en ranonkels bij ons.

Ik krijg de informatie voor het verblijf aan zee mee, een gloednieuw luxe vakantiehuisje op het strand waar ze zo graag naar toe wilde.
Wij zullen daar de paasdagen doorbrengen, in hun plaats. Ze heeft teveel pijn.

We weten niet dat ze nog maar vijftien dagen bij ons zal zijn.




Zaterdag 24 maart.
Ik koop een bos witte tulpen voor mijzelf. Ze hebben een klein roze streepje.