zaterdag 26 juni 2021

Slak

Vertragen, hoorde ik de docente een aantal keer zeggen. 

Ik volgde een cursus, over het laagdrempelig begeleiden van mensen die een verlies hadden meegemaakt.

Vertragen. 
Vertragen.
Vertragen.




Ik wilde te snel. Vond het moeilijk om mijn mond te houden, niet meteen met een oplossing te komen. Zoals de meesten van ons. Maar praten helpt meestal niet, luisteren wel.

Licht jaloers bezag ik de docente. Rustig liep ze heen en weer, bedachtzaam sprak ze ons toe. 

De opmerkingen die op de lagere school, en later op de middelbare school, op mijn rapport stonden schoten door mijn hoofd. Niet te veel kletsen. 
Het bleek erfelijk. Dertig jaar later schreef meester B. woorden van gelijke strekking op het rapport van mijn dochter. Vindt kletsen met buuf soms belangrijker dan werk.

We oefenden. We leerden. 
We hielden ons mond en luisterden.

Als symbool voor mijn eindpresentatie koos ik een slak. 
Vertragen. Verlangzamen. Afremmen.




zaterdag 19 juni 2021

Twintig

Het duurde even voordat hij toehapte. 
Wat moest hij met die moeder van twee kinderen? Kinderen die ook nog eens rondliepen op de school waar hij meester was. Een moeder, zes jaar ouder dan hij, met een verleden dat niet altijd even prettig aanwezig was in het dagelijks bestaan. Hij, nog niet zolang uit een relatie en eindelijk weer een echte woning voor zichzelf.

Al was de verliefdheid groot, de nuchterheid won het van de mooie gevoelens. Want toen hij toehapte, duurde het nog eens zes jaar voordat hij de stap naar samenwonen durfde te zetten.
Samen in een nieuwe stad, een beslissing die niet bij iedereen in goede aarde viel. 

Nee, het ging zeker niet over rozen, die eerste jaren. We hadden wel wat hobbels te nemen. 
Maar we namen ze. En stukje bij beetje vonden we de modus en vormden we een nieuwe eenheid. Zonder te vergeten waar we vandaan kwamen.

De kinderen groeiden op. Hij groeide in zijn rol van bonusvader. Ik liet wat meer los.


De kinderen vlogen uit. Wij maakten mooie reizen naar het Noorden, want hij ging mee in mijn enthousiasme en gunde mij mijn Astrid Lindgren-obsessie. Hij wachtte geduldig op een rots aan de Zweedse scherenkust en dacht na over de planten in de tuin, terwijl ik de voetsporen van Pippi zocht. Maar we reden ook honderd kilometer om, op zoek naar een oorlogsmuseumpje op het platteland van Letland. Want ook hij had zijn obsessies. 
We gaven en namen.

We trouwden niet. Waarom zou je, als je het zo goed hebt met elkaar? Elkaar steunt in lief en leed, want dat laatste kwam meer dan genoeg op ons pad de afgelopen jaren. 

Ik mag hem mijn man noemen. En hij mij zijn vrouw. Mijn twee kinderen zijn onze twee kinderen geworden. Over een paar dagen is het twintig jaar geleden dat hij eindelijk toehapte, en ik mijn eerste kus kreeg op het Museumplein, midden in de nacht. 

Wat houd ik veel van hem, mijn Friese rots in de Randstedelijke branding.

zaterdag 12 juni 2021

Aan zee

Ik had al lang niet meer aan hem gedacht. Iets met selectieve aandacht, waarbij we ons alleen bewust zijn van hetgeen op dat moment relevant voor ons is. De rest wordt onderdrukt, anders zou het brein teveel prikkels krijgen. Bij mij werkte dat principe blijkbaar ook met hele periodes en projecten. 

De vuurtoren van Egmond, symbool voor mijn jeugdvakanties en een half afgeschreven boek was uit mijn systeem verdwenen. Totdat ik op de radio een interview hoorde dat met geweld binnendrong. Intrusie heet dat verschijnsel. Je moet prikkels, die een gevaarlijke situatie kunnen opleveren, blijven waarnemen.

Er was een boek geschreven over onze Noordzeekust. Een royaal geïllustreerde kroniek van vijfhonderd jaar kustbeleving. Lotgevallen van kleurrijke kustbewoners en historische gebeurtenissen.


Alle alarmbellen gingen af. Inmiddels lagen er drie grote, half afgeschreven verhalen op me te wachten. Nou ja, dat derde verhaal ging er echt wel komen, in welke vorm dan ook. Daar zat ik tot over mijn oren in, en mijn collega's van het schrijfclubje lazen mee. Maar hoe fijn zou het zijn als ik het eerste, dat over Egmond, en het tweede, over mijn oude buurtje, op enig moment ook zou kunnen afschrijven?

Ik won een van de drie exemplaren van het boek. Ik stel voor dat de dagen voortaan uit 48 uur bestaan, en dat de lockdown tot in de eeuwigheid voortduurt. 
En misschien, heel misschien, dat ik op een vroege zondagochtend even naar Egmond rijd om naar de vuurtoren te kijken.

zaterdag 5 juni 2021

Het land der herinneringen

De zomer staat voor de deur. We gaan niet op vakantie. We hebben redenen genoeg.

We willen in de buurt zijn als het onvermijdelijke gebeurt.
We hebben net een nieuwe kat.
We sparen voor een nieuwe keuken.

En ach, de onzekerheid of we veilig kunnen reizen naar en verblijven in mijn dierbare Zweden is sowieso groot.


Het is niet erg.

We hebben een heerlijk huis en een heerlijke tuin. Er liggen stapels ongelezen boeken en niet-beluisterde podcasts klaar. Plannen om uit te werken, een verhaal om af te schrijven. 
We proberen te genieten in afwachting van dat ene telefoontje.

Deze zomer reis ik af naar het land der herinneringen in mijn hoofd.

.







zaterdag 29 mei 2021

Het zuur en het zoet

Één enkele keer genoot ik als kind van een augurk. Mijn vader gaf me hem, 's morgens in alle vroegte. Hij stond in de keuken te ontbijten, bij de uitgeschoven broodplank van de Bruynzeelkeuken, voordat hij op zijn fiets zou stappen om de pont van kwart over zeven te halen. Daarna at ik geen enkele augurk meer, totdat ik volwassen was. 

Het zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het bijzondere moment, dat ik het ingelegde zuur lekker vond. Ik was een echte snoeper. In de weekenden dat we in het Amstelpark waren, waar we de pony's verzorgden, kon ik bij de kiosk niet kiezen. Zou ik een schuimblok kopen of toch een zakje zwartwit?


'Het zuur en het zoet, dat moet wel een beetje in balans zijn, hè?' zei zus M., niet lang voordat ze er nooit meer zou zijn.
Jazeker. Het lukt me steeds beter om deze uitersten in evenwicht te houden. 
En zelfs om in de zure augurk het zoete schuimblok te zien.

zaterdag 22 mei 2021

Levensloop

We brachten onze eigen geschiedenis in kaart. Onze levensgang, vanaf het moment dat we geboren werden tot nu. Met daarin de betekenisvolle, impactvolle momenten. Zowel de positief ervaren als de negatief ervaren momenten. 
Boven de streep, onder de streep.

Ik begon te schetsen. Die verliesmomenten zaten in mijn hoofd, in mijn hart. Ja, er hadden wel wat levensgebieden onder druk gestaan. Andere hadden juist als hulpbron gefungeerd.
Hoe ging ik om met de verliezen die in mijn leven aan de orde waren geweest? En hoe had mijn omgeving erop gereageerd?

Ik gooide de tekening weg en begon te kleuren. 




Blauw voor de veilige haven van mijn jeugd, mijn familie.
Geel voor het ontdekken van de wereld, binnen de moederlijke groene veiligheid.
Rood voor de positieve spanning, grenzend aan gevaar.
Antraciet voor mijn gemoedstoestand in de jaren nadat het rood was uitgeslagen naar de verkeerde kant. 
Weer geel, toen de zon opnieuw begon te schijnen.
Oranje voor herwonnen zelfverzekerdheid en schoonheid, strijdend met het paars van de opofferingsgezindheid.

En dan die grote donkere stippen van de dood en andere verliezen.

Het grijs werd lichter, de middenlijn bleef stabiel blauw.


zaterdag 15 mei 2021

Uitbraak


Op vrijdagmiddag was daar het verlossende telefoontje: kat Oskar was door de dierenarts goed genoeg bevonden om in huiselijke omgeving verder te herstellen van de verwondingen waarmee hij in het asiel was binnengebracht. 
Ik kon er bijna niet van slapen. 
De volgende ochtend legde ik een fleecedekentje op de bank, met daarop het door oma F. gehaakte kleedje, zette de te kleine, te dure mand van zeegras klaar (de te grote, te dure mand was al retour gestuurd) en posteerde de eigengemaakte krabpaal van een in het Vroege Vogelbos gevonden boomstammetje ernaast. 
Oskar was meer dan welkom.

Een paar uur later liep hij nieuwsgierig door de woonkamer en keuken, lag met zijn lange lichaam op het dekentje en negeerde zoals verwacht de te kleine, te dure mand.  Het leren fauteuiltje probeerde hij als krabpaal te gebruiken, maar de duidelijke stem van M. maakte daar snel een eind aan. Hij vond de kattenbak, deed zijn behoefte, dronk water en at brokjes. Een voorbeeldkat. Natuurlijk schrok hij ook even van een voorbijhollende buurjongen, kroop hij af en toe onder de bank, maar zocht uiteindelijk een veilig plekje op de warme radiator in het halletje. We knuffelden wat af.

De avond viel en we gingen naar boven. Oskar bleef achter in de donkere huiskamer. In de loop van de nacht, toen ik naar de wc ging, hoorde ik hem beneden mauwen. Wat een geluk.

Al iets voor 6 uur stond ik op. Vol verwachting opende ik de deur naar de woonkamer. 
Doodse stilte. 
Geen kat te bekennen. 
Niet onder de bank. Ook niet op de radiator in het halletje. Nergens.
Ik keerde me om en liep de keuken in. Mijn hart stond stil.

Er ontbrak een enorme punt uit de hardplastic klep van het afgesloten kattenluikje. Die lag buiten in de tuin. Vol ongeloof staarde ik door het gat naar het stukje groen dat ik normaal niet zo helder zag. 
Het was moeilijk te bevatten, maar Oskar had zich dwars door het luikje heen gebeukt. 


Ik maakte M. wakker, die een paar minuten later schuddend met een bakje brokjes langs de bosjes bij de tennisbaan liep te roepen. Ik appte mijn contactpersoon bij het asiel, die zo haar best had gedaan om mij al die weken te informeren over de toestand van de kat. Ik gaf Oskar als vermist op bij vrijwilligersorganisatie Amivedi en plaatste een bericht op de facebookpagina van Vermiste Dieren. Ook op de site van de chipregistratie meldde ik de vermissing van onze kersverse kat, en ik belde de Dierenambulance met dezelfde boodschap.

Heel Almere stond op zijn kop. Het bericht werd tientallen keren gedeeld en de ene na de andere hartverwarmende reactie kwam binnen. M. kwam ook weer binnen, helaas zonder kat. Ik liep zelf een rondje, wanhopig Oooooskar roepend, en was me akelig bewust van de vergelijking met Pippi die de piraat met dezelfde naam om de tuin probeerde te leiden. Ja, eigen schuld, daar was hij ook naar vernoemd. 
Hulptroepen uit de Kruidenwijk arriveerden om vanuit verschillende windrichtingen sporen van visolie te trekken. Er rolden veertig flyers met hulpvraag en foto uit de printer, die ik bij alle buren van het blok in de brievenbus duwde en op de lantaarnpalen in de buurt plakte.

Het mocht allemaal niet baten. Even nog maakte mijn hart een sprongetje toen een buurvrouw van de overkant belde, maar ze brak in snikken uit en moest duidelijk haar eigen verhaal kwijt over een in het verleden vermiste kat. Daar hadden we geen tijd voor.

Na een laatste avondlijke ronde met zaklantaarn langs de bosjes bij de tennisbaan gaven we het op. Oskar de Beuker was vast en zeker al kilometers ver. Misschien liep hij wel op de A27, terug naar het asiel in Utrecht. Ik had het over ons afgeroepen door hem onafhankelijk en dapper te noemen. Zijn onverschrokken ik-ben-anders-dan-anders uitstraling te prijzen. 

Ik stofzuigde, trok het fleecedekentje recht en controleerde voor de laatste keer mijn berichten. M. bedacht een constructie om de schuttingdeur op een kier te houden en strooide tegen beter weten in nog wat brokjes in Oskars bakje.
Toen gingen we naar boven.

Al iets voor 6 uur stond ik op. Met een leeg hart opende ik de deur naar de woonkamer.
Oskar sprong van de stoel en kwam enthousiast naar me toe gehold. 
Ik stond als aan de grond genageld.

Het overgebleven deel van de plastic klep lag op de mat in de keuken. Net zo hard als Oskar zich 24 uur ervoor een weg naar de vrijheid had gebeukt, had hij zich nu terug naar binnen geworpen. Het blikje met het restje tonijnolie lag omgekeerd op de grond, de brokjes waren verdwenen.

Ik maakte M. wakker, die een paar minuten later het kattenluik verwijderde en een plaat MDF voor het gat schroefde. 
Wat bofte ik toch met mijn anders-dan-anders-mannen.