zaterdag 3 juli 2021

Inhaalslag

Het kan weer, het mag weer, soms moet het weer.
Voor de een gaat het schijnbaar moeiteloos, voor de ander met horten en stoten. Piepend en krakend.

We gaan weer normaal doen, wat dat ook mag zijn.

De vakantie is in zicht. Nog een paar dagen werken en dan golft er een oneindige zee van vrije dagen, vrije weken voor me uit.

Helemaal leeg is die zee niet. Als felgekleurde boeien duiken de afspraken op. Leuke afspraken hoor, met vrienden, vriendinnen en familie die ik het afgelopen anderhalf jaar veel te weinig of helemaal niet zag.

We schuiven door. De eerste inhaalafspraak die boven komt drijven stond oorspronkelijk gepland voor 11 april 2020. De dag voor Pasen, een Stille Zaterdag die nog stiller werd dan bedoeld. De agenda's waren een paar weken daarvoor leeggeveegd en de rest is geschiedenis.




Natuurlijk geniet ook ik van een onverwachte ontmoeting met de Noorse brei-juf op straat, zonder mondkapje. Van het straks weer eens een echt concert bij te wonen, in plaats van een afspeellijst aan te zetten. Van collega's van vlees en bloed, driedimensionaal en zonder een gekunstelde achtergrond van een wereldstad op een plat scherm.

En toch en toch. 
Soms schreeuwt alles in mij dat ik dit niet wil. Dat ik de rust en de focus wil bewaren die zich aandiende na het hectische begin van de pandemie. De stilte, het overzicht. 
De verdieping.

Soms zal ik mij schijnbaar moeiteloos laten meenemen door de nieuwe golven en zal ik breed lachend de felgekleurde boeien aantikken. 
Soms zal ik onder water duiken en er met een grote boog omheen zwemmen.
Op zoek naar de verdieping.




zaterdag 26 juni 2021

Slak

Vertragen, hoorde ik de docente een aantal keer zeggen. 

Ik volgde een cursus, over het laagdrempelig begeleiden van mensen die een verlies hadden meegemaakt.

Vertragen. 
Vertragen.
Vertragen.




Ik wilde te snel. Vond het moeilijk om mijn mond te houden, niet meteen met een oplossing te komen. Zoals de meesten van ons. Maar praten helpt meestal niet, luisteren wel.

Licht jaloers bezag ik de docente. Rustig liep ze heen en weer, bedachtzaam sprak ze ons toe. 

De opmerkingen die op de lagere school, en later op de middelbare school, op mijn rapport stonden schoten door mijn hoofd. Niet te veel kletsen. 
Het bleek erfelijk. Dertig jaar later schreef meester B. woorden van gelijke strekking op het rapport van mijn dochter. Vindt kletsen met buuf soms belangrijker dan werk.

We oefenden. We leerden. 
We hielden ons mond en luisterden.

Als symbool voor mijn eindpresentatie koos ik een slak. 
Vertragen. Verlangzamen. Afremmen.




zaterdag 19 juni 2021

Twintig

Het duurde even voordat hij toehapte. 
Wat moest hij met die moeder van twee kinderen? Kinderen die ook nog eens rondliepen op de school waar hij meester was. Een moeder, zes jaar ouder dan hij, met een verleden dat niet altijd even prettig aanwezig was in het dagelijks bestaan. Hij, nog niet zolang uit een relatie en eindelijk weer een echte woning voor zichzelf.

Al was de verliefdheid groot, de nuchterheid won het van de mooie gevoelens. Want toen hij toehapte, duurde het nog eens zes jaar voordat hij de stap naar samenwonen durfde te zetten.
Samen in een nieuwe stad, een beslissing die niet bij iedereen in goede aarde viel. 

Nee, het ging zeker niet over rozen, die eerste jaren. We hadden wel wat hobbels te nemen. 
Maar we namen ze. En stukje bij beetje vonden we de modus en vormden we een nieuwe eenheid. Zonder te vergeten waar we vandaan kwamen.

De kinderen groeiden op. Hij groeide in zijn rol van bonusvader. Ik liet wat meer los.


De kinderen vlogen uit. Wij maakten mooie reizen naar het Noorden, want hij ging mee in mijn enthousiasme en gunde mij mijn Astrid Lindgren-obsessie. Hij wachtte geduldig op een rots aan de Zweedse scherenkust en dacht na over de planten in de tuin, terwijl ik de voetsporen van Pippi zocht. Maar we reden ook honderd kilometer om, op zoek naar een oorlogsmuseumpje op het platteland van Letland. Want ook hij had zijn obsessies. 
We gaven en namen.

We trouwden niet. Waarom zou je, als je het zo goed hebt met elkaar? Elkaar steunt in lief en leed, want dat laatste kwam meer dan genoeg op ons pad de afgelopen jaren. 

Ik mag hem mijn man noemen. En hij mij zijn vrouw. Mijn twee kinderen zijn onze twee kinderen geworden. Over een paar dagen is het twintig jaar geleden dat hij eindelijk toehapte, en ik mijn eerste kus kreeg op het Museumplein, midden in de nacht. 

Wat houd ik veel van hem, mijn Friese rots in de Randstedelijke branding.

zaterdag 12 juni 2021

Aan zee

Ik had al lang niet meer aan hem gedacht. Iets met selectieve aandacht, waarbij we ons alleen bewust zijn van hetgeen op dat moment relevant voor ons is. De rest wordt onderdrukt, anders zou het brein teveel prikkels krijgen. Bij mij werkte dat principe blijkbaar ook met hele periodes en projecten. 

De vuurtoren van Egmond, symbool voor mijn jeugdvakanties en een half afgeschreven boek was uit mijn systeem verdwenen. Totdat ik op de radio een interview hoorde dat met geweld binnendrong. Intrusie heet dat verschijnsel. Je moet prikkels, die een gevaarlijke situatie kunnen opleveren, blijven waarnemen.

Er was een boek geschreven over onze Noordzeekust. Een royaal geïllustreerde kroniek van vijfhonderd jaar kustbeleving. Lotgevallen van kleurrijke kustbewoners en historische gebeurtenissen.


Alle alarmbellen gingen af. Inmiddels lagen er drie grote, half afgeschreven verhalen op me te wachten. Nou ja, dat derde verhaal ging er echt wel komen, in welke vorm dan ook. Daar zat ik tot over mijn oren in, en mijn collega's van het schrijfclubje lazen mee. Maar hoe fijn zou het zijn als ik het eerste, dat over Egmond, en het tweede, over mijn oude buurtje, op enig moment ook zou kunnen afschrijven?

Ik won een van de drie exemplaren van het boek. Ik stel voor dat de dagen voortaan uit 48 uur bestaan, en dat de lockdown tot in de eeuwigheid voortduurt. 
En misschien, heel misschien, dat ik op een vroege zondagochtend even naar Egmond rijd om naar de vuurtoren te kijken.

zaterdag 5 juni 2021

Het land der herinneringen

De zomer staat voor de deur. We gaan niet op vakantie. We hebben redenen genoeg.

We willen in de buurt zijn als het onvermijdelijke gebeurt.
We hebben net een nieuwe kat.
We sparen voor een nieuwe keuken.

En ach, de onzekerheid of we veilig kunnen reizen naar en verblijven in mijn dierbare Zweden is sowieso groot.


Het is niet erg.

We hebben een heerlijk huis en een heerlijke tuin. Er liggen stapels ongelezen boeken en niet-beluisterde podcasts klaar. Plannen om uit te werken, een verhaal om af te schrijven. 
We proberen te genieten in afwachting van dat ene telefoontje.

Deze zomer reis ik af naar het land der herinneringen in mijn hoofd.

.







zaterdag 29 mei 2021

Het zuur en het zoet

Één enkele keer genoot ik als kind van een augurk. Mijn vader gaf me hem, 's morgens in alle vroegte. Hij stond in de keuken te ontbijten, bij de uitgeschoven broodplank van de Bruynzeelkeuken, voordat hij op zijn fiets zou stappen om de pont van kwart over zeven te halen. Daarna at ik geen enkele augurk meer, totdat ik volwassen was. 

Het zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het bijzondere moment, dat ik het ingelegde zuur lekker vond. Ik was een echte snoeper. In de weekenden dat we in het Amstelpark waren, waar we de pony's verzorgden, kon ik bij de kiosk niet kiezen. Zou ik een schuimblok kopen of toch een zakje zwartwit?


'Het zuur en het zoet, dat moet wel een beetje in balans zijn, hè?' zei zus M., niet lang voordat ze er nooit meer zou zijn.
Jazeker. Het lukt me steeds beter om deze uitersten in evenwicht te houden. 
En zelfs om in de zure augurk het zoete schuimblok te zien.

zaterdag 22 mei 2021

Levensloop

We brachten onze eigen geschiedenis in kaart. Onze levensgang, vanaf het moment dat we geboren werden tot nu. Met daarin de betekenisvolle, impactvolle momenten. Zowel de positief ervaren als de negatief ervaren momenten. 
Boven de streep, onder de streep.

Ik begon te schetsen. Die verliesmomenten zaten in mijn hoofd, in mijn hart. Ja, er hadden wel wat levensgebieden onder druk gestaan. Andere hadden juist als hulpbron gefungeerd.
Hoe ging ik om met de verliezen die in mijn leven aan de orde waren geweest? En hoe had mijn omgeving erop gereageerd?

Ik gooide de tekening weg en begon te kleuren. 




Blauw voor de veilige haven van mijn jeugd, mijn familie.
Geel voor het ontdekken van de wereld, binnen de moederlijke groene veiligheid.
Rood voor de positieve spanning, grenzend aan gevaar.
Antraciet voor mijn gemoedstoestand in de jaren nadat het rood was uitgeslagen naar de verkeerde kant. 
Weer geel, toen de zon opnieuw begon te schijnen.
Oranje voor herwonnen zelfverzekerdheid en schoonheid, strijdend met het paars van de opofferingsgezindheid.

En dan die grote donkere stippen van de dood en andere verliezen.

Het grijs werd lichter, de middenlijn bleef stabiel blauw.