zaterdag 19 december 2020

 Handdoekje


Het einde van het jaar nodigt traditioneel uit tot opruimen, weggooien. Ontrommelen. Het opbergen van het versgestreken beddengoed geeft aanleiding tot het uitmesten van de kast op de overloop. Twee tasjes voetbalkleding van zoon X., niet-passende dekbedovertrekken, nog wat kledingstukken van de vader van mijn kinderen die viereneenhalf jaar geleden een plekje moesten krijgen.



Twee handdoekjes uit mijn ouderlijk huis in de Pinasstraat. Ik zie de wc weer voor me,  met de doortrekpijp die eind jaren zestig hypermodern was, maar die nu in geen enkel toilet meer te vinden is. Naast het piepkleine wasbakje met het stuk Unicura- of Palmolive-zeep hing een gastendoekje, dat niet alleen door gasten werd gebruikt. 

Het zou niet misstaan in een toilet anno 2020.

woensdag 16 december 2020

Vijf jaar

Vanaf de foto die aan het wandje boven mijn schrijftafel hangt kijkt ze me aan met haar pientere blik. Ze hield er niet zo van om gefotografeerd te worden. Ze kijkt ernstig, maar om haar mond flauwt een glimlach. De prachtige paarse sjaal die ze om haar hals draagt hangt nu bij vader in de kast. Zus M. kocht hem voor haar, zoals ze zo vaak cadeautjes en cadeaus voor iedereen meenam. 

Een, twee, drie, vier, vijf.



Vijf jaar geleden alweer, dat moeder langzaam van ons weggleed. De opmaat naar het nieuwe jaar, waarin de dagen staan dat we ook zus M. en M., de vader van mijn kinderen, al vijf jaar moeten missen.

Ik luister naar Five Years van David Bowie, de onheilstijding waarin wordt aangekondigd dat we nog maar vijf jaar te leven hebben op deze aarde. De westerse beschaving staat op het punt ineen te storten. Wat was het toch een visionair.

Ik ben blij dat moeder deze tijd niet hoeft mee te maken. 

zaterdag 7 november 2020

Zeepbakje

Op de radio vertelde de schrijfster over haar overleden broer. Hij kwam nog wekelijks voor in haar dromen. Ik droom bijna nooit over zus M., over moeder of over de vader van mijn kinderen. 

Waarom niet? Hebben ze er geen behoefte aan om in mijn dromen te verschijnen? Ben ik overdag al genoeg met ze bezig? Is mijn ex het al zat om sinds een jaar dagelijks in mijn hoofd te zitten en de hoofdrol te spelen in het verhaal dat ik over hem reconstrueer? Wil hij 's nachts gewoon met rust gelaten worden?

Vindt zus M. het genoeg dat ik overdag aan haar denk, wanneer ik in een situatie beland dat ik bijna hardop moet lachen als ik mij haar reactie voorstel?

En moeder, waar blijft moeder? Een paar weken geleden verscheen ze plotseling in mijn droom. We waren in Italië, een  land waar ze bij leven nooit geweest is. In een lommerrijke boomgaard kwam ze aanlopen met een schaal spinazie in haar handen. De mater familias met al haar kinderen en kleinkinderen om zich heen.



Soms is het jammer dat ze er zo weinig zijn 's nachts, maar de dag geeft mij genoeg herinneringen. Onze badkamer is verbouwd en nu vervangen we de accessoires. In mijn handen heb ik een knaloranje zeepbakje, jaren geleden gekocht op Koninginnedag, samen met zus M. Het moet een dinosauriër voorstellen, ik vermoed een triceratops, liggend op zijn of haar rug met een jong triceratopsje tegen vader of moeder aangevleid. Zus M. kocht de andere, een knalgroene, die jarenlang in haar badkamer de zeep vasthield.

Er staat nu een strak zwart marmeren zeepschaaltje op de strakke witte wastafel. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om de foeilelijke oranje triceratops weg te gooien. Nog niet.

zondag 16 augustus 2020

Dertig

Dertig

Vandaag dertig jaar geleden trouwden we. De aanloop ernaartoe was hectisch. We kenden elkaar een jaar, maar pas vier maanden voor De Grote Dag was het duidelijk dat hij met mij verder zou gaan.

Dertig jaar, maar het voelt dichterbij dan ooit. Voor het boek dat ik schrijf over ons gezamenlijke leven liet ik de videoband van onze bruiloft digitaliseren. Ik zie een meisje, net vierentwintig jaar oud, dat met een glas ataya-thee in de hand onbezorgd danst op de muziek die live wordt gespeeld. Ik zie mensen in alle kleuren, uit alle windstreken. Mensen die ik een jaar ervoor nog niet kende, maar ook mensen die toen al vierentwintig jaar in mijn leven waren. Mensen die er nu niet meer zijn, en mensen die er nog wel zijn maar die ik nooit meer spreek.



Ik zie een tafel vol eten, klaargemaakt door mijn zussen, schoonzussen en moeder. Hartige taarten, kippenpootjes, Turks brood.  Flessen wijn, gele kratten vol flesjes Heineken-bier en grote schalen met bissap en jus de gingembre staan gezellig naast elkaar.

De band wisselt regelmatig van samenstelling. Er schuiven muzikanten uit Gambia, Suriname en de Antillen aan. Mijn Molukse collega's dansen. Vader en zus M. fotograferen, moeder giechelt met haar vriendinnen en begeeft zich dan toch ook maar op de dansvloer.
Mijn vriendinnen doen een poging om Stir it up  van Bob Marley te zingen, maar blijven hangen bij dat ene zinnetje. Het maakt niet uit.

Mijn kersverse man trommelt mee met de band. Zo is hij in zijn element.
Al had ik toen geweten wat ons nog allemaal zou gebeuren, ik had het voor geen goud willen missen.

zaterdag 9 mei 2020

Het Nieuwe Normaal

De zon schijnt, het is weekend. 

Ik kan een wandeling maken, een boek lezen in de tuin, verder schrijven aan mijn eigen boek. 
Ik kan een tekening maken, sokken gaan breien of een cake bakken. 
Ik kan gaan poetsen en opruimen. Vanmiddag gaan we gezellig barbecueën bij zoonlief in de tuin. 

Wat willen we nog meer?





Toch blijft het donker aanwezig. Het Nieuwe Normaal wil maar niet wennen. 
Zodra ik het huis uitga word ik geconfronteerd met lijnen, rijen, afzetlinten. Mensen die  terugdeinzen als je in de buurt komt, ook al blijf je op veilige afstand. 
Het Nieuwe Werken gaat de ene dag goed, en de volgende dag geheel en al niet. Er komen berichten van mensen die geen afscheid hebben kunnen nemen van hun geliefden. Vader zit nog steeds opgesloten.

Dan krijg ik weer een berichtje uit Senegal, het land waarvandaan we nog net konden vertrekken toen het virus uitbrak.
Ze zitten zoveel mogelijk binnen. Werk is er toch niet. Na acht uur 's avonds mag men helemaal niet meer op straat. Naar buiten zonder mondkapje is een boete. De prijzen van levensmiddelen stijgen de pan uit. En dan is het ook nog eens ramadan.

Dus prijs ik mezelf weer gelukkig, want:
de zon schijnt, het is weekend. 

Ik kan een wandeling maken, een boek lezen in de tuin, verder schrijven aan mijn eigen boek. 
Ik kan een tekening maken, sokken gaan breien of een cake bakken. 
Ik kan  gaan poetsen en opruimen. Vanmiddag gaan we gezellig barbecueën bij zoonlief in de tuin. 

Wat willen we nog meer?


zondag 3 mei 2020

Ndank ndank


Vandaag vier jaar geleden overleed de vader van mijn kinderen.
Nu schrijf ik een boek over ons gezamenlijk verleden.
Het kleurrijke, woelige en niet altijd even leuke verleden.


Stapje voor stapje kom ik dichter bij het geheel.
Eerder kon het blijkbaar niet, alles op zijn tijd.
Ndank ndank, zou hij gezegd hebben. Rustig aan.

MODOU THIAM DOGO 7 MEI 1956 - 3 MEI 2016

woensdag 8 april 2020

This was it

Vier jaar geleden alweer. Ik denk vaak aan haar. Mis haar elke dag, praat tegen haar in mijn hoofd.

Lang na haar overlijden kreeg ik wat spullen die haar hadden toebehoord, en die ik misschien zou willen hebben. Bij een van zus M.'s laatste creatieve projecten had ze acrylverf gebruikt, die ze in combinatie met haar fantastische foto's tot nog mooiere mixed media kunstwerken had bewerkt. Daar wilde ik graag mee schilderen.

En was dat dvd'tje van mij?



Ik pakte het uit. Het was een opname van een concert van Michael Jackson, dochter F.'s favoriet. Ik wist niet meer dat ze het geleend had, waarschijnlijk jaren geleden.
In haar sierlijke, zo kenmerkende handschrift stond daar een van mijn koosnaampjes: Gabriela.

Eronder de titel van de concertreeks en tevens de keiharde boodschap. Alsof ze het er nog even inwreef:

This is it!