zaterdag 6 maart 2021

Een wereld van verschil


Zaterdag 7 maart 2020. We reisden af naar Dakar voor een missverkiezing. 
Dochter F. was door een ongelukkig geboekte vlucht een paar uur eerder vertrokken en zat inmiddels met haar so called manager op het vliegveld van Madrid. Ze moesten nog zeven uur wachten voordat het vliegtuig naar Senegal zou opstijgen.

Ik had afscheid genomen van M. en las op Schiphol in het boek Reisverhalen schrijven van Jan Donkers. Nog even en ik kon boarden, en over een dikke twee uur zou ik mij kunnen aansluiten bij het gezelschap in Madrid om samen verder te wachten op de vlucht.

F. belde dat de Missverkiezing niet door ging. 

Even kwam ik in de verleiding om M. te bellen en te vragen of hij me op kon komen halen van Schiphol. Heel even maar, want ik zou mijn dochter nooit alleen laten gaan naar het land van haar vader, maar ook wilde ik zelf maar al te graag weer even in Senegal zijn. We zouden er wel wat van maken.





Er stonden voor mij nog genoeg vragen open om mijn grote verhaal te kunnen schrijven. Ik ging op zoek naar meer stukjes van de puzzel die ik aan het leggen was. We zetten de reis naar onze hand, boekten een fijn hotelletje met zwembad en hingen tussen toerist en local in. We genoten en ergerden ons.

Van corona merkten we niet zoveel. 
We lachten besmuikt toen we een thermometer op ons voorhoofd kregen bij het op de boot stappen die ons naar Gorée zou brengen, de plek van waaruit ontelbaren mensen een mensonwaardig bestaan aan de andere kant van de oceaan tegemoet gingen. We hadden een flesje desinfecterende gel bij ons, op het laatst moment geregeld door collega N. Voordat we begonnen aan de yassa lieten we het de tafel rondgaan.
We zagen één mondkapje, bij een oudere dame die achter haar marktkraampje langs de kant van de weg zat. Ze had het onder haar kin gebonden. 

Toen we zondag 15 maart terugkwamen in Nederland was het wc-papier uitverkocht.

Een jaar later is de wereld totaal veranderd. Dat corona zowel in Nederland als in Senegal aanwezig is geeft nog een vreemd gevoel van saamhorigheid. Maar het doet pijn als ik zie wat er nu gebeurt in het land waarmee ik onlosmakelijk verbonden ben. Ik was er altijd trots op om te laten weten dat er een stabiel politiek klimaat heerste. Vanaf 1960 was Senegal onafhankelijk en werd het land bestuurd door een democratisch gekozen president.

Nu is oppositieleider Ousmane Sonko, populair onder jongeren, onterecht gearresteerd. Er breken rellen uit, er vallen doden en gewonden. 

Mijn hart bloedt voor Senegal, sunu rew.

zaterdag 27 februari 2021

Grote bonte specht

De vakantiewoning lag tot onze verrassing op een camping met de klinkende naam Wilrod, wat zoals gedacht een contaminatie van twee achternamen bleek te zijn. Net zoals we vroeger snackbar Tiejo kenden, een samentrekking van Tieneke en Johan die bij ons op de lagere school zaten.

Het bed was te hard en in het slaapkamertje, waarin dat te harde bed ternauwernood paste, hing de lucht van dode muizen vermengd met iets chemisch. Ik sliep voor geen meter. Het tweezitsbankje had een te korte zitting plus een kuil in het midden, een dodelijke combinatie. De rieten fauteuiltjes zaten minstens even oncomfortabel. Mijn rug protesteerde. De douche gaf een heet miezerstraaltje, het water voor de afwas was net niet heet genoeg.

Het huisje was ingericht in landelijke stijl, wat inhield dat diverse emaillen bordjes ons op die paar vierkante meter de weg wezen: Bedroom, Badkamer, nog een Bedroom. De poederroze kussentjes in de oncomfortabele fauteuils lieten ons weten dat Amor vincit omnia. Verder waren er de nodige, op rustieke plankjes geschilderde, geboden (WELCOME and be our GUEST) en verboden (No smoking, thanks). Voor de ramen stonden brocante horren en overal kwamen we rieten mandjes en houten dienbladen met windlichten tegen.



Maar daar kwamen we niet voor natuurlijk. We kwamen voor de tot in de hemel reikende sparren met hun roodbruine basten, het glooiende landschap van het Vechtdal en de rust. De duizenden vogels en vogeltjes die in de bomen rondom het huisje resideerden en zich te goed deden aan het zaad op het plateautje en aan het potje vogelpindakaas. De grote bonte specht roffelde eerst de ochtend open en kwam er daarna gezellig bij zitten op de voederplank.

We wandelden tientallen kilometers. M. sportte en werkte, ik las twee boeken en schreef een paar duizend woorden aan mijn verhaal. We kregen bezoek van een dierbare vriend. Missie geslaagd.

Ik ben blij dat we weer thuis zijn. Ik ben blij dat ik weer in mijn eigen bed kan slapen, onder mijn nieuwe regendouche kan staan. Van kamer naar kamer kan lopen zonder blauwe plekken op te lopen, in mijn heerlijke fauteuiltje kan kruipen.

Maar ik mis de grote bonte specht.

zaterdag 13 februari 2021

Bevroren tenen

Ik hoor de ademhaling van zus P. vanuit het bed aan de andere kant van de slaapkamer die we delen. Het is pikkedonker en ijskoud. Ik probeer de warmte van mijn bed nog even vast te houden, en trek mijn nachtjapon strak om mij heen als ik naar het raam loop. Voorzichtig schuif ik het donkeregroene gordijn opzij, de witte vitrage met de vierkante gaatjes plakt tegen het vochtige raam. Ik voel de kou in golfjes tegen mijn handen aan slaan. De radiator van de centrale verwarming begint te pruttelen en mijn benen worden langzaam warm.

Het heeft gesneeuwd. Een dik pak bedekt de stoep, de straat, de bosjes. Het licht van de straatlantaarn, die precies tussen ons huis en dat van de familie L. in staat, weerkaatst het wit. De takken van de grote boom waar ik op uitkijk buigen door, en de gemeenschappelijke tuin die tot aan het volgende blokje huizen loopt is een egaal wit vlak. Op de zwarte torenspits van het witte kerkje heeft de sneeuw sierlijke patronen achtergelaten.

Het is nog vroeg, slechts in een enkel huis brandt er licht. Ik hoor vader beneden in de keuken scharrelen, nu begrijp ik dat hij het is geweest die de verwarming heeft aangezet.

Straks zal hij met knerpende banden de straat uit fietsen om de pont van kwart over zeven te halen, maar niet voordat hij moeder een kopje thee op bed heeft gebracht.



Later die ochtend zal moeder de slee voorttrekken over de verse sneeuw op het pad bij het Koopvaardersplantsoen om boodschappen te gaan doen. Na schooltijd zoeken we met een groepje buurjongens en -meisjes een hellinkje, hoe klein ook, om vanaf te sleeën, een kriebel in de buik. Sneeuwballen gooien vind ik niet leuk, inpeperen nog minder. 

Als het ijs op de sloot die ons wijkje scheidt van de dijk dik genoeg is, worden de leren bandjes van de Friese doorlopers dichtgegespt en stappen we voorzichtig op het krakende ijs. Nergens zijn ouders te zien, broers en zussen letten op de kleintjes.

Uren later komen we thuis met natte wollen wanten, ijskoude tengels en bevroren tenen in kaplaarzen. Halfhuilend mag ik mijn handen onder de warme oksels van moeder houden. Nooit meer wil ik naar buiten.
Maar 's avonds na het eten maken de buurjongens een meterslange, kogelharde ijsbaan op de rijweg in ons straatje. Nemen omstebeurt een aanloopje om er vervolgens met twee voeten overheen te glijden, steeds sneller. Het is pikkedonker en ijskoud, de sneeuw glinstert in het licht van de straatlantaarn.

Ik mag nog even naar buiten.

zaterdag 6 februari 2021

Rover en Mathilde

Nooit meer het geluid van zijn nagels in het hout terwijl hij zich ophijst aan de schutting .
Nooit meer de daarop volgende doffe plof op de groene bak, het kattenluikje dat open wordt geduwd en het mauwtje van hier ben ik weer.

Nooit meer de enthousiaste begroeting in de vroege ochtend bij het openen van de huiskamerdeur.
Nooit meer het opgewonden loopje naar de la waar de snoepjes liggen, of het demonstratief wachten bij de voorraadkast voor een zakje natvoer. Of slap, zoals altijd op mijn boodschappenlijstje stond.

Nooit meer het warme lijfje tegen me aan, het tevreden spinnen, het likje op mijn voorhoofd bij een knuffel.



Opeens ging hij hard achteruit. 

Het verval was een half jaar daarvoor al ingetreden. Werd hij nou steeds kieskeuriger of kon hij echt niet goed meer eten? Een gebitsbehandeling waarbij onder narcose het minimaal aanwezige tandsteen werd verwijderd leek even te helpen. Andere onderzoeken tegen een tarief dat de drie nullen aantikte gingen zelfs mij te ver. Maar even afwachten, elke goede dag was er een.

Toen ging het weer slechter, maar er was hoop dat de chronische ontsteking die de dierenarts vermoedde zou verdwijnen als al zijn kiezen werden getrokken. Ze stelde me gerust, katten konden zelfs zonder kiezen brokjes eten.
Op Driekoningen mocht hij onder het mes. Hij heeft het goed gedaan hoor, zei de dierenarts bij de eindcontrole. Rover had al sinds jaar en dag een aantekening in zijn dossier staan: Pas op, kan bijten! Stiekem was ik er trots op dat hij zijn naam eer aandeed.

De laatste vrijdagochtend van januari raakte hij de weg kwijt. Mijn hart brak toen ik hem gedesoriënteerd zag wankelen. Op zoek naar houvast rondjes zag draaien. Het was stervensvroeg en ik moest nog drie uur wachten voordat ik de dierenkliniek kon bellen.

De avond ervoor was ik begonnen aan de podcast Mathilde's Mysterie. Ik had nog vier afleveringen te gaan. Mathilde was in mijn middelbareschooltijd al een heldin. Net als Pippi, Annie M.G. Schmidt, Nina Hagen en Frida Kahlo. Allemaal vrouwen die het net even anders deden. 
Samen met zus M. luisterde ik keer op keer naar het op een BASF-bandje opgenomen interview dat Henk van der Meijden met Mathilde had, gelegen op haar hemelbed. Nog jarenlang imiteerden we haar bijzondere stem als ze vertelde over de slangenleren tassen en brokaten stoffen die haar vader, de zeeman die eens in de zoveel jaar thuiskwam, voor haar meenam. Zus M. nam me mee naar Museum Arnhem voor de overzichtstentoonstelling van de meester, Carel Willink.

Ik pakte Rover op en legde hem tegen mijn borst. Samen luisterden we achter elkaar de vier resterende afleveringen van de podcast en ik was weer even terug in de tijd.
Een laatste poging om mijn grote vriend op te lappen, later die dag, had geen resultaat. De volgende ochtend brachten we Rover voorgoed weg.

Ik had een dag eerder al afscheid van hem genomen, die vrijdagochtend op de bank.
Rover en Mathilde, voor altijd met elkaar verbonden.

zaterdag 23 januari 2021

Stil maar, wacht maar

Bij de kerkelijke uitvaart van moeder, alweer ruim vijf jaar geleden, zongen we het lied dat in een laatje van mijn geheugen was blijven liggen. 

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. 
De hemel en de aarde*

Waarbij je flink kon uithalen bij het woordje aarde.

Alles wordt nieuw. Dat van die hemel weet ik niet precies, maar dat de aarde een nieuwe inrichting behoeft is wel duidelijk. Een moeilijke opgave, want het is nu juist de bedoeling dat we niet teveel nieuws moeten willen om de aarde een doorstart te geven.

Al in 2012 deed ik mee met aan de tweede editie van de Free Fashion Challenge. Ik kocht een jaar lang geen kleding. Laura de Jong, oud-studente van het Amsterdam Fashion Institute, initieerde dit project eind 2010 om het verschijnsel ‘fast fashion’ aan de kaak te stellen. In eerste instantie bedoeld voor studenten en professionals uit de mode-industrie, omdat hele generaties opgroeiden met het idee dat een T-shirtje vijf euro kostte. De Jongs missie was dan ook het begrip duurzaamheid in de modebranche onder de aandacht te brengen.

Na het inventariseren van mijn kledingkast wist ik waar ik het een jaar lang mee moest doen. Ik gaf of gooide kleding weg die ik niet meer droeg, repareerde losgeraakte naadjes en liet schoenen verzolen. In de loop van het jaar keek ik kritischer naar de kwaliteit, functionaliteit en het werkelijke gebruik van shirtjes, rokjes, truien, sokken, panty’s en ondergoed, en verdween er nog meer uit mijn kast. 

Diep vanbinnen hoopte ik dat ik een voorbeeld was voor mijn toen achttienjarige dochter en een gedragsverandering bij haar teweeg kon brengen. Als studente Verkoopspecialist Mode aan de opleiding Handel en Ondernemen leerde zij hoe ze op een winstgevende manier kleding kon inkopen en verkopen. Dochter F. zette iedere verdiende of gekregen euro dan ook onmiddellijk bij de grote winkelketens om in modieuze kleding. Een paar weken of in het gunstigste geval maanden later lag de kleding verwassen of stuk in de hoek van haar kamer, en werd er weer iets nieuws aangeschaft. 

De ruimte in mijn kast was niet bedoeld voor nieuwe dingen, en dat was even wennen. Want hoewel ik geen big spender op kledinggebied was, gebeurde het ook mij regelmatig dat er in een onbewaakt ogenblik iets werd gekocht of besteld. 

Er moest veel uitgelegd worden aan mijn omgeving. Ik voelde mij een soort predikant, vertelde iedere keer opnieuw mijn verhaal, dat steeds bondiger en voor mijzelf ook helderder werd. Om het zuiver te houden mocht er ook geen tweedehands kleding worden gekocht. Lenen of ruilen was wel toegestaan, zo veranderde mijn kledingkast langzamerhand zonder dat er meer bijkwam.

De meeste vrienden, kennissen en collega’s reageerden vol bewondering, twijfelden even, maar meenden dat dit project voor hen toch net iets te ver ging. Ikzelf was het steeds leuker gaan vinden: het ontbreken van keuzestress gaf een weldadige rust. Ik had genoeg. Bewust en onbewust trok ik het principe door naar de andere consumptieve bestedingen in mijn dagelijks leven. Zo werd de wekelijkse kar boodschappen goed onder de loep genomen, en besloot ik mijn haar niet meer te verven, maar uit te laten groeien naar Hagedorn-grijs.

Op de moeilijke momenten, als er weer een gat in een paar sokken ontstond (nee, stóppen ging mij echt te ver), schreef ik op wat ik nodig dacht te hebben, als ik weer ‘mocht’ kopen. Het besef was er dat mijn nieuw aan te schaffen kleding duurzamer moest zijn, en dus ook duurder, zodat ik er langer mee kon doen. De floddertjes uit de grote winkelketens kwamen er bij mij niet meer in. 

Er kwam een leuk winkeltje in mijn 'dorp', met een aardige eigenaresse en een mooie collectie. L. kwam met verrassende suggesties, er was tijd voor een praatje en soms een kopje thee. Ik kocht bewust en was altijd tevreden. Mijn eerste aanschaf was een zwart jurkje voor de uitvaart van moeder. 

Toen ging de winkel dicht. En moest L. iets verzinnen om het hoofd boven water te houden. Dus liet ze via social media zien wat ze in de uitverkoop had. Had ik iets nodig? Niet echt. Ik ging niet meer naar mijn werk, had maar af en toe een videobel-overleg en feestjes waren iets uit 2019. Maar L. had de omzet wel nodig om overeind te blijven, dus fietste ik naar de winkel om de digitaal uitgekozen blouse in ontvangst te nemen.

We leven negen jaar na mijn kooploze periode. Dochter F. is inmiddels shopmanager van een populaire winkel waar slechts vintage kleding wordt verkocht. Daarnaast stelde ze onlangs de shoppingpagina's samen van een glossy modeblad, met als thema duurzaamheid. 

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.


* uit: Nu gaan de bloemen nog dood - tekst Michel van der Plas


zaterdag 16 januari 2021

Myrrha en Adonis 

Er was eens een koningspaar met een beeldschone dochter. Vol trots vertelden zij over de buitengewone schoonheid van hun Myrrha. Ze zou zelfs mooier zijn dan de rebelse godin van de liefde, Aphrodite. 

Daar ging het mis. Myrrha werd vervloekt door de jaloerse godin en liet haar verliefd worden op haar eigen vader.

De verboden begeerte vond plaats in het donker en leidde tot een zwangerschap. Toen vader Cinyras ontdekte dat hij het bed had gedeeld met zijn eigen dochter besloot hij haar te vermoorden. Aphrodite kon dit voorkomen door Myrrha te veranderen in een boom.




 

Na maanden barstte de schors van de mirreboom en werd Adonis geboren, het allermooiste kind ter wereld. 

Hoogmoed komt voor de val. Wat een ontzettend slecht verhaal zeg.

zaterdag 9 januari 2021

Kern

De lockdown deed mij goed. De beperking bracht overzicht en focus, maar ik moest nog een stapje verder: in quarantaine. Twee nachten bracht ik door in het logeerbed, maar toen duidelijk werd dat niet alleen M., maar ook ik positief getest was, konden we gezellig samen in isolatie.

Natuurlijk baalde ik ervan dat we de kinderen niet zagen met kerst. Dat ik vader niet kon bezoeken op de vrijdag. Dat ik niet even bij Albert Heijn naar binnen kon lopen voor een netje mandarijnen. 
Maar het was zoals het was en we maakten er het beste van.

Het thuiswerken was ik inmiddels gewend en de boodschappen liet ik ook al een tijdje door Picnic bezorgen . Ik smokkelde op een verantwoorde manier met de regels en wandelde 's morgensvroeg in alle stilte en het pikkedonker door de wijk. Het Zweedse kerstdiner en de cadeautjes zette ik op twee verschillende dagen op twee verschillende adressen voor de deuren van mijn kinderen neer.




Steeds meer ruimde ik op. Ik ordende en sorteerde. Maakte twee vakken in de boekenkast leeg, mestte mijn kledingkast uit en ging met een stofkam door mijn ateliertje. Met de spullen verdwenen er taken en een teveel aan mogelijkheden. Tegelijkertijd ordende ik mijn gedachten en ontstond er ruimte in mijn hoofd.

Schrijven aan mijn verhaal, af en toe een tekening, één boek tegelijk lezen en een paar keer per week wandelen. Familie. Het huis. Mijn werk. Genoeg om me het komende jaar mee bezig te houden. Nu nog even die restverschijnselen van het virus kwijtraken en dan kunnen we hopelijk weer snel van onze dierbaren genieten. 

Terug naar de kern. Een goed nieuwjaar.