woensdag 17 mei 2017

Inhaalfuifje

Er waren ballonnen, blauw en geel. Zweedse vlaggen aan de muur en op bierviltjes, T-shirts en stickers. Posters van scandicnoir-series met mijn hoofd erin geshopt door hem die altijd beweert niet te kunnen photoshoppen.
Een getimmerde installatie met een op kunstige wijze geschilderde Pippi in winteroutfit, meneer Nilsson op haar schouder. Op de plaats van haar gezicht een gat waar mijn gasten hun gezicht doorheen konden steken en laten fotograferen.
Er waren Vikingmannen en Vikingvrouwen. Er was een mooie speech van de Opperviking, over en voor mij.  Er werden (drink)liederen gezongen.
Er was veel familie met aanhang, er waren vrienden en collega's. Ze kwamen uit het hele land, en zelfs van ver voorbij de grenzen.
Er waren muzikanten. Mijn zoon speelde een ontroerende melodie op zijn basgitaar, begeleid op percussie door de voormalige bandleden van zijn vaders band. Mijn dochter zong. De Senegalese neef uit Malmö danste.
Er was een DJ, die wonderbaarlijk genoeg een geheel wist te maken van mijn breed uitwaaierende muzieksmaak.
Tenslotte was er een polonaise, waarbij de ontmantelde Pippi-Sarah een hoofdrol speelde.


Ik gaf een inhaalfuifje, in mijn groenblauwe panterjurk.
Voor het vieren van mijn vijftigste verjaardag was vorig jaar geen ruimte in mijn hoofd en in mijn hart. Dus deden we het nu, vlak voor de volgende verjaardag zich aandiende. Ik had het haar beloofd.

Er was vooral veel kärlek. Liefde voor hen die er waren, en voor hen die er niet meer waren.

zaterdag 13 mei 2017

Opsmuk


Ze glimlacht, maar zal ze werkelijk gelukkig zijn? De familiesieraden hangen als een molensteen rond haar nek. Moet ze indruk maken op een toekomstige man, op haar schoonfamilie?


Of heeft ze toch gewoon zin in het feestje van vanavond?




woensdag 10 mei 2017

Chilling injury

Er ontstaat een discussie tijdens de lunch. In de salade worden stukjes bevroren paprika aangetroffen. Als er een groente is die je niet kunt invriezen is het paprika, roept de een. Sowieso niet in de koelkast bewaren, roept de ander.
En tomaten, moet je die nu wel of niet in de koelkast bewaren, vraagt de volgende collega zich af. Eieren? Winterpeen?
De een na de ander geeft zijn keukengeheimen prijs. Ik zoek ondertussen op mijn telefoon naar wetenschappelijk bewijs voor de diverse stellingen.



Nee, tomaten mogen echt niet in de koelkast. Smaakstoffen komen niet meer vrij of worden afgebroken, net als het lypoceen dat de tomaat zijn rode kleurtje geeft. En de huid beschadigt! Als hij straks weer buiten de koelkast komt, zal de tomaat sneller bederven. Al deze narigheid valt onder de noemer chilling injury, koudebederf.
Tomaten horen dus op de fruitschaal, of zoals bij ons thuis, in de kalebas. Maar dan mag het weer niet te warm zijn, en dat wordt het in een keuken al snel.
De deskundige noemt de kelder als ideale bewaarplek, maar wie heeft die nu nog?

Ik pak mijn breipennen maar vast om kekke jasjes voor de koukleumende tomaten te produceren. Of kan ik toch beter een ventilatortje naast de kalebas zetten?

zaterdag 6 mei 2017

De heg


Ik bezoek samen met mijn 85-jarige vader de 86-jarige vriendin die jarenlang onze buurvrouw was. Buren op maar liefst twee adressen: eerst woonden we boven elkaar in een portiekwoning in Amsterdam-West, daarna staken beide gezinnen het IJ over om in Noord naast elkaar neer te strijken. Na een jaar of zeven verhuisden zij naar Purmerend. Wij bleven in Noord, maar de vriendschap met de oude buren bleef bestaan.
Het is fijn om door de verhalen over die goeie ouwe tijd mijn moeder weer een stukje dichterbij te voelen. Oude verhalen, en af en toe een nieuw.
Zo gebeurde het wel eens dat er 's zomers om een uur of vier vanuit de naastgelegen tuin werd gevraagd: 'Lust je een portje, Truus?'
Waarna er door de buurvrouw een glaasje werd overhandigd, over de heg heen. Om bij elkaar te gaan zitten was geen tijd, ze hadden allebei een gezin met vier kinderen. Maar door dat portje hadden ze het toch even gezellig samen.

woensdag 3 mei 2017

Binnenplaats


Hij wilde niet meer terugkomen naar Nederland, al miste hij zijn kinderen. Daar waar hij was, was het goed. De zon scheen, hij woonde in het huis dat hij gekocht had van zijn eigen geld, er werd voor hem gezorgd. Hij hoorde, als hij wakker werd, de geluiden die hem vertrouwd waren: het aanvegen van de binnenplaats, het gerammel van potten en pannen, de oproep tot het gebed vanuit de moskee, gesprekken in zijn moedertaal.

Wat wachtte hem in Nederland, als hij terug zou gaan?
Nog meer akelige onderzoeken en behandelingen.
Eenzaamheid op een bovenwoning in de Vogelbuurt.
Instanties die iets van hem wilden.
Hij wist dat hij niet lang meer te leven had en bleef waar hij was. Zodat hij, ook na zijn dood, kon zijn waar hij geboren was.

Vandaag een jaar geleden stierf de vader van mijn kinderen in zijn vaderland Senegal.

zaterdag 29 april 2017

Aggie

Er kwam opnieuw een verhaal los, vlak voor het begin van de mindfulnessyogales. Een van de cursisten moest even haar gal spuwen over de 92-jarige tante aan wie ze mantelzorg verleende. Al jarenlang ging ze, naast haar drukke baan, twee middagen in de week naar haar toe. Middagen die overvloeiden in avonden.
Tante Aggie accepteerde van niemand anders hulp. Met moeite had ze toegestaan dat er een huishoudelijke hulp kwam, maar alle andere dingen kwamen op haar schouders terecht. Ze onderhield de tuin, deed boodschappen, maakte eten klaar.
In de vakanties oefende Aggie zoveel druk op haar uit, dat ze wekelijks vanuit Overijssel terugreed naar tante in het westen.
Terwijl Aggie best nog veel zelf kon.


Ze zat in de tang. En dat wist ze. Maar Aggie had ook voor haar klaargestaan, toen ze er indertijd alleen voor stond met haar dochtertje.
Ze werd gebruikt, en ze accepteerde het. Ook dat is mindfulness.

woensdag 26 april 2017

Boerenpaard


We kijken foto's. Vlak voor of aan het begin van de oorlog logeerde mijn vader een week, misschien wel twee, op een boerderij in Blaricum. Hoe hij daar terecht is gekomen weet hij niet goed meer. Misschien via zijn tien jaar oudere zus Riet? Zij is niet op de foto's te zien, in tegenstelling tot mijn oma, wier aanwezigheid mijn vader zich dan weer níet herinnert. Wel weet hij alle namen nog van de zoons uit het boerengezin Calis: Gijs, Lammert, Klaas en Jan. Die laatste had vreemd genoeg een andere achternaam: Van den Akker. Een kind uit een eerder huwelijk van de boerin?

De foto's laten een gezellig gezin zien, met eromheen nog enkele vrolijke meisjes waarvan de rol niet duidelijk is. Mijn vader, als stadse jongen van 9 of 10 jaar, detoneert enigszins. Hij draagt een korte broek, tot op de knieën. Een stralend wit overhemdje met korte mouwen, een stropdas en op sommige foto's een spencer. Lange geruite kousen en nette schoenen. Ietwat gespannen zit hij op zijn paasbest op het enorme boerenwerkpaard, dat hij later ook naar het land mocht brengen.

Na enkele meters is hij weer omgekeerd.